John Warnock zet digitale technieken in voor behoud van incunabelen

Muis tegen muis

Boeken bestaan pas echt, als ze worden gelezen. Dat is bij eeuwenoude exemplaren een probleem. Muizen, water en zoekende vingers vormen evenzoveel aanslagen op deze incunabelen. Adobe-oprichter John Warnock startte uitgeverij Octavo en gebruikt digitale technieken in de strijd tegen vergetelheid. Leon van Velzen over oude boeken die niet voorbij mogen gaan.

Toegegeven. Niet iedereen krijgt rode oortjes bij het idee dat Poissons, Ecrevisses et Crabes, de Diverses Couleurs et Figures Extraordinaires van de Nederlandse Hugenoot Louis Renard nu op cd-rom verkrijgbaar is. Evenmin trek je volle zalen met A Monograph of the Testudinata of met Sidereus Nuncius van Galileo. Toch vormen deze en 25 andere titels de ruggengraat van het fonds van de Amerikaanse uitgeverij Octavo. Dit is nieuws voor fijnproevers: voor degenen die een boek waarderen om zijn historie en uniciteit. Het gaat hier om incunabelen van onschatbare waarde, eenmalige uitgaven - vaak eerste drukken - met ingekleurde tekeningen.
John Warnock, medeoprichter van Adobe startte Octavo in 1997 nadat hij in Londen tijdens een antiekbeurs het uit 1570 daterende boek van Euclides Elements wist te bemachtigen. Incunabelen zijn voor liefhebber en wetenschapper bijna onbereikbaar, vanwege hun fragiliteit en enorm hoge prijs. Warnock zag mogelijkheden digitale technieken in te zetten zodat bibliothecarissen hun collecties zeker konden stellen voor de toekomst. Hij bevrijdde de boeken uit hun geklimatiseerde kluizen en maakt ze toegankelijk voor een breed publiek.
De genoemde uitgave van Louis Renard bijvoorbeeld bevat 460 briljant ingekleurde tekeningen met afbeeldingen van vissen en krabben uit de Zuid-Molukken. Volgens Warnock moeten deze afbeeldingen een verpletterende indruk op de lezers en kijkers hebben gemaakt: de eerste onderwaterfoto's uit de achttiende eeuw. Wie daar nieuwsgierig naar is komt voor slechts 35 dollar in het bezit van de cd-rom, waarin het boek - uiteraard - als pdf is opgeslagen.
Octavo beperkt zich voorlopig tot zeer bijzondere exemplaren. De kosten van het digitaliseren zijn hoog, net als de vraag naar unieke exemplaren.

Niet-kieskeurige muizen

Niet alleen incunabelen dreigen slachtoffer te worden van de tand des tijds. In feite is voor alle papieren producten afbraak onontkoombaar. De Nederlandse bibliotheken lieten daarom in 1998 de alarmbel rinkelen. 'Het geheugen van Nederland verpulvert', meldden zij paginagroot in verschillende dagbladen. De collecties van de bibliotheken verkeren in een erbarmelijke staat. Papier, de informatiedrager bij uitstek, is zelf de boosdoener. Papier is onvoldoende opgewassen tegen zijn erfvijanden: verzuring, muizen en lekkend water. Ook wisselende klimatologische omstandigheden en ruw gebruik spelen een rol bij de aftakeling.
Volgens een woordvoerster van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag kan 15 procent van wat er de afgelopen tweehonderd jaar geschreven en gedrukt is en in bibliotheken ligt opgeslagen, nu al niet meer geraadpleegd worden. Daarbij gaat het alleen al in Nederland om ongeveer 600.000 boeken, twee miljoen handschriften, 62.000 tijdschriftbanden en 5200 krantentitels.
De 24 bibliotheken becijferden dat met het behoud en de restauratie van het culturele erfgoed honderden miljoenen guldens zijn gemoeid. De overheid stelde destijds achttien miljoen gulden beschikbaar voor behoud en restauratie van waardevolle boeken. Veel te weinig, vinden de bibliotheken. Het papier moet worden gerestaureerd, de boeken gefotografeerd en gedigitaliseerd.
Je kunt je afvragen of het zo erg is dat niet alles wat op ooit op papier is gezet de eeuwigheid zal halen. Het ruimt ook wel lekker op. Een probleem is natuurlijk dat muizen en water niet selectief te werk gaan. Daardoor dreigen ook de kostbaarste werken die mede het gezicht van de hedendaagse cultuur bepalen, te verdwijnen.

Dicht bij origineel

In de Verenigde Staten namen particuliere ondernemers het voortouw bij het behoud van kostbare werken. Octavo getroost zich grote moeite bij het digitaliseren de boeken niet te beschadigen. Elk boek ligt in een speciaal gebouwde wieg en wordt voorzichtig belicht om blootstelling aan te veel licht en hitte te beperken. Hoge-resolutie camera's scannen per pagina circa 750 MB aan data met een oplossend vermogen van 10.600 bij 12.800 pixels. Voor de liefhebbers: het bedrijf gebruikt een Triliniar Scanning Back Phase One Power FX. Dat is dezelfde 'imaging'-techniek die Nasa gebruikt en ook het Amerikaanse Lawrence Livermore laboratorium inzet bij de analyse van misdaden.
Octavo zet geen teksten om van Ascii naar speciale 'readers' of pc's zoals bij elektronische boeken gebruikelijk is. Het is juist de bedoeling dat de digitale kopie zo dicht mogelijk bij het origineel komt, waardoor tekst, illustraties, maar ook de textuur van het papier zo goed mogelijk bewaard blijft. Volgens John Warnock is dit de manier waarop lezers het dichtst komen bij de ervaring die de eerste lezers honderden jaren geleden hadden, toen zij de boeken opensloegen, compleet met illustraties, vlekken en vegen. Warnock: 'Je krijgt het boek te zien op precies dezelfde manier zoals de eerste lezers.'
Octavo laat het niet bij de nauwkeurige reproductie. Onder de gedigitaliseerde pagina's is een extra laag informatie aangebracht, waardoor moderne analyses van de eeuwenoude werken mogelijk is. De lezers krijgen extra informatie met behulp van links, kunnen inzoomen op details van afbeeldingen en krijgen zo informatie te zien die voor de oorspronkelijke lezer verborgen bleef. Ook zijn er commentaren op de uitgave te vinden, evenals gegevens over de gebruikte druk- en bindtechnieken.

Icoon van cultuur

Octavo timmert aan de weg met prestigieuze projecten. Zo kreeg het bedrijf in juni dit jaar de opdracht het exemplaar te digitaliseren van de Gutenberg-bijbel die in het bezit is van de bibliotheek van het Congres. Van dit eerste boek ter wereld dat met losse letters werd gedrukt, bestaan nog slechts drie exemplaren. Volgens directeur Chet Jan Gryz van Octavo is de Gutenberg-bijbel niet alleen een icoon van de drukindustrie, maar ook een mijlpaal in de culturele geschiedenis van de westerse wereld. Gryz: 'In de Gutenberg-bijbel komen ambachten zoals de kunst van het papiermaken, het ontwerpen van letters en druk- en bindtechnieken samen'.
Gryz heeft cultuur hoog in het vaandel, maar er moet ook brood op de plank. Zijn bedrijf biedt faciliteiten om boeken te digitaliseren dan ook aan derden aan. Het 'Digital Imaging Laboratory', de 'Imaging Services', 'Assets Management Storage and Acces Services' en 'Consulting Services' zijn de hedendaagse gereedschappen die Octavo in de strijd tegen de vergetelheid inzet.
 

Leon Van Velzen Freelance Medewerker John Warnock, vader van Post Script
Dr. John E. Warnock (60) is bij zijn leven al legendarisch. Warnock startte samen met Charles Geschke in 1982 Adobe. Daarvóór werkte Warnock bij het Palo Alto Research Laboratorium van Xerox. Hij heeft zes patenten op zijn naam staan, waarvan de belangrijkste ongetwijfeld die van Post Script is. Post Script is één van de gezichtsbepalende uitvindingen die Xerox door de vingers is geglipt.
In een afscheidsinterview met het blad Publish zegt Warnock: 'Vier dingen kwamen samen om Post Script tot een succes te maken: de Apple Macintosh met zijn grafische interface, de uitvinding van de goedkope laserprinter van Canon, het eerste opmaakprogramma van Aldus - en Post Script was de bindende factor.'
Warnock is nog steeds voorzitter van de Raad van Bestuur van Adobe. Hij richtte naast Octavo ook het Tech Museum of Innovation op en is bestuurslid van het Folger Shakespeare Museum en het American Film Institute.

 
Nederland spreekt een woordje mee
Wereldwijd gezien hoort de incunabelencollectie van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag tot de middelgrote. De kracht van de collectie ligt in het aantal drukken uit de Lage Landen, het huidige Nederland en België. Daar werden in de vijftiende eeuw ongeveer 2.200 edities gedrukt, en met meer dan 900 exemplaren daarvan is de KB-collectie verreweg de grootste. De paar incunabelen uit de Oranje-Nassau bibliotheek die in de KB kwamen toen zij in 1798 gesticht werd, zijn in 1807 aangevuld met vooral buitenlandse drukken uit de verzameling Romswinckel. Deze vormden pas een collectie met de aankoop in 1809 van de oudste drukken van mr. Jacob Visser (1724-1804), landsadvocaat, verzamelaar en auteur van de eerste bibliografie van incunabelen, gedrukt in de Nederlanden. Naast handschriften kwamen met de collectie Visser meer dan 400 incunabelen in de KB.
Belangrijke aanwinsten waren verder de gedrukte werken van de abdij van Tongerlo in 1828, met zeventig incunabelen en het blokboek Biblia pauperum, de in 1840 op een zolder in Maastricht gevonden handschriften, en 125 incunabelen. Andere aanwinsten zijn de door een dominee in een kast in de pastorie in Weesp aangetroffen handschriften en vijftig incunabelen, die hij in 1847, na ze keurig gecatalogiseerd te hebben, overdroeg aan de KB.
Nadat er in 1829 al een aparte catalogus gemaakt was, publiceerde bibliothecaris Johan Willem Holtrop in 1856 een catalogus die sindsdien geldt als de eerste wetenschappelijke incunabelcatalogus. Speciaal de 569 drukken uit de Nederlanden zijn hierin uitvoerig beschreven evenals de bijna honderd Nederlandse drukken die niet in de KB waren, maar wel in een andere Haagse collectie, het Museum Meermanno-Westreenianum. De belangrijkste buitenlandse drukplaatsen in de collectie zijn: Keulen (360 edities), Venetië (181), Straatsburg (114), Parijs (88), Basel (65) en Neurenberg (56).
In 1999 verscheen Incunabula printed in the Low Countries, a census, waarin meer dan 14.300 exemplaren geregistreerd staan van de ruim 2.200 in de Nederlanden gedrukte edities. Alle verschillende houtsneden in de KB-incunabelen die in de Nederlanden zijn gedrukt, aangevuld met die uit het Museum Meermanno-Westreenianum, totaal 2.800, zijn samen met vierduizend miniaturen, in de leeszaal Bijzondere Collecties te zien op een beeldplaat, de Dutch Royal Library Disc.
(Bron: Koninklijke Bibliotheek)
 
De database is te raadplegen op de afdeling 'Bijzondere Collecties' en ook via internet toegankelijk: http://www.kb.nl/wilc.

 
Boeken uit de printer
Boeken eeuwig bewaren kan door ze in een geklimatiseerde kluis te bewaren en nooit meer open te slaan, in te zien of door te lezen. Boeken bestaan echter alleen bij de gratie van het feit dat ze gelezen worden. Boeken die niet toegankelijk zijn, bestaan in feite niet.
Met de komst van printtechnieken leek het makkelijk om boeken in een kleine oplage te printen in plaats van te drukken. De voordelen zijn legio: eenmaal gedigitaliseerd zijn er nauwelijks kosten voor opslag meer, is er nooit meer een uitverkocht exemplaar, is er snel eentje bij te maken, en tot in de eeuwigheid blijft het gemak van een printje.
Hoewel er overal ter wereld druk wordt geëxperimenteerd met 'boeken-op-aanvraag' blijft de markt voor het klassieke literaire boek beperkt. Testmarketing voor de boekhandel begint langzamerhand bij uitgeverijen als verkoopinstrument door te dringen, maar voor er een printer in de boekhandel staat, waarmee het uitverkochte exemplaar direct kan worden verkocht, zijn we een paar jaar verder. Een grote beperking is de beperkte hoeveelheid substraten (papier) en formaten. Minstens zo belangrijk is de wijze van binden en afwerken. Wie wil een boek dat er uitziet als een gekopieerde scriptie, met links bovenin een nietje waaraan je je vingers openhaalt?
Toch is er zeker een markt voor deze manier van snel, digitaal boeken produceren: gelegenheidsuitgaven, boeken met een extreem lage oplage, maar ook handleidingen lenen zich bij uitstek voor vermenigvuldiging via de printer. De productietijd beslaat dan geen weken meer, maar luttele dagen.
Het gaat hier niet om het vervangen van bestaand offsetwerk door printwerk van inferieure kwaliteit, maar om een geheel nieuwe markt. Uitgevers kunnen, wanneer het boek eenmaal in digitale vorm beschikbaar is, op een relatief eenvoudige manier aan testmarketing doen. Boeken hoeven nooit meer uitverkocht te raken. Een exemplaar op de scanner en een titel kan weer jaren mee.

 
Eén boek per auteur
Een goede vriend van me reisde met zijn motor door India. Uren kon hij vertellen over zijn avonturen. Regelmatig kreeg hij het advies om zijn verhalen te publiceren. Een verhaal vertellen en opschrijven dat ging nog wel, maar wat moet je met zo'n vuistdik manuscript? Opsturen naar een uitgever, waar een vermoeide redacteur na een paar minuten bladeren de berg kopij op een hoge stapel papier legt dat de drukpers evenmin haalt? Het manuscript laten zetten en voor eigen rekening en risico de opmaak laten verzorgen, de drukwerkvoorbereiding, het drukken, afwerken en de distributie? Ook die weg was als gevolg van het ontbreken van voldoende financiële middelen onbegaanbaar.
Maar Michiel is een doorzetter. Hij hoorde van een uitgever/drukker die boeken niet drukt, maar print. Zou dat geen oplossing kunnen zijn? Ik bestelde zijn geprinte boek via internet (http://www.gopher.org), kreeg per ommegaande een ontvangstbevestiging in mijn mailbox en twee dagen later lag, compleet met acceptgirokaart, 'India per motor' in de bus.
Het fenomeen 'boeken-op-aanvraag' staat aan de vooravond van een opmars. Er zijn tientallen, mogelijk honderden mensen die avond na avond schrijven over een zeer gespecialiseerde hobby, ploeteren op de definitieve roman of gewoon de stamboom van de familie in kaart willen brengen. Voor hen was een echte boekuitgave tot voor kort onbetaalbaar.

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2001-12-21T00:00:00.000Z Leon van Velzen
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.