OR IBM verliest zaak Ondernemingskamer

04-02-2013 16:39 | Door Rik Sanders | Lees meer artikelen over: Arbeidsvoorwaarden | Lees meer over het bedrijf: IBM | Er zijn 4 reacties op dit artikel | Dit artikel heeft nog geen cijfer (te weinig beoordelingen) | Permalink
vrouwe justitia rechter rechtszaak rechtbank

De Ondernemingskamer in Amsterdam vindt niet dat de directie van IBM Nederland de ondernemingsraad (or) van IBM Global Technology Services (GTS) onvoldoende heeft geïnformeerd over de onderbouwing van een aangekondigde reorganisatie. Ook is het ontbreken van een sociaal plan niet in strijd met de Wet op de ondernemingsraden (WOR), in het bijzonder artikel 25, lid 3. De or was naar de Ondernemingskamer gestapt om de reorganisatie tegen te houden.

De zaak diende vorig jaar 25 oktober voor de Ondernemingskamer in Amsterdam; de uitspraak was eind vorige maand. Hoewel het om een voor IBM kleine reorganisatie ging, waarbij in eerste instantie achttien werknemers betrokken waren, staat de rechtszaak symbool voor de moeizame verhoudingen tussen de verschillende ondernemingsraden binnen IBM en de directie. De medezeggenschapsraden willen met steun van de vakbonden een sociaal plan als structureel vangnet voor de vele stille saneringen; IBM ziet zo'n permanente regeling niet zitten.  

In de kern komt de uitspraak van de Ondernemingskamer er op neer dat zij constateert dat IBM en de ondernemingsraad van mening verschillen over de noodzaak van een regeling bij gedwongen ontslag. Maar dit meningsverschil betekent niet dat de directie van IBM de or te weinig heeft geïnformeerd over de op handen zijnde reorganisatie noch dat zij een onredelijke beslissing heeft genomen, aldus de kamer in haar beschikking. 

Onwaardig

Vorig jaar april stuurde de IBM-directie een adviesaanvraag aan de or van IBM GTS over het plan om het onderdeel Global Account (IGA) in Nederland op te heffen. De reorganisatie, waarbij het ging om het werk van achttien werknemers, zou worden uitgesmeerd over de periode 1 mei 2012 tot en met 31 december 2013. Hoewel er een aantal keren overleg was tussen de directie en de or besloot de ondernemingsraad begin juni tot een negatief advies. De raad vond dat de directie ondanks herhaaldelijk verzoek onvoldoende inzicht had gegeven in de maatregelen die zouden worden genomen om de personele gevolgen op te vangen. Daarmee zou volgens de or de directie niet hebben voldaan aan de informatieverplichting die voortvloeit uit artikel 25 lid 3 WOR. 

Volgens de or verwees de directie voor een opvangregeling steeds naar hoofdstuk achttien uit de personeelsgids van IBM. Hierin staan algemene opmerkingen over hoe boventalligheid kan ontstaan en welke mogelijkheden er zijn om intern te solliciteren. De vrees van de or is dat de boventallig verklaarde medewerkers, na enige tijd oeverloos intern te hebben gesolliciteerd terwijl ze geacht worden door te werken, alsnog via de achterdeur worden ontslagen zonder enige vergoeding.

'Dit acht de or onaanvaardbaar en een bedrijf als IBM onwaardig. Van IBM mag verwacht worden dat zij een volwaardige sociale paragraaf opstelt in overeenkomst met or en/of vakbonden', schreef de medezeggenschapsraad van IBM GTS in het negatieve advies.

Onaanvaardbaar

Volgens de IBM-directie klopt deze beschrijving van zaken niet. De directie voert aan dat boventallige medewerkers instromen in het zogeheten Central Match Process (CMP), waarbij ze zowel intern als extern kunnen zoeken naar een andere baan. Daarnaast kunnen ze tijdens de looptijd van het CMP worden ingezet op tijdelijke projecten binnen IBM. Op deze wijze kunnen zij hun cv up-to-date houden en vanuit een werkende situatie solliciteren. De CMP-regeling volstaat; betere (financiële) voorzieningen zijn dan ook niet nodig, liet de IBM-directie begin juli weten aan de or, in een toelichting op het besluit de reorganisatie van IGA  gewoon door te voeren.

De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat IBM in de adviesaanvraag de personele gevolgen en de maatregelen om deze op te vangen afdoende heeft toegelicht: één werknemer zal overstappen naar IGA Benelux, en voor de overige zeventien werknemers start een herplaatsingtraject. Dat de or het onaanvaardbaar vindt dat voor medewerkers die geen baan kunnen vinden gedwongen ontslag volgt, waardoor ze zonder vergoeding IBM moeten verlaten, doet volgens de Ondernemingskamer op dit punt niet ter zake. De or wist hoe de hazen zouden lopen in het herplaatsingstraject. 

Verplichting voldaan

De Ondernemingskamer komt verder tot het oordeel dat het ontbreken van een vertrekregeling bij gedwongen ontslag niet aantoont dat IBM een onredelijke beslissing tot reorganiseren heeft genomen. Tijdens de zitting deed de directie nog de toezegging dat, mocht gedwongen ontslag na een herplaatsingstraject toch aan de orde zijn, zij bij de ondernemingsraad hierover advies zou inwinnen. De Ondernemingskamer nam deze toezegging overigens niet mee in haar beschikking.

Verder stelt de Ondernemingskamer vast dat uit de jurisprudentie over artikel 25 lid 3 WOR niet blijkt dat er een verplichting is tot het opstellen van een sociaal plan met afspraken over (financiële) vertrekregelingen. In het kader van dit wetsartikel dient een ondernemer een overzicht te geven van de personele gevolgen van een besluit en de naar aanleiding daarvan te nemen maatregelen. De Ondernemingskamer is van oordeel dat IBM aan die verplichting heeft voldaan.  

  

Deel dit artikel via LinkedIn
Deel dit artikel via Facebook
Deel dit artikel via Twitter

Top 10 reagerende bezoekers
      Aantal
reacties
Gemiddelde
waardering
Klik voor meer info 1 1939 6.92
Klik voor meer info 2 1464 6.64
Klik voor meer info 3 1193 6.60
Klik voor meer info 4 865 6.59
Klik voor meer info 5 1131 6.57
Klik voor meer info 6 406 6.31
Klik voor meer info 7 543 6.27
Klik voor meer info 8 677 6.01
Klik voor meer info 9 1059 6.00
Klik voor meer info 10 451 5.96