Intel prijst virtualisatie en beheer aan met vPro

25-04-2006 08:07 | Door Jasper Bakker | Lees meer over het bedrijf: Intel | Er zijn nog geen reacties op dit artikel | Permalink

Intel heeft zijn chipcombinatie vPro - met bijbehorende marketing - voor zakelijke desktops onthuld. Het prijst hiermee de voordelen aan van virtualisatie en beter beheer, wat ook betere beveiliging moet opleveren.

Terwijl de verkoop van desktop-pc's niet bepaald vlot verloopt en Intel pas eind dit jaar zijn nieuwe processorarchitectuur Core breed uitrolt, hoopt het bedrijven nu toch warm te maken. Het gisteren onthulde vPro moet zakelijke pc's verder standaardiseren en daarmee it-onderhoud vereenvoudigen.

Ceo Paul Otellini haalde bij de presentatie van vPro dan ook marktcijfers van onderzoeksbureau Gartner aan: 89 procent van het it-budget wordt besteed aan onderhoud. De resterende 11 procent is voor innovatie. Dat onderhoud betreft zowel pc's als servers, maar ook applicaties en opslag. Otellini stelt echter dat de dalende prijs van pc-hardware niet vergezeld is gegaan van dalende pc-beheerkosten; het onderhoud kost nu twee keer zoveel als de pc zelf, aldus de Intel-topman.

De eerste chips voor vPro moeten in juli uitkomen. Het nieuwe platform is opgebouwd rondom een 64-bit dualcore processor (codenaam Conroe). Intel voegt daar zijn G965-, 946 of 963-chipset aan toe. Eerstgenoemde is volgens de producent door de ondersteuning voor de aanstaande grafische technologie DirectX10 van Microsoft geschikt voor de geavanceerde grafische functionaliteit van Windows Vista. Die nieuwe Windows-versie komt in november uit voor bedrijfsgebruikers en pas in januari 2007 voor de massamarkt.

Top 10 Reagerende members
  Aantal reacties
met 3+ sterren
Gemiddelde
waardering
Klik voor meer info1 155 6.4
Klik voor meer info2 121 6.7
Klik voor meer info3 113 6.4
Klik voor meer info4 79 6.6
Klik voor meer info5 53 6.1
Klik voor meer info6 49 6.3
Klik voor meer info7 48 6.5
Klik voor meer info8 44 6.1
Klik voor meer info9 43 6.0
Klik voor meer info10 40 6.3