Managed hosting door True

Historicus Alberts nuanceert verband jodenvervolging en mechanische bevolkingsregisters

Wie heeft het geweten?

In het controversiële boek IBM en de Holocaust stelt de Amerikaanse onderzoeksjournalist Edwin Black dat IBM via zijn Duitse dochterbedrijf Dehomag de technische middelen (de Hollerith-ponskaarteninstallaties) leverde, waarmee Hitler zijn plan voor de vernietiging van de Joden kon uitvoeren. Historicus Gerard Alberts, gespecialiseerd in computergeschiedens, heeft gelet op de bevindingen van Black in Nederland. Hij verwerpt het directe causale verband dat de auteur legt tussen de geoliede bevolkingsadministratie tijdens de bezetting en het grote aantal Joden dat in Nederland is afgevoerd.

In het boek worden twee parallelle gegevens opgevoerd, vertelt Alberts. "Een gaat over de verschillen in deportaties van Joden in Frankrijk en Nederland, de ander over de verschillen in bevolkingsadministratie". In Frankrijk kwam 25 procent van de Joodse burgers om (85 duizend van de 300 duizend) en in Nederland 73 procent (102 duizend van de 140 duizend). In Frankrijk bestond een gebrekkige administratieve
Hollerith-organisatie en in Nederland een uitstekende organisatie. Alberts: "Een direct causaal verband tussen een goed georganiseerde administratie en de deportatie van Joden mag je echter niet leggen. Black suggereert dit wel in zijn boek en legde tijdens een uitzending van het actualiteitenprogramma Twee Vandaag dit verband wel. Maar bij de deportatie van Joden spelen allerlei factoren een rol. Je kunt bijvoorbeeld ook geen direct causaal verband leggen tussen de spoorwegen en de deportatie van Joden. Een goede historicus let hier op."
"Ook al zegt Black dat hij depressed is en niet veroordeelt, kan de aanklacht het zicht op de geschiedschrijving toch gemakkelijk kan vertroebelen", vervolgt Alberts. "Ik ben het erg eens met David Barnouw van het NIOD die opmerkte dat je bijna zou vergeten dat het echt de Duitsers waren die de Joden naar de concentratiekampen sleepten."

Administratie

De Nederlandse administratie en in het bijzonder de bevolkingsadministratie was in oorlogstijd bijzonder vooruitstrevend. De basis daarvan ligt in de jaren dertig, zegt Alberts. "Bijzonder aan Nederland was dat er een Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters was, ingesteld in 1936. Die Rijksinspectie legde een Centraal Bevolkingsregister aan. Aan de ene kant had men op gemeentelijk niveau bevolkingsregisters die met de hand werden bijgehouden. Aan de andere kant verzamelde het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag statistische gegevens, geaccumuleerd statistisch materiaal dat anoniem werd verwerkt in ponskaarteninstallaties. Het had sowieso niet voor de individuele vervolging van Joden gebruikt kunnen worden."
De missing link in Nederland is volgens de historicus de in 1936 opgerichte Rijksinspectie Bevolkingsregister, dat onder het ministerie van Binnenlandse Zaken viel. Onder leiding van Jacobus Lambertus Lentz, de belichaming van de vooruitstrevende administrateur in Nederland, werden alle bevolkingsregisters in Nederland binnen vijf jaar op één lijn gebracht. Daardoor konden ze gemechaniseerd worden en was het mogelijk ponskaarten van iedere individuele burger te maken. Dat Centraal Register maakte wel gebruik van de machines van het CBS. Lentz was een zeer toegewijde bureaucraat, ook tijdens de Duitse bezetting. Black benadrukt dat Lentz geen nazi was. Alberts. "Hij streefde het ideaal van een volmaakte registratuur na en schreef later in zijn memoires dat dat ook was gelukt. Wat niet vergeten mag worden, is dat iedereen in Nederland - Joden en niet-Joden - zich tijdens de bezetting keurig liet registreren. Dat is een van de onverklaarbare fenomenen van de Tweede Wereldoorlog in ons land: een anti-Duitse houding, maar wel erg braaf."
Het verhaal van de geoliede bureaucratie in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog is niet nieuw, merkt hij op. "De VPRO zond een paar jaar terug een documentaire uit over het geavanceerde Amsterdamse bevolkingsregister, waaruit de Joodse inwoners met een paar dagen zo geselecteerd konden worden. Maar het blijft verbijsterend om te zien of te lezen hoe concreet zoiets uitpakte."
Alberts vindt verder dat er in het boek een aantal losse eindjes zitten. Hij plaatst bijvoorbeeld een kanttekening bij de opmerking dat IBM in 1942 1,5 miljoen ponskaarten leverde aan de Nederlandse bevolkingsadministratie. "Er staat niet waar ze vandaan kwamen. Uit de Verenigde Staten? In oorlogstijd? Dat kan haast niet. Uit Duitsland?"
Ook zegt Alberts dat er in de Nederlandse administratie niet alleen IBM-machines werden gebruikt. Het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruikte ook Kamatec-apparaten en andere instellingen hadden diverse Powers-machines staan, de toenmalige grote concurrent van IBM. Bovendien spreekt Black ten onrechte van honderden IBM-machines. "Het CBS beschikte in totaal over zo'n 120 machines en de belangrijkste toepassing was de handels- en verkeersstatistiek."

Kapitalistische houding

Hoewel Alberts zich bij het lezen van het boek in eerste instantie op Nederland heeft gericht, vindt hij de beschrijving van de handel en wandel van IBM en het Duitse onderdeel Deutsche Hollerith Maschinen Gesellschaft (Dehomag) in Europa fascinerend. Black beweert in zijn boek dat Hitler door de op maat gemaakte en voortdurend gemoderniseerde Hollerith-systemen in staat was van de jodenvervolging een automatisch en systematisch proces te maken. Hij spreekt van een strategisch verbond tussen Big Blue en het Derde Rijk. Alberts brengt hier tegen in dat IBM heel concreet betrokken is geweest bij nazi-Duitsland vanuit een a-politieke, puur kapitalistische houding. "Daarbij was Duitsland in die tijd technologisch gezien ontzettend modern, ook op het vlak van wapens, auto's, wegen, noem maar op."
Hij verwerpt het verwijt van Black aan het adres van IBM dat het bedrijf speciaal allerlei programma's voor de nazi's ontwierp. "Dat is een onzin-argument. Wie bij IBM een set van Hollerith-machines huurde, kreeg daarbij door IBM op maat ontwikkelde bewerkingsschema's voor de doorvoer van ponskaarten. Dergelijke systeemanalyse was nu eenmaal een technisch vereiste, anders draaide er geen enkele machine. Pas in de jaren 1960 vroeg IBM daar apart geld voor. Het is niet bijzonder dat IBM zijn klanten in de jaren dertig een compleet product leverde."
 

Dit artikel is afkomstig van Computable.nl (https://www.computable.nl/artikel/1413930). © Jaarbeurs IT Media.
?

 

Reacties

Interressant punt. Mocht je dit interressant vinden dan moet je ook zeker de documentaire "The corporation" bekijken. Maar het meest opvallende hier is dat er in mijn scherm onder het artikel, over de dubieuze rol van IBM, een reclame is van nota bene IBM zelf. Is dit toeval of doelbewust gedaan?

Lees meer over:
Vacatures

Stuur door

Stuur dit artikel door

Je naam ontbreekt
Je e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×