Deze opinie is van een externe deskundige. De inhoud vertegenwoordigt dus niet noodzakelijk het gedachtegoed van de redactie.

Gratis content geen verworven recht

‘Betalen voor een liedje vinden velen niet meer vanzelfsprekend’

Dit artikel delen:

Philippe van Wijnen vindt dat de Auteurswet massaal overtreden wordt, waardoor onder meer platenmaatschappijen veel geld mislopen. Er is volgens hem een vijandbeeld ontstaan tussen consument en entertainmentindustrie door de mogelijkheden van het internet en het gebrek aan kennis over auteursrecht bij de consument. Dit is het laatste deel van een tweeluik over auteursrecht.

Waarschijnlijk is de massale overtreding van de Auteurswet een combinatie van onschuldige onwetendheid en, aan de andere kant, gewetenloze hebzucht. Met name jongeren zijn gewend aan een materiële overvloed en nemen niet zo snel genoegen met nee. De overweldigende technische mogelijkheden van tegenwoordig bieden hun ook alle gelegenheid om koste wat kost te nemen wat zij willen. Ook volwassenen maken zich echter regelmatig schuldig aan deze diefstal van intellectueel eigendom. De rechthebbenden spreken zelfs van een ‘weggeefcultuur’, het thuis of op het werk kopiëren van een cd om deze vervolgens weg te geven als cadeau.

Onmiskenbaar kan het auteursrecht op steeds minder begrip van de samenleving rekenen. Een exemplarisch voorbeeld hiervan is een bijdrage van Han Gerrits, hoogleraar technologie en innovatie aan de Vrije Universiteit, in het internetmagazine E-merce. Deze columnist verklaarde weliswaar bereid te zijn om voor zijn illegaal verworven liedjes te betalen, maar dan alleen rechtstreeks op de bankrekening van de desbetreffende muzikant. Hij gunde de platenmaatschappijen hoe dan ook geen cent. Die zouden hem financieel al voldoende hebben uitgemolken bij de introductie van de cd in de jaren tachtig. Gerrits meende dat hem groot onrecht was aangedaan nu hij zijn lp’s niet kosteloos had mogen inruilen voor cd’s. Nu moest hij opnieuw betalen voor muziek die hij al had.

Volgens Wouter Rutten van het NVPI maken dergelijke bijdragen de discussie van een kinderachtig niveau. “Vindt Gerrits het soms ook onrechtvaardig dat consumenten hun oude videobanden niet kosteloos mogen inruilen voor gloednieuwe dvd’s? Dat boekhandels oude en versleten boeken niet kosteloos omruilen voor nieuwe uitgaven? Wie naar muziek wil luisteren, dient daar op een of andere wijze voor te betalen. Het feit dat veel consumenten dit wettelijke beginsel nog steeds niet als vanzelfsprekend accepteren, is een teken aan de wand. Er bestaat in het algemeen een groot gebrek aan kennis over het auteursrecht. Betalen voor een brood vindt iedereen logisch, betalen voor een liedje schijnt minder vanzelfsprekend te zijn.”

Rutten ziet ook andere oorzaken voor het negatieve imago van de platenindustrie. Hij onderschrijft de zelfzuchtige mentaliteit van veel consumenten tegenwoordig. “Mede daardoor is het draagvlak voor het auteursrecht op alle fronten aan het verdwijnen. Dat geldt niet alleen voor muziek, maar ook voor films en andere zaken waar een prijs aanhangt. Ook in de media is men vaak op de hand van de moderne consument. Die is gewend geraakt aan de technische mogelijkheden van gratis content. Kennelijk vindt men dat een verworven recht en mogen de rechthebbenden zich daar niet tegen verzetten. Maar zo ga je toch volledig voorbij aan de grote investeringen van de industrie en de geschonden auteursrechten?”

Rutten heeft er bijna een dagtaak aan om de vele onjuistheden en misverstanden over downloaden weg te nemen. “Muziekpiraterij wordt vaak goedgepraat met de stelling dat het downloaden de verkoop van legale muziek uiteindelijk zou bevorderen. Niets is minder waar. Diverse onafhankelijke onderzoeken wijzen ondubbelzinnig uit dat het downloaden in de loop der jaren ten koste is gegaan van de legale verkoop. Platenmaatschappijen zijn uiteraard blij met de stijgende populariteit van legale internetwinkels zoals iTunes van Apple. Maar dat maakt de werkelijke schade bij lange na niet goed.”

Internet onderschat

Niettemin steekt Wouter Rutten namens de muziekindustrie ook de hand in eigen boezem. “Wat de platenmaatschappijen zichzelf achteraf inderdaad kunnen verwijten, is dat zij de potentie van het internet als distributiemodel te laat hebben onderkend. Wellicht had de branche in die zin eerder met eigen alternatieven moeten komen. Daar staat tegenover dat de vijf grootste platenmaatschappijen wel degelijk initiatieven hebben genomen om het tij te keren. Zo wilden de muzieksites Pressplay (Sony en Vivendi) en MusicNet (EMI, Bertelsmann en AOL Time Warner) aan het begin van deze eeuw een legaal alternatief bieden voor de vele muziekuitwisseldiensten. Helaas lag de Europese Commissie dwars aangezien een gemeenschappelijke aanpak van de platenmaatschappijen zou neerkomen op verboden kartelvorming. Zogezegd mochten de platenmaatschappijen niet zelf het braakliggende terrein van het internet benutten. Zij moesten om die reden noodgedwongen afwachten tot andere partijen uiteindelijk via het internet muziek gingen aanbieden.”

Tot slot wijst Rutten nog op een laatste oorzaak van het negatieve imago van zijn branche. “Er bestaat een wijdverbreid idee dat platenmaatschappijen over de rug van de consument bulken in het geld. Dat is gewoon niet waar. Mede door het illegale verspreiden zijn de laatste jaren in deze branche wereldwijd veel ontslagen gevallen. Dat bepaalde grote platenmaatschappijen af en toe veel geld verdienen aan bepaalde kaskrakers doet daar niets aan af. Dat staat nog los van het feit dat het illegale verspreiden ook kleinere maatschappijen labels met minder grote kaskrakers dupeert.”

Rutten bestrijdt ook de misvatting dat legale songs op het internet te duur zouden zijn. “Neem bijvoorbeeld de huidige prijs van een iTune van 99 eurocent. Daarvan gaat een groot deel naar Apple als distributeur en naar de fiscus. Na aftrek van marketingkosten en BUMA/Stemra houden de platenmaatschappijen er uiteindelijk 9 cent aan over. Daarvan gaat 5 cent op aan overheadkosten, dus per liedje is de winst niet meer dan 4 eurocent. Het beeld van gouden bergen is dus niet juist. Dat blijkt alleen al uit de vele noodzakelijke bezuinigingen die de muziekindustrie recent heeft moeten doorvoeren. Maar op een of andere manier komt deze branche niet van het glamour-imago af.”

Vijandbeelden

De technische mogelijkheden die computers en het internet bieden, lijken een grote wig te hebben gedreven tussen de muziekindustrie enerzijds en veel consumenten anderzijds. Een algemeen gebrek aan kennis over het auteursrecht bij het publiek lijkt daar ook in belangrijke mate debet aan te zijn. De verhoudingen worden voor een groot deel gekenschetst door diepgewortelde vijandbeelden over en weer. Over een mogelijk vredesakkoord schreef Professor P.B. Hugenholtz al in 2000: “Veel zal afhangen van de manier waarop belanghebbende partijen […] de komende jaren met het auteursrecht zullen omgaan. Zullen zij in staat zijn de broze maatschappelijke consensus in stand te houden? […] Bij een goed functionerend, breed gedragen, evenwichtig auteursrecht met een menselijk gezicht is iedereen gebaat.” Op het internet lijkt piraterij vooralsnog te lonen: het is lucratief en de pakkans is gering.

Dat de daders veel consideratie met de gedupeerde rechthebbenden hebben, valt zeer te betwijfelen. Bovendien zal men ondanks de recente juridische successen van de entertainmentindustrie tegen zowel p2p-makers als -gebruikers naar wegen blijven zoeken om uiteindelijk volledig anoniem bestanden te kunnen uitwisselen. Het is uiteraard goed dat overheden zorgvuldig omgaan met de privacy van burgers op het internet of waar dan ook. De rechter dient te allen tijde alle betrokken belangen af te wegen waar het gaat om het verplicht afgeven van gegevens van internetgebruikers. Niettemin is de illegale handel in auteursrechtelijk materiaal niets minder dan diefstal. De entertainmentindustrie en andere rechthebbenden staan in hun volste recht om deze handel met alle wettelijke middelen tegen te gaan. Want wat valt er redelijkerwijs af te dingen op het feit dat de industrie geld wil verdienen aan haar producten? Wie haar dat recht ontzegt, begeeft zich in velerlei opzichten op glad ijs. n


PHILIPPE VAN WIJNEN,ADVOCAAT AUTEURS- EN MEDIARECHT EN WERKZAAM BIJ STICHTING DE VISUELEN (BNO, BEELDRECHT EN BURAFO/FOTOGRAFENFEDERATIE)

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2006-01-07T16:45:00.000Z Philippe Van Wijnen
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.