Visies Pvda, CDA en VVD op het te voeren ict-beleid

Aan de vooravond van de Tweede-Kamer-verkiezingen vroeg Computable de drie grote partijen naar hun visie op het te voeren ict-beleid in Nederland. Het PvdA-standpunt wordt vertolkt door columniste Marja Wagenaar, het VVD-standpunt door columniste Hella Voûte-Droste. Joop Wijn vertegenwoordigt het CDA. Hij neemt voor een keer de plaats in van columnist Wim van Velzen, die gewoonlijk de Europese ict belicht.

PvdA: 'Kabinet moet regie in handen nemen'

De ontwikkeling van internet staat op een tweesprong. Wordt het een economisch medium waarbij je voor iedere handeling je kredietkaart moet trekken? Of wordt het een medium dat mensen wereldwijd in staat stelt kennis, informatie en cultuur te delen? De PvdA kiest voor het laatste: de kennissamenleving die ons voor ogen staat waarborgt vooruitgang op alle fronten, niet alleen de economische.
Vier jaar geleden vormde ict nog nauwelijks een politiek vraagstuk. Het adagium was dat er vooral meer van moest komen, op alle fronten. Inmiddels zijn we zover gevorderd dat de vraag actueel is geworden of en hoe politieke regie wenselijk of zelfs noodzakelijk is geworden. Het liberale credo van de afgelopen jaren - als er maar genoeg concurrentie is, hebben consumenten ook daadwerkelijke keuzes - is niet voldoende gebleken. Eigenlijk heeft het alleen gewerkt op de markt voor mobiele telefonie. Voor het opengooien van de kabel voor meerdere internetproviders was ingrijpen van de Kamer nodig. Het inzetten van ict om lastige vraagstukken, zoals de organisatie van de gezondheidszorg, op te lossen komt nog volstrekt onvoldoende van de grond. Een volgend kabinet zal dan ook veel duidelijker de regie in handen moeten nemen, wil Nederland zich kunnen ontwikkelen tot een echte kennissamenleving.
Daarbij gaat het de PvdA om de volgende punten:
Toegankelijkheid. Iedereen die dat wil, moet op internet terecht kunnen. Het aantal computers in buurthuizen en bibliotheken wordt uitgebreid. In instellingen als gemeentehuizen, bejaardenhuizen en ziekenhuizen worden computers geplaatst met speciale programma's waar mensen gemakkelijk informatie kunnen opzoeken.
Positie consumenten. De keuzevrijheid van consumenten staat centraal. Er moet keuze zijn tussen infrastructuren, en op infrastructuren. Monopolies waarbij inhoud en infrastructuur in één hand zijn, worden tegengegaan, omdat pluriformiteit en keuzevrijheid anders in het gedrang komen. Op ieder netwerk worden verschillende aanbieders toegelaten.
Toezicht. Er komt een mediatoezichthouder, waarin OPTA en het Commissariaat voor de Media samengaan. De toezichthouder krijgt nieuwe bevoegdheden op het gebied van prijsvorming, het opleggen van investeringsaanwijzigingen, pluriformiteit van het aanbod van zowel oude als nieuwe media, en toegankelijkheid van bedrijven tot elkaars netwerken. Bij de toezichthouder komt een aparte klachteninstantie voor consumenten. Trends in klachten worden tijdig gesignaleerd en zonodig wordt ingegrepen.
Burger en overheid. Ict wordt ingezet voor een betere dienstverlening en een betere democratische besluitvorming. Bij de verkiezingen van 2008 moet elektronisch stemmen op grote schaal mogelijk zijn. Alle overheidsdienstverlening wordt ook elektronisch mogelijk gemaakt. Alle overheidswebsites krijgen een klantvriendelijk en interactief karakter. Vragen van burgers worden binnen 48 uur beantwoord. Onderwijs en onderzoek. Ieder schoolkind krijgt de beschikking over een eigen computer. De wachtlijsten voor computercursussen in buurthuizen worden zo snel mogelijk weggewerkt. De digitale trapveldjes worden uitgebreid. Bij de verdeling van onderzoeksgelden voor universiteiten en subsidies voor bedrijven krijgt hoogwaardig technologisch onderzoek voorrang.
Wet en recht. In het elektronisch verkeer moeten dezelfde waarborgen gelden als daarbuiten. Privacy van internetgebruikers wordt met duidelijk erkende waarborgen omkleed en mag niet langer per provider of per transactie verschillen. Het auteursrecht wordt aangepast aan de digitale toekomst. Er komt meer inzet en expertise voor de bestrijding van computercriminaliteit.
Content. Er komt een systematische analyse van alle beleidsterreinen waarop maatschappelijke toepassingen van ict kunnen worden ingezet. Zo kan in de gezondheidszorg de bureaucratische rompslomp sterk worden verminderd. Domotica kan ouderen bijvoorbeeld in staat stellen langer zelfstandig te blijven wonen. Snelheid. Snelle internetverbindingen dragen bij aan de spreiding van kennis en aan economische ontwikkeling. De overheid neemt bij deze ontwikkeling de regie in handen door met alle betrokken marktpartijen afspraken te maken over de wijze waarop en het tempo waarin bestaande netwerken (bijvoorbeeld kabel) worden verbreed of nieuwe (bijvoorbeeld umts) worden aangelegd. Verder treedt zij op als vragende partij (grootverbruiker), en als activator en bundelaar van de vraag van consumenten en bedrijven, neemt zij grootschalige proeven - ondermeer op het platteland - en ondersteunt zij actief de ontwikkeling van content voor snel internet. Tot slot het volgende. Je zou het niet denken als je dagelijks de kranten opslaat, maar in Nederland hebben wij het natuurlijk heel erg goed. Internationale solidariteit mag dan ook niet ontbreken. Universiteiten moeten in staat worden gesteld om via internet kennisuitwisselings- en opleidingsprogramma's met ontwikkelingslanden in het leven te roepen. Ook moeten er investeringssubsidies komen om dekkende telecommunicatie- en radionetwerken te bouwen in ontwikkelingslanden. Het opzetten van internetcafé's gaat deel uitmaken van ontwikkelingsprogramma's. Dat moeten de waterputten van de 21e eeuw worden!

Marja Wagenaar is Tweede-Kamerlid voor de PvdA en ict-woordvoerder
 

CDA: centrale overheid als asp voor lagere overheden

Waarschijnlijk heeft u de afgelopen jaren nauwelijks gemerkt dat het kabinet gewerkt heeft aan ict. De belangrijkste aandachtstrekker was de advertentiecampagne "Nederland gaat digitaal". De dienstverlening van de overheid door middel van ict is namelijk nauwelijks verbeterd. Dat is jammer want ict biedt zoveel prachtige mogelijkheden voor dienstverlening aan burgers, voor economische ontwikkeling en voor betrokkenheid van mensen bij elkaar.
De meeste gemeenten zijn inmiddels wel op het internet te vinden. Maar hun sites vallen tegen; ze ontstijgen het niveau van een brochure helaas nog steeds niet. Kon je in 1998 bij een enkele gemeente per e-mail een adreswijziging doorgeven, nu kan het bij een handvol.
Hetzelfde geldt voor het bestellen van grofvuil, het aanvragen van een parkeervergunning of bijvoorbeeld voor het betalen van een parkeerboete. Natuurlijk, er zijn digitale trapveldjes gekomen (in ongeveer honderd buurthuizen zijn een paar computers met internet neergezet), er is een project in een gemeente om elektronisch aangifte te doen bij de politie en in een gemeente kon via het internet worden meegedacht over de inrichting van een nieuwbouwwijk, maar het blijft steken in projecten. Goedbedoelde projecten, daarover bestaat geen misverstand; ze worden vaak getrokken door enthousiastelingen die ook maar zelf het wiel moeten uitvinden. Zij moeten beter worden ondersteund.
Daar ligt de uitdaging voor de komende jaren: de opgedane kennis en ervaring moet beter worden uitgewisseld, voorbeelden moeten worden gekopieerd en opgetild naar landelijke uitrollen. De houding van minister Van Boxtel ("gemeenten zijn autonoom, dus ik kan niets doen") is te passief. Onze richting: de centrale overheid als 'application service provider' voor lagere overheden. Daarbij moet nu snel een 'public key infrastructure' worden gerealiseerd, waarbij de overheid als ttp optreedt voor transacties met burgers.
Was ict enkele jaren geleden 'overhyped', nu is het 'underhyped'. Onze economie zal steeds sterker moeten drijven op toegevoegde waarde door kennis, en dus door ict. In tegenstelling tot Pim Fortuyn vinden wij wel dat blijvend moet worden geïnvesteerd in ict in het onderwijs. Tot nu toe is het relatief gemakkelijke gedaan: elke school een kabelaansluiting en oprichting van de serviceprovider Kennisnet. Nu moet er ook meer worden gedaan aan de ontwikkeling van educatieve software en de kennis van docenten. De uitwisseling tussen hoger- en beroepsonderwijs en het bedrijfsleven kan veel intensiever worden vormgegeven.
Snel internet is in Nederland nauwelijks verkrijgbaar. Dat is een ernstig probleem voor bedrijven die afhankelijk zijn van internet, bijvoorbeeld voor inkoop, verkoop en ondersteuning. Breedbandinternet moet worden gestimuleerd door de overheid. Wij bepleiten een Nationaal Breedbandplan. De overheid moet partijen bij elkaar brengen (bedrijven, onderwijsinstellingen, overheden, telco's, banken, energiebedrijven) en de regie op zich nemen om de kip-ei-situatie te doorbreken. Daarnaast moeten randvoorwaarden worden geschapen om aanleg in nieuwbouwwijken en bestaande buurten te stimuleren. Voor nieuwbouw zou in het bouwbesluit verplicht moeten worden om minimaal de pijpen aan te leggen waardoor de kabels kunnen worden getrokken.
Hierbij zijn subsidies voor innovatieve software-ontwikkeling bespreekbaar. Voor de infrastructuur zoeken wij het meer in publiek/private financiering door middel van participaties of in leningen van de overheid die worden terugbetaald als er omzet wordt gemaakt. Ook scholen en overheidsgebouwen moeten worden aangesloten op het 'toekomstbestendige' glasvezel. De overheid moet zich dus nog actiever opstellen als 'launching customer', met name door zelf breedband te gebruiken, maar ook door meer digitale dienstverlening op het gebied van transacties aan te bieden. Het initiatief aan de markt overlaten (minister Jorritsma zei in dit blad: "het bedrijfsleven is rijk zat") is onvoldoende.
De maatschappelijke toepassing van ict is jammer genoeg een ondergeschoven kindje. In een - wederom - handvol gemeenten wordt daarmee geëxperimenteerd. Kenniswijk in Eindhoven is het bekendste voorbeeld. Daar zien we echter te weinig voortgang. Maatschappelijke toepassingen van ict kunnen betrokkenheid van mensen onderling vergroten. In de thuiszorg bestaan nu alarmknoppen voor thuiswonende bejaarden. Waarom wordt hier niet een internetaansluiting met webcam aan toegevoegd; elke ochtend een kort praatje om mensen in de gaten houden en om de eenzaamheid wat tegen te gaan. Die investering wordt dik terugverdiend doordat mensen langer thuis en in hun eigen buurt kunnen wonen. Stop fusies in het hoger en beroepsonderwijs door via het net vanuit een centrale locatie hoorcolleges te geven op de dependance. Laat kleine ziekenhuizen bestaan door diagnoses op afstand mogelijk te maken. Ondersteun het verenigingsleven door tools aan te reiken om via internet de leden te bereiken. Het CDA wil een betrokken samenleving, en ict kan daarbij helpen.
De afgelopen jaren is Nederland afgezakt onder het gemiddelde van de Europese Unie, met als kwalificatie 'visionary follower'. Er is dus een inhaalslag nodig. Onder het motto 'kies de andere aanpak' heeft het CDA een ambitieuze visie ontwikkeld (zie http://www.joopwijn.nl voor het verkiezingsprogramma) om Nederland weer aan de top in Europa te brengen als "visionary leader". De tijd van goedbedoelde projectjes is voorbij.
 
Joop Wijn is woordvoerder ict voor het CDA
 

VVD: kwaliteitsverbetering dienstverlening staat voorop

Technische ontwikkelingen bieden kansen en bedreigingen. De VVD gelooft in het vernuft van mensen en in de vooruitgang van de techniek om antwoorden te geven op de uitdagingen waarvoor zij zijn gesteld. Het is daarom dat deze partij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van ict zeer belangrijk vindt. Zo was ik als eerste politicus in 1996 online. Toentertijd nog een relatief onbekend verschijnsel, tot nog geen vijf jaar geleden internet stapje voor stapje onze samenleving veroverde.
Maar ict is natuurlijk meer dan internet alleen. Ict-toepassingen speelden ook vóór 1998 al een centrale rol bij het vergroten van arbeidsproductiviteit en kennis. Tot in de haarvaten van de samenleving vindt ict zijn weg. Zo heeft het merendeel van de Nederlandse bevolking toegang tot internet. Tegenwoordig beschikt 69 procent van de huishoudens over een computer, is een bedrijf zonder computers haast ondenkbaar en speelt in het onderwijs het nieuwe leren een centrale rol. Maar ook de dichtheid van het aantal mobiele telefoons (meer dan acht miljoen stuks) wijst op een grote invloed van technologische ontwikkelingen op de Nederlandse samenleving.
Met deze toenemende invloed en het gestegen belang van het opleidingsniveau is de kenniseconomie een feit. In die 'nieuwe economie' bepalen arbeidsproductiviteit, innovatie en flexibiliteit meer dan ooit tevoren de concurrentiekracht van een land. Met name op het gebied van arbeidsproductiviteitsgroei raakt Nederland steeds meer achterop. Alleen slimmer produceren met behulp van ict kan daadwerkelijk bijdragen aan de arbeidsproductiviteitsgroei die onontbeerlijk is voor verdere groei van de Nederlandse economie.
In de afgelopen kabinetsperiode is een aanloop genomen om de invloed van ict op de Nederlandse samenleving in kaart te brengen. De nota 'De Digitale Delta' van de minister van Economische Zaken Annemarie Jorritsma was de aanzet tot het verder ontwikkelen van een overheidsvisie op de uitdagingen en kansen die deze technologische ontwikkelingen ons bieden. Tevens was deze nota de aanzet voor concretere invulling van het ict-beleid. Een goed voorbeeld is 'Het mkb in de Digitale Delta' waarin terecht aandacht wordt gevraagd voor praktische ict-toepassingen in het midden- en kleinbedrijf (mkb). Het mkb is nog steeds het motorblok van de Nederlandse economie, maar om dat te blijven is innoveren topprioriteit. Bij de begrotingsbehandeling is op initiatief van de VVD 25 miljoen Euro extra vrijgemaakt voor een verdere kennisoverdracht van de wetenschappelijke instellingen naar het mkb. In de komende vier jaar zullen we echter nog sterker moeten inzetten op de kennisoverdracht naar het bedrijfsleven, zodat maatschappelijke kennis daadwerkelijk ten goede komt aan de samenleving. Het is zonde als innovatieve kennis blijft hangen tussen de muren van universiteiten, hogescholen en kennisinstellingen.
Maar ook de rol van de overheid is sterk veranderd door ict. De overheid kan efficiënter opereren en de dienstverlening voor burger en bedrijfsleven optimaliseren. Op dat gebied heeft de overheid nog een inhaalslag te maken. Afgelopen jaar is in de Tweede Kamer met algemene stemmen een motie van mijn hand aangenomen om alle relevante overheidsdiensten digitaal aan te bieden. De overheid kan op deze wijze de rol van 'launching customer' op zich nemen. Zodoende ontstaat een kritische massa waarbij ontwikkelingen op het gebied van 'content' worden aangejaagd, waardoor het voor de markt interessant wordt om de broodnodige investeringen in infrastructuur te doen.
Bij elektronische overheidsdiensten valt natuurlijk te denken aan het digitale loket, maar ook kunnen procedures worden gestroomlijnd. Voortvarend moeten we daarom doorgaan met initiatieven zoals de elektronische Herendiensten en een geïntegreerd digitaal subsidieloket. Daarmee kunnen we de lastendruk van de overheid richting burger en bedrijfsleven terugdringen. Zelf heb ik recent een strijdplan tegen administratieve lasten gepresenteerd, waarbij één vergunning voor het bedrijfsleven via een geïntegreerd en digitaal loket kan worden verkregen. Zo ontstaat weer ruimte voor het echte ondernemerschap; de VVD wil entrepreneurs en geen administrateurs.
Bij een volgende kabinetsformatie moet het accent dan ook verschuiven van een nadruk op meer ict-toepassingen, naar een betere inpassing van ict. Het gaat met name om de toepasbaarheid van ict om tot oplossingen te komen van maatschappelijke vraagstukken en problemen.
Het is daarom minder interessant te kijken of er een apart ict-hoofdstuk in een regeerakkoord is opgenomen. Nuttiger is het om te kijken naar de rol die ict op andere beleidsterreinen speelt.
Informatie- en communicatietechnologie kunnen we niet los zien van brede maatschappelijke ontwikkelingen en verdient daarom integraal te worden bezien. Het gaat om de inzet van ict in alle lagen van de maatschappij, waarbij kwaliteitsverbetering van dienstverlening voorop moet staan. Zo kan het online toegankelijk maken van prestatiegegevens van scholen een kwaliteitsimpuls teweegbrengen doordat de dienstverlening van openbare instellingen onderling beter vergelijkbaar wordt. Een dergelijk openbaar kwaliteitstoezicht stelt mensen in staat een gefundeerde keuze te maken voor een school, maar ook bijvoorbeeld voor ziekenhuizen en andere openbare instellingen.
De inzet voor de VVD in een nieuw regeerakkoord is dan ook om een concreet plan van aanpak op te nemen voor de verschillende ministeries. Hierin moet vermeld staan op welke wijze de ministeries concreet invulling denken te geven aan de verbetering van de overheidsdienstverlening door ict, zodat zij daar ook concreet op af te rekenen zijn. Toepassing van ict is geen vrijblijvende inspanningsverplichting meer, maar moet nu tot in de wortels van de overheid doordringen. Dat is noodzakelijk voor de gewenste vooruitgang zodat Nederland de spin in het web van de Europese kenniseconomie zal blijven.
 
Hella Voûte-Droste, lid Tweede Kamer VVD, woordvoerder Economische Zaken en ICT - hvoute@tk.parlement.nl

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2002-05-10T00:00:00.000Z Marja (e.a.) Wagenaar
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.