AMD introduceert drie nieuwe Opterons voor servers

14-02-2005 14:45 | Door Redactie Computable/PCM | Lees meer over het bedrijf: AMD | Er zijn nog geen reacties op dit artikel | Permalink

AMD komt vandaag met drie nieuwe Opteron chips voor servers - de Opteron 852, 252 en 152. De chips draaien op 2,6GHz, sneller dan de Opteron-topmodellen die AMD op dit moment verkoopt.

De HyperTransport links die data tussen de processoren en andere apparaten regelen zijn versnelt van 800 MHz naar 1 GHz. De chips bevatten PowerNow met geoptimaliseerd energiemanagement, wat ervoor zorgt dat het besturingssysteem de kloksnelheid van de processor kan vertragen en daarmee minder energie verbruikt.


De drie Opterons komen met een thermisch plafond, ofwel een maximale energieverbruik rating, van 95 watt. Een vergelijkbare Xeon heeft een zelfde plafond maar Opteron chips komen met een geïntegreerde geheugencontroller wat Xeon weer niet heeft. De geheugencontroller voegt ongeveer 20 watt toe, waardoor de Opteron beter presteert.

AMD komt later dit jaar ook met twee minder krachtige versies van de drie chips op de markt, met thermische plafonds van 55 watts en 30 watts.

Het grote verschil tussen de drie Opterons ligt hem in de soort servers waarin ze gebruikt worden. De 852 is gemaakt voor servers met maximaal acht processoren, terwijl de 252 en de 152 zijn ontworpen voor respectievelijk servers met twee processor enen één processor.

Naar verluidt maakt HP vandaag op de LinuxWorld Conferentie en Expo in Boston bekend dat het model 252 binnen afzienbare tijd in een blade server toegepast gaat worden.
Gerelateerde artikelen

16-02-05  HP stopt Opteron in blades en werkstations

Top 10 Reagerende members
  Aantal reacties
met 3+ sterren
Gemiddelde
waardering
Klik voor meer info1 155 6.4
Klik voor meer info2 121 6.7
Klik voor meer info3 113 6.4
Klik voor meer info4 79 6.6
Klik voor meer info5 53 6.1
Klik voor meer info6 49 6.3
Klik voor meer info7 48 6.5
Klik voor meer info8 44 6.1
Klik voor meer info9 43 6.0
Klik voor meer info10 40 6.3