Managed hosting door True

'Met onderzoeksagenda in software-eredivisie'

VCI-voorzitter bepleit andere beloning IT-wetenschapper

Dit artikel delen:

AMSTERDAM - Nederlandse IT-wetenschappers zouden eerder moeten worden afgerekend op onderzoek dat concreet resultaten oplevert voor de industrie, dan op het aantal artikelen dat ze jaarlijks publiceren. Bovendien is het gewenst bij het maken van onderzoeksplannen de inspanningen van andere landen op dit gebied mee te nemen.

Dat zegt prof. dr K.M. van Hee, voorzitter van de Verkenningscommissie Informatica. Deze commissie heeft er onlangs voor gepleit een situatie te creëren waarin Nederland kan uitgroeien tot een centrum voor software-integratie en wereldwijde handel in software. Om door te dringen tot de 'internationale eredivisie' van software-industrieën moeten wetenschappers, bedrijfsleven en overheid een nationale onderzoeksagenda samenstellen.

Wijzigen beloningsstructuur

Volgens Van Hee, werkzaam bij Bakkenist Management Consultants en deeltijd-hoogleraar aan de TU Eindhoven, neigt de Nederlandse IT-branche er steeds meer toe om zich te specialiseren in onderzoek en ontwikkeling van generieke pakketsoftware. Ook binnen de overheid dringt, getuige het recentelijk verschenen Software Actieplan, het besef door dat Nederland op het gebied van software-ontwikkeling op het wereldtoneel een belangrijke rol zou moeten kunnen spelen. Binnen de meeste IT-faculteiten en -vakgroepen is dit bewustzijn nog onvoldoende doorgedrongen. Van Hee wijt dit ondermeer aan het feit dat het functioneren van wetenschappelijke onderzoekers wordt afgemeten aan het aantal artikelen dat zij in internationale vaktijdschriften publiceren. Publikaties over experimenteel IT-onderzoek en applicatie-ontwikkeling 'scoren' lager dan artikelen over hardware- en systeemsoftware.
Wetenschappelijke onderzoekers zouden volgens Van Hee eerder moeten worden afgerekend op de vraag wat hun werk concreet voor de software-industrie oplevert dan op het aantal publikaties. Hij pleit daarom voor een wijziging in de beloningsstructuur.

Inventarisatie

De Verkenningscommissie Informatica heeft in het rapport 'Geen toekomst zonder informatica; toekomstverkenning informatica 1996-2000' een inventarisatie opgenomen van het IT-beleid dat Amerika, Japan, de Europese Unie, Duitsland, Frankrijk, Italië en Engeland voeren.
De inventarisatie is volgens commissievoorzitter Kees van Hee van belang om de richting van het Nederlandse IT-beleid te bepalen, aangezien zij helpt bij het vinden van een antwoord op de vraag welk deel van IT-onderzoek en -ontwikkeling Nederland zelf kan aanpakken en welk deel beter ingekocht kan worden.
Uit de informatie die via ambassades is vergaard, blijkt dat in alle onderzochte landen IT van grote strategische waarde wordt gevonden en dat overal sprake is van stimulering door de overheid. Ondermeer door het beschikbaar stellen van financiële middelen en het bevorderen van kennisoverdracht tussen wetenschap en bedrijfsleven.

Amerika en Japan

De federale overheid ziet IT als sleutel tot modernisering van de samenleving en versterking van de concurrentiepositie van de VS. Dat blijkt uit het National Information Infrastructure Programma, waarvoor in 1994 meer dan 1 miljard dollar beschikbaar werd gesteld. Het geld werd ondermeer besteed aan onderzoek naar High Performance Computing, Advanced Software Tools & Algoritm. In het onlangs opgestelde 'National Critical Technologies Program' wordt speciale aandacht geschonken aan onderwerpen als datacompressie, signaalverwerking, netwerktechnologie, interoperabiliteit, parallelle systemen, datawarehousing, robotica, kunstmatige intelligentie en software-ontwikkeltools.
In Japan, dat zowel een achterstand heeft ten opzichte van de VS als Europa, is door de overheid en stimuleringsprogramma opgesteld dat zich de komende jaren richt op het ontwikkelen van speerpunttechnologie in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven. Het totale budget van ruim 10 miljard gulden zal worden verdeeld over de aandachtsgebieden IT in de overheid, IT in de zorgsector en de bouw van een informatie-infrastructuur voor research & development.

Europese Unie

De Europese Unie kent drie belangrijke stimuleringsprogramma's: Esprit, Race/Acts en Telematics waarvoor in de periode 1994-1998 bijna 3,5 miljard Ecu is gereserveerd. Van Hee betreurt het dat relatief weinig Nederlandse bedrijven gebruik maken van de subsidiemogelijkheden die de Europese Unie biedt. Temeer daar met name binnen het Esprit-programma veel geld beschikbaar is voor het domein softwaretechnologie. Overigens merkt Van Hee op dat hij de doelstellingen van de verschillende programma's van harte onderschrijft, maar dat er tot nu toe nog betrekkelijk weinig concrete resultaten uit zijn voortgekomen.

Duitsland en Italië

De Bondsregering voert volgens de Verkenningscommissie een intensief IT-stimuleringsbeleid. Dat komt ondermeer tot uiting in het beschikbaar stellen van jaarlijks 1 miljard mark voor onderzoek naar en ontwikkeling van informatica, basistechnologieën, micro-elektronica, micro-systeemtechnologie en produkttechnologie. Veel Duitse bedrijven houden zich bezig met onderzoek en ontwikkeling op IT-gebied. Zij slagen er echter onvoldoende in om die nieuwe technologieën in winstgevende produkten om te zetten.
In Italië zijn de 'Progretti Finalizzate' belangrijke instrumenten voor de ondersteuning van R&D-inspanningen. Daarin werken bedrijven, universiteiten en onderzoeksinstellingen nauw samen. Op het gebied van informatica-onderzoek richten de Italianen zich op parallelle systemen, robotica en telecommunicatie.

Frankrijk en Engeland

Sinds Bull is teruggevallen heeft Inria (Institut National de Recherche en Informatique et Automatique) de koppositie als onderzoekscentrum overgenomen. Onlangs heeft Frankrijk een met Nederland vergelijkbaar 'actieplan elektronische snelwegen' gelanceerd. Ook wordt er onder de naam 'Renater' een landelijk netwerk opgezet voor techniek, onderwijs en research, dat primair is gericht op onderzoekscentra, universiteiten en bedrijfsleven.
In 1995 is de Britse overheid het UK Technology Foresight Programme gestart, waarvoor 100 miljoen gulden beschikbaar is. Het programma omvat vijftien aandachtsgebieden, zowel gericht op bepaalde branches als op specifieke technologieën. Daarnaast kent het programma een aantal 'sectordoorsnijdende prioriteitsgebieden', zoals 'communications and computing power' en 'the communications infrastructure'. CZ

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Je naam ontbreekt
Je e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.