Octrooiencentrum volgt plan Heemskerk

25-09-2008 09:52 | Door Redactie Computable/Emerce | Er zijn nog geen reacties op dit artikel | Permalink

Het Octrooiencentrum Nederland is de eerste overheidsorganisatie die het actieplan Nederland Open in Verbinding, ookwel plan Heemskerk genoemd, volgt. De organisatie stapt voor een groot deel over op open source-software.

Het Octrooiencentrum Nederland (OCNL) stapt voor een groot deel over op open source-software. Daarrmee is het de eerste overheidsorganisatie die overstag gaat en navolging geeft aan het actieplan 'Nederland Open in Verbinding'.

Staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken introduceerde woensdag 24 september 2008 de nieuwe op open source gebaseerde website van OCNL. Het octrooicentrum gebruikt onder meer het open source content management systeem Joomla. Heemskerk noemt het OCNL op dit gebied een ‘koploper' en hoopt dat hiermee ook andere overheidsorganisaties gestimuleerd worden het actieplan te volgen.

Actieplan Nederland Open in Verbinding

In het Actieplan Nederland Open in Verbinding is een belangrijke rol weggelegd voor open standaarden en open source software. Een aantal concrete maatregelen moet ervoor zorgen dat overheden vaker open standaarden en open source-software gaan gebruiken. Het kostenplaatje is een belangrijke factor in het plan, de open source-software zorgt voor minder hoge kosten voor de overheid. Tegelijkertijd maakt open source-software de overheid ook minder afhankelijk van leveranciers.

De volgende stap bij OCNL wordt gezet in de kantooromgeving (inclusief desktop) en het relatiebeheersysteem van de organisatie. Dit moet eind 2009 ook op open source zijn gebaseerd.

Top 10 Reagerende members
  Aantal reacties
met 3+ sterren
Gemiddelde
waardering
Klik voor meer info1 154 6.4
Klik voor meer info2 120 6.7
Klik voor meer info3 109 6.4
Klik voor meer info4 79 6.6
Klik voor meer info5 53 6.1
Klik voor meer info6 49 6.3
Klik voor meer info7 47 6.5
Klik voor meer info8 43 6.1
Klik voor meer info9 43 6.0
Klik voor meer info10 40 6.3