'Return-on-medezeggenschap'

Veel ict-bedrijven hebben, om uiteenlopende redenen, geen ondernemingsraad. De bedrijven laten hier echter een kans liggen, betoogt John van Rouwendaal. Een or heeft volgens hem namelijk toegevoegde waarde en onder bepaalde voorwaarden is er wel degelijk sprake van een 'return-on-medezeggenschap'. Voor ict-bedrijven is het dan ook de hoogste tijd om te beginnen aan een inhaalslag op het gebied van medezeggenschap.

In 2001werd al geconstateerd dat meer dan de helft van de ict-bedrijven niet voldoet aan de wettelijke eis om werknemers formeel inspraak te geven via een ondernemingsraad (or). Anno 2003 is medezeggenschap in de ict-sector nog steeds onder de maat. Schattingen van het aantal bedrijven dat krachtens de Wet op de ondernemingsraden, de WOR, wel een or zou moeten hebben maar deze niet heeft, lopen uiteen van 30- tot 70 procent. Grotere bedrijven hebben doorgaans wel een or, maar (jonge) mkb'ers laten hier echter vaak een kans liggen. Draagvlak onder het personeel is, nu in veel bedrijven en op de markt belangrijke veranderingen gaande zijn, van cruciaal belang.

Waarom (nog) niet?

Ict-bedrijven hebben diverse redenen om (nog) geen or hebben. Een reden is bijvoorbeeld dat ze geen vijftig werknemers hebben. Dat kleinere bedrijven óók hun voordeel kunnen doen met een or, wordt voor het gemak vaak vergeten. Men staat er niet bij stil dat het verstandiger is om alvast met een or te leren werken voordat de wet daartoe verplicht of voordat een crisis uitbreekt en halsoverkop een or moet worden opgericht.
Een andere reden waarom veel ict-bedrijven nog geen or hebben, is dat in deze branche individualiteit hoog in het vaandel staat. De ict-revoluties hebben niet alleen in de maatschappij meer individualiteit geschapen, maar ook een sector waarin individualiteit door werknemers en werkgevers hoog wordt gewaardeerd. Daarentegen begint langzamerhand gelukkig ook in deze sector door te dringen dat men niet meer om een bepaalde mate van collectiviteit heen kan. En dat aan collectiviteit ook voordelen zitten.
Een derde belangrijke reden waarom in de ict nog maar weinig bedrijven aan een or begonnen zijn, is dat hiervoor nauwelijks tijd is geweest. Voordat de markt instortte, heeft men zich niet druk gemaakt om organisatiewetenschap, managementtheorieën of volwaardige medezeggenschap. Nu zit de markt echter in een dip. Daarnaast hebben veel bedrijven te maken met bankzitters. Dit is op zich vervelend, maar hierdoor hebben bedrijven wel de tijd en de mankracht hun focus meer intern te richten. Ict-bedrijven kunnen nu eindelijk hun organisaties - alsmede de markt en de sector - naar een volgend ontwikkelingsstadium tillen. Daar heeft het management een or hard bij nodig.
Als laatste reden waarom ict'ers nog niet allemaal met ondernemingsraden werken, noem ik hier het feit dat over ondernemingsraden voornamelijk negatieve vooroordelen de ronde doen. Bij veel directeuren en managers leeft nog steeds een beeld als zou werknemersparticipatie meestal vakbondsonrust, polarisatie en inefficiëntie met zich mee brengen. Samenvattend komen de vooroordelen erop neer dat een or meer kost dan oplevert. Dit beeld is echter niet meer actueel. Dergelijke vooroordelen stammen uit de jaren vijftig. Tegenwoordig komen de (vele) voordelen van medezeggenschap, al dan niet in de vorm van ondernemingsraden, duidelijk naar voren in de managementliteratuur.

Toegevoegde waarde

In or-land is het gebruikelijk en geaccepteerd om te spreken van de toegevoegde waarde van een or. In andere sectoren dan de ict is reeds algemeen bekend en erkend dat goed overleg of goede onderhandelingen met de or het personeel én de organisatie toegevoegde waarde bieden. Zo kan de or een bijdrage leveren aan de meningsvorming over de koers, visie en strategie, overigens mits zij daartoe de bekwaamheid en de ambitie heeft. Dankzij de ondernemingsraad kunnen vroegtijdig problemen worden opgespoord, mits de bestuurder openstaat voor signalen uit de or. In het or-overleg kan de bestuurder voorts toetsen of er draagvlak is voor mogelijke verandering van strategie en voor de uitvoerbaarheid van (daaruit voortvloeiende) besluiten. De or moet dan overigens wél goed geworteld zijn in de desbetreffende organisatieonderdelen.
Een andere mogelijk toegevoegde waarde van de ondernemingsraad is het scheppen van draagvlak door in het besluitvormingstraject in te spelen op de voors en tegens in werknemerskring. De or moet daartoe een afspiegeling zijn van het personeel. Voorts is de or een geschikt kanaal om de informatievoorziening en communicatie naar het personeel te stroomlijnen. Tot slot mag worden verwacht dat or-betrokkenheid bij de bedrijfsbesturing positief uitwerkt op de financiële 'performance' van de onderneming.

Rendement

Nieuw in or-land is het denken in termen van return-on-investment in relatie tot een ondernemingsraad: return-on-medezeggenschap (rom). Een or is eenvoudigweg een 'investment'. Met een simpele rekensom breng je de kosten in kaart, bijvoorbeeld: fte's + cursus (eventueel - subsidie). Voor wat betreft de 'return' is uit Amerikaans onderzoek gebleken dat medewerkerparticipatie de financiële 'performance' wel degelijk positief beïnvloedt. Daarnaast leveren beter uitvoerbare besluiten efficiëntiewinst en (dus) kostenbesparing op. Ook betekent or-instemming grotere identificatie van medewerkers met (de uitkomsten van) het ondernemingsbestuur ('employee-loyalty'). Om rom te behalen moeten dan wél de juiste voorwaarden worden gecreëerd.
Een cruciale voorwaarde is dat van begin af aan de 'return-on-medezeggenschap' centraal staat. Een or moet vanaf dag één doordrongen zijn van het feit dat zij zichzelf kan en zou moeten terugverdienen. Elk bedrijfsonderdeel moet zichzelf immers terugverdienen. Bedrijven moeten ook daadwerkelijk proberen in kaart te brengen hoeveel een or kost en nog belangrijker: wat zij oplevert.
Een andere voorwaarde is dat een or van begin af aan zich 'gewenst' moet voelen. Directies en managers moeten een ondernemingsraad duidelijk maken dat zij nodig is om van het bedrijf een succes te maken. Een te kritische of negatieve houding van een leidinggevende tegenover een or is vaak funest. Het omgekeerde geldt ook: het management mag van een or verwachten dat zij open en constructief overlegt en dat ze onderhandelt in het belang van zowel medewerkers als van het bedrijf.
Als laatste noem ik hier de voorwaarde dat een or overal over mee moet kunnen praten en denken. Zij moet vrijelijk haar mening kunnen geven over alle onderwerpen die spelen in een organisatie. Alleen bij open communicatie krijg je de waarheid, de meeste en beste alternatieven, et cetera boven tafel en is de 'return-on-medezeggenschap' potentieel het grootst.

Inhaalslag

Ict-bedrijven hebben een inhaalslag te maken op het gebied van medezeggenschap. Deze geformaliseerde vorm van bedrijfsdemocratie biedt werknemers en werkgevers een unieke en waardevolle vorm van participatie. Dit geldt vooral voor bedrijven die deel uitmaken van Amerikaanse concerns. De VS-maatstaven voor efficiëntie en bedrijfsbesturing zijn ongeschikt voor Nederlandse verhoudingen. Hier geldt veel meer het inbouwen van 'checks & balances', overleg naast onderhandeling, et cetera. Een or kan daaraan een belangrijke bijdrage leveren. Wanneer de markt weer aantrekt, sta je uiteindelijk sterker met een or.

 
John van Rouwendaal, beleidsadviseur bij Bezo-Consult

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2003-03-07T00:00:00.000Z John van Rouwendaal
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.