Bits en bytes uitwisselen met 110 Gbps

AMS-IX is het grootste internetknooppunt van Europa

Sinds eind vorig jaar is het Amsterdamse AMS-IX het grootste internetknooppunt van Europa. Dat komt door de groei van het aantal buitenlandse aanbieders en de groei van het audio- en videoverkeer.

AMS-IX zei eind oktober als eerste internet exchange de 100 Gbps-barrière te doorbreken. De Londen Internet Exchange (LINX) claimde al een week eerder hetzelfde. “Maar LINX telt de private interconnects van klanten onderling ook mee. Dat doen wij niet; dit is allemaal publiek verkeer zoals dat heet”, zegt Job Witteman, directeur van AMS-IX. Het Nederlandse internetknooppunt groeit al sinds de oprichting in de jaren negentig met tien procent per maand.

Anders dan bij een aantal andere exchanges zet de groei bij AMS-IX door. Dat komt voornamelijk door het aantal partijen dat zich bij AMS-IX heeft aangesloten. “Dat is een sneeuwbaleffect. Hoe meer verkeer je trekt, hoe meer partijen en hoe meer verkeer ze kunnen uitwisselen. Dat versterkt elkaar”, zegt Witteman. Vooral het aantal buitenlandse klanten is de afgelopen jaren hard gegroeid. Van oudsher had LINX een aantal grote internationale partijen, omdat het een aantrekkelijke plaats was vanuit de Verenigde Staten. “Veel van die partijen zijn naar AMS-IX gekomen. Die hebben hier dus in feite extra verkeer gegenereerd, terwijl ze al in Londen aangesloten waren”. Nu is ongeveer zeventig procent van de 239 leden van AMS-IX internationaal. Daarvan komt ongeveer de helft uit Europa en de helft uit Noord-Amerika. Het grote aantal buitenlandse klanten heeft tot gevolg dat AMS-IX tijdens het stilste uur van de dag nog steeds verkeer uitwisselt met een snelheid van 60 Gbps. “Dat is echt verkeer dat grotendeels plaatsvindt tussen leden die niet Nederlands zijn”.

Vooral voor bedrijven uit de Verenigde Staten is Amsterdam een aantrekkelijke landingsplaats. Witteman: “Het is voor deze providers vrij uniek dat ze naar een plek kunnen komen en daar met meerdere partijen peering-afspraken kunnen maken”. Dat komt omdat exchanges in de VS vaak commercieel zijn en relatief minder peeringklanten hebben. Vaak blijkt dan voor deze partijen dat een kleine poort niet groot genoeg is. “Daar begrijpen ze helemaal niets van, maar ze zijn er wel ontzettend blij mee, want hoe meer verkeer je over je verbinding verstuurt, hoe lager de prijs per bit uitvalt”.

Van een andere doelgroep, bedrijven en overheid, kreeg AMS-IX minder aandacht. De gemeente Den Haag heeft inmiddels een aansluiting bij het internetknooppunt en Witteman verwacht dat er meer overheidsinstanties zullen volgen. Maar AMS-IX zal niet proactief partijen uit de niet-carrier/isp wereld aan zich proberen te binden. “Als mensen bij ons aankloppen en ze voldoen aan de voorwaarden, dan zeggen we geen nee. Er zijn natuurlijk multinationals die een ‘Autonomous System Number’ (vereist voor het starten van een eigen netwerk) hebben. En die kunnen zich in principe aansluiten”.


Snelle poorten

Een andere oorzaak van de groei is dat de AMS-IX als eerste internet exchange begonnen is met het aanbieden van poorten van 10 Gpbs. “Door dit te doen hebben we geen enkele rem gezien op de groei”, zegt Witteman. In november 2004 sloot het Amsterdamse knooppunt het eerste lid aan op een 10 Gbps-verbinding. Inmiddels zijn er meer dan veertig van deze poorten in gebruik.

Het internetknooppunt voorzag zelf niet dat de 10 Gbps-verbindingen zo snel in gebruik zouden worden genomen. De investering voor de klant om een interface voor een dergelijke verbinding aan te schaffen was in het begin van dit jaar nog zo’n tachtigduizend euro. Dat is een eenmalige investering, maar dat is een flink bedrag voor de meeste isp’s in één keer. Zeker als je redundant wilt aansluiten. “Uit een onderzoek bleek destijds dat de eerste klanten zich pas in juli van dit jaar zouden aansluiten. Maar dat is sneller gegaan. Als er één schaap over de dam is, volgen er meer”.

Gevolg van de overstap naar de 10 Gbps-poorten was dat de leden stopten met het uitwisselen van verkeer via een eigen verbinding (private peerings) buiten de AMS-IX switches om. “Die 10 Gbps-verbinding hadden ze toch. Daarmee forceerden ze ook de andere partij een 10 Gbps-verbinding aan te schaffen, omdat deze anders de gesloten internetverbinding met de partij kwijt zou raken”. KPN heeft de eerste 20 Gpbs-poort afgenomen, een verbinding die gerealiseerd is door twee 10 Gbps-poorten symmetrisch te verbinden.


VoIP-exchange

Niet alleen het aantal buitenlandse klanten en de komst van de 10 Gbps-poorten zorgden voor meer verkeer. Ook het internetverkeer is toegenomen. Vooral streaming video en audioverkeer heeft een groot aandeel in de groei van het internetverkeer. Tachtig procent van de ondervraagden denkt dat dit verkeer sterk zal groeien. Het VoIP-verkeer daarentegen heeft een volumeaandeel van drie procent. Slechts vijftien procent van de ondervraagden denkt dat het verkeer uit VoIP sterk zal toenemen. Dat bleek uit onderzoek onder de leden van AMS-IX half december. VoIP-verkeer heeft namelijk een relatief lage bandbreedte per sessie nodig, het datavolume is laag.

Witteman verwacht dat er geen aparte exchange voor de uitwisseling van VoIP-verkeer nodig is. “Dat is technisch nergens voor nodig. De hoeveelheid verkeer die het met zich meeneemt is ook niet zo schrikbarend”. Een aparte exchange is alleen nodig als het verkeer anders betaald moet worden, of als het verkeer van extra kwaliteit moet zijn of als het om wat voor reden dan ook, vanwege regels bijvoorbeeld, gescheiden moet worden van data-internet. Mochten de leden daaraan behoefte hebben, dan is het VoIP-verkeer ook uit te wisselen op een aparte of virtuele switch. Dan is dat ook een VoIP-exchange. “Maar dat zijn fysiek andere machines dan we nu gebruiken. Dat is voor ons niet logisch. Het mobiele-internet-verkeer (GRX-verkeer) draait ook op dezelfde machines”.


Nieuwe ontwikkelingen

De verwachting is dat het verkeer van de AMS-IX alleen maar zal toenemen. Deze groei heeft tot gevolg dat AMS-IX moet kijken naar nieuwe ontwikkelingen. Het internetknooppunt gebruikt nu switches van het merk Foundry. Het probleem dat de switchfabrikanten nu onder andere tegenkomen is dat er wel meer poorten in het chassis geplaatst kunnen worden, maar dat het apparaat te warm wordt. Een switch met meer poorten gebruikt nog meer energie en geeft nog meer warmte af. “Dat moet je zien te koelen. Dat is al een probleem binnen die machine, maar daarnaast ook binnen de kast waar de switch in staat. Een grotere doos maken werkt niet, want in de kast zitten de switches al vrij dicht op elkaar”.

Begin december veranderde de internet exchange de topologie van de infrastructuur (zie kader). Nu zitten tussen de Mucho Grandes via de volledig optische switch van het merk Glimmerglass meerdere verbindingen met een snelheid van 10 Gpbs met de core switch. Daaraan kunnen in principe 24 klanten met een 10 Gbps worden aangesloten. Witteman: “Maar ook de klanten zonder 10 Gbps-verbinding worden op de core switch aangesloten. Dat betekent dat je tot maximaal 48 10 Gbps-klanten kunt komen per core switch”. AMS-IX heeft nu meer dan veertig poorten op een 10 Gpbs-verbinding. De internet exchange wil daarom de meervoudige Gpbs-verbinding tussen de Mucho Grande/Glimmerglass-combinatie en de RX16 naar 80 Gbps brengen.

Dat doen ze door acht 10 Gbps-verbindingen samen te voegen. “Daar komt wel wat meer bij kijken. Ze moeten naast elkaar zitten en aan dezelfde specificaties voldoen. Anders werkt het niet. De switch moet denken dat het één verbinding is”.

Een andere uitdaging voor de toekomst is voor AMS-IX het gebruik van kleurschakelen, oftewel lambda switching. Bij deze techniek worden datastromen op verschillende frequenties, lamda’s, door de glasvezel verstuurd. Zo kunnen er door één glasvezel verschillende datastromen gaan. “Binnen een eigen netwerk is kleurenmanagement vrij eenvoudig. Maar als veertig tot vijftig partijen in één glasvezelinfrastructuur verkeer uitwisselen is kleurenmanagement absoluut een uitdaging”.


Staken

Witteman is niet bang dat de groei het principe van het verkeersplein laat staken. “Die bits en bytes trekken zich er geen fluit van aan. Er zitten geen emoties in die bits. Het wordt alleen maar aantrekkelijker, zo’n knooppunt. De magneetfunctie wordt alleen maar sterker”. Inmiddels wisselen de partijen op het Nederlandse internetknooppunt het verkeer al uit met een snelheid van 110 Gbps. Als de groei exponentieel voortzet, bereikt het knooppunt mogelijk nog dit jaar de 250 Gbps-grens. Witteman: “Maar ik denk dat we daar overheen gaan”.

Infrastructuur

December vorig jaar werd de bestaande ringinfrastructuur vervangen door een dubbele sterinfrastructuur die naast elkaar ligt. Een van de twee is op een bepaald moment actief. Als één infrastructuur uitvalt, wordt er overgeschakeld naar de andere. AMS-IX heeft plannen om deze infrastructuur nog verder uit te bouwen.

De klanten met een 10 Gbps-verbinding komen nu binnen via een volledig optische switch van het merk Glimmerglass, die verbonden staat met één van de stub switches, de Mucho Grande 8 van het merk Foundry die weer verbonden zijn met de core switch, de Foundry Big Iron RX16. De klant zonder 10 Gbps-verbinding wordt verbonden aan een edge switch, de Big Iron 15000, die via de optische switches ook weer bij de core switch uitkomt.

Het principe

AMS-IX is een van de Nederlandse internet exchanges. Bedrijven sluiten zich bij een internet exchange aan om zoveel mogelijk het regionale verkeer met elkaar uit te wisselen om het langeafstandsverkeer, de transitverbindingen, te ontlasten. Dit zogenaamde peeren wordt over het algemeen gedaan met gesloten beurs. Als het regionale verkeer bij een internetknooppunt wordt uitgewisseld, hoeft dit verkeer niet via de centrale netwerklocaties, die soms op het hoofdkantoor staan, te worden geleid. Daarom is het voor Amerikaanse bedrijven bijvoorbeeld aantrekkelijk om Europees verkeer bij een Europees internetknooppunt uit te wisselen.

Iedereen met een groot eigen (autonoom) netwerk kan lid worden van een internet exchange: dat zijn vooral internet service providers en carriers, maar het kunnen ook grote multinationals zijn. Voor aansluiting is wel een as-nummer (autonomous system-nummer) nodig. Deze identificatiecode op internet is bedoeld om belangrijke routers op het internet te kunnen vinden.

NL-IX

Nederland kent buiten AMS-IX nog verschillende andere internet exchanges, waarvan NL-ix de grootste is. Inmiddels zijn 120 klanten aangesloten bij het internetknooppunt, waarvan het kantoor in Den Haag gevestigd is, maar dat alle infrastructuur in en rondom Amsterdam heeft staan. NL-ix richt zich in tegenstelling tot AMS-IX vooral op de Nederlandse markt. Ongeveer tachtig procent van de klanten is Nederlands. “Iedereen met een serieuze hoeveelheid Nederlandse verkeer kan zich bij ons aansluiten”, zegt directeur Jan Hoogenboom.

NL-ix en AMS-IX zien elkaar niet als concurrenten. “We vullen elkaar aan”. Bedrijven gebruiken NL-ix vaak als opstap. “We helpen bedrijven door naast de fysieke (ethernet) poort ook alle benodigde apparatuur, diensten en kennis te leveren die de klant nodig heeft om aan te sluiten en om vanaf dag één effectief verkeer uit te wisselen. Na één of twee jaar zie je ze dan ook aansluiten bij de AMS-IX”.

NL-ix heeft de afgelopen jaren ook een sterke groei van het internetverkeer gezien. “We groeien met dezelfde snelheid als AMS-IX, maar omdat we later begonnen zijn blijven we wat kleiner”. Hoogenboom denkt dat de groei vooral komt doordat de techniek om aan te sluiten bij een internetknooppunt goedkoper en gemakkelijker is geworden. “Ook de benodigde kennis is veel breder beschikbaar, waardoor de drempel, ook voor de zakelijke markt, om aan te sluiten veel lager is geworden”.

In het internetverkeer is vooral de groei van het aandeel nieuwsgroepen opvallend. NL-ix kijkt niet naar waaruit het internetverkeer bestaat, maar ziet dat er providers op de markt komen die zich specifiek richten op nieuwsgroepen. Deze partijen groeien explosief in aantallen klanten en verkeershoeveelheden. In deze nieuwsgroepen worden discussies gevoerd, maar ook muziek, software en films worden er uitgewisseld.

NL-ix verwacht de komende jaren nog te groeien. “Er zijn ongeveer nog zo’n 750 providers die zich bij ons kunnen aansluiten. We verwachten dat een paar honderd daarvan dat ook zullen doen.” Wanneer andere partijen, zoals overheden, zullen aansluiten is moeilijker voorspelbaar. “Het is een heel diverse doelgroep en ook zijn ze weinig met technologie bezig. Maar juist door deze doelgroep te helpen met alles wat ze nodig hebben voor een aansluiting, proberen wij dit proces te versnellen. Misschien geldt: als één schaap over de dam is, volgen er meer”.

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2006-03-24T00:00:00.000Z Rian van Heur
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.