Het digitale ziekenhuis

Utrechts Diakonessenhuis pakt verouderde it-structuur grondig aan

De ontwikkelingen op het gebied van de automatisering staan ook in de ziekenhuiswereld niet stil. Na jaren van tamelijk geringe investeringen in procesondersteunende it-oplossingen, worden nu op veel plaatsen grote inhaalslagen gemaakt. Aanschaf van nieuwe hardware en software is echter slechts de eerste stap. Het overtuigen van de gebruikers van het nut van deze it-oplossingen is een tweede.

Bijna aan de rand van Utrecht staat locatie Utrecht van het Diakonessenhuis. Met in 2004 totaal 627 bedden, 2417 medewerkers en 132 medisch specialisten, behoort het tot de middelgrote Nederlandse ziekenhuizen. In de genoemde cijfers zijn overigens niet alleen de Utrechtse waarden verdisconteert. Net als veel andere ziekenhuizen in Nederland is ook het Diakonessenhuis ontstaan uit een fusie van meerdere ziekenhuizen. De Utrechtse vestiging is de grootste, maar er is ook nog een locatie in Zeist en een in Doorn, beide met de Utrechtse Heuvelrug als verzorgingsgebied.
Met enige regelmaat haalt het Diakonessenhuis het nieuws vanwege de kwaliteit - in gunstige zin - van de zorg en de goede omgang met patiënten. Minder zichtbaar wordt er binnen de muren van het 'bedrijf' hard gewerkt aan de kwaliteit. Na enige jaren plannen - de fusie had plaats in 2001 - is er vorig jaar een start gemaakt met een grote slag op it-gebied. Oude systemen worden uitgefaseerd en nieuwe hard- en software wordt geïmplementeerd. Dit zorgt voor een stille revolutie binnen het ziekenhuis, niet in de laatste plaats omdat pen en papier voor veel gebruikers nog altijd praktischer lijken dan wat de it-afdeling kan bieden.

Verleden last

De te maken slag op it-gebied was met het oog op de toekomst onvermijdelijk, legt Roland van de Boel, hoofd afdeling Informatisering en Automatisering en verantwoordelijk voor de it-techniek in het Diakonessenhuis, uit. "Bijna alle ziekenhuizen in Nederland zijn fusieziekenhuizen. Dat heeft op it-gebied veel gevolgen gehad. Meerdere ziekenhuizen op verschillende locaties hadden allemaal eigen oplossingen op it-gebied. Na een fusie moet er eenheid komen in de it. De verschillende oplossingen zijn dan ook vaak bij elkaar gebracht en aan elkaar geknoopt, maar niet geïntegreerd. Een ander probleem daarbij is dat de it-structuur in ziekenhuizen van oudsher is gebaseerd op aan de ene kant een kleine kern van ziekenhuisondersteunende faciliteiten en aan de andere kant specifieke applicaties voor een lab, een radiologie-afdeling, enzovoorts; allemaal specialismen die hun eigen systeem hebben. Om die systemen met elkaar te laten communiceren is er weliswaar een standaard ontwikkeld, maar het zijn en blijven aparte systemen die overwegend patiëntinformatie met elkaar uitwisselen."
De uitwisseling van gegevens loopt via een centrale communicatieserver, die de informatie heen en weer stuurt tussen de verschillende systemen. De mogelijkheden met zo'n architectuur zijn door de standaardisatie beperkt en van echte integratie is geen sprake. Dat is niet het enige probleem. Van de Boel: "Lange tijd heeft het idee geheerst dat voor een specifieke functionaliteit ook maar meteen het beste instrument moest worden ingezet. Als het praat met de centrale kern komt het vanzelf goed, was de gedachte. Dat bleek in de praktijk niet zo te werken. De zwakste schakel staat namelijk in het midden. Iedereen moet zich volledig conformeren aan alle standaarden die er zijn, waardoor instrumenten juist helemaal niet doen waarvoor ze zo mooi leken te zijn. Met het Diakonessenhuis hebben we besloten af te stappen van de gedachte voor ieder componentje het beste te willen kiezen, en er naar te streven een aantal zaken in totale samenhang in te voeren. We willen eigenlijk de it-structuur beschouwen als één ding en de samenhang intern tussen applicaties en functionaliteiten zo groot maken dat deze het totale patiëntenproces goed ondersteunt."

Software en hardware

Het zoeken naar een platform en een aanbieder van software leverde uiteindelijk niet zo veel problemen op. Met de geïntegreerde eenheid van applicaties als uitgangspunt was de keuze relatief eenvoudig. Van de Boel: "We hadden een aantal systemen draaien die gekozen waren op basis van de beste toepassing van het moment - dat waren producten van Chipsoft. We hebben die systemen als uitgangspunt genomen. Integratie was alleen een optie als we verder zouden gaan met Chipsoft. Toen moesten we dus de vraag stellen of het portfolio van Chipsoft, waar we al een stuk van hadden ingevoerd, ook voor het geheel zou voldoen. Zo ja, dan moesten we op dat pad verder. Zo nee, dan moesten we helemaal opnieuw beginnen. Gelukkig had Chipsoft volgens ons een voldoende breed portfolio met kwaliteit en konden we daarmee in zee gaan."
Dit geldt dan wel alleen voor de organisatiebreed te implementeren procesondersteunende software: de kern van het ziekenhuisinformatiesysteem. De gespecialiseerde software die door de verschillende afdelingen wordt gebruikt, zoals het labsysteem, blijft zoveel mogelijk functioneren. Van de Boel: "We hebben systemen in huis die draaien op platformen die niet meer ondersteund worden. We kunnen niet anders. Het is van oudsher software die door kleine partijen, stichtingen, ontwikkeld wordt. Zo'n stichting kent dan maar één ontwikkelaar. Steeds als ik die man ontmoet ben ik blij dat hij er nog goed uitziet. Als je het over professionele automatisering hebt is zoiets eng, maar zo zit die markt in elkaar."
Naast de software krijgt ook de hardware een flinke facelift. "Het netwerk was CAT3 en dat hebben we opgetrokken naar CAT6. Elk nadeel heeft zijn voordeel, want we hebben CAT4 en CAT5 kunnen overslaan", grinnikt Van de Boel. Verder wordt er een SAN aangelegd, een hele batterij servers neergezet, wordt er aan virtualisatie gewerkt en krijgt het grootste deel van de gebruikers straks een thin client voor zijn of haar neus. Ook op het beheervlak wordt een slag gemaakt. "We hebben er recent voor gekozen om het applicatiebeheer decentraal in de lijn te leggen. De mensen die verantwoordelijk zijn voor een deelproces moeten zelf hun functionele problemen kunnen oplossen", aldus Van de Boel.

Weinig aanbieders
Het aantal aanbieders van gespecialiseerde medische programmatuur is in Nederland klein. Naast Chipsoft zijn ook GSD en Hiscom namen van formaat. In het buitenland - vooral in de Verenigde Staten - zijn er veel meer softwarehuizen die zich op de zorgmarkt richten. De Nederlandse situatie wat betreft de facturering van rekeningen, het zorgstelsel en dergelijke zaken, is echter zo afwijkend van de Amerikaanse dat het niet de moeite loont applicaties om te bouwen en in Nederland te implementeren.
Op het gebied van een organisatiebreed informatiebeleid zijn de ontwikkelingen net in gang gezet. Van de Boel: "Op directieniveau wordt nu gewerkt aan het informatiebeleid omdat we daarvan vaststellen dat het geen it-aangelegenheid is, maar juist een businessaangelegenheid. Het lijkt typisch dat we praten over business binnen een ziekenhuis, maar wat dat betreft begint er een cultuuromslag te ontstaan. Het besef begint te ontstaan dat het bij it ook gaat om het goed faciliteren van het primaire proces om organisatiedoelstellingen te realiseren."

Mensenwerk

Toch is die cultuuromslag nog maar in zijn eerste fase. Nieuwe software en hardware alleen zijn zeker niet in staat de it organisatiebreed gedragen te laten worden. Monique van den Heuvel is hoofd van de afdeling Marketing en Kwaliteit en voorzitter van de stuurgroep die verantwoordelijk is voor de implementatie van het nieuwe ziekenhuisinformatiesysteem. Hoe komt het dat de zorg nog achterloopt wat ict betreft? "De core business van een ziekenhuis is zorg", benadrukt ze. "Veel zorgverleners vonden dat die zorg ook heel goed mogelijk was zonder computers, door alles op een papiertje te schrijven. Een templijstje aan het bed werkt nog steeds uitstekend. Als je voor dat soort informatie moet zoeken naar een computer duurt het allemaal veel te lang. Je zult maar dokter zijn en snel gegevens nodig hebben die er dan opeens niet zijn. Dat kan natuurlijk niet. Mensen durven er nog niet op te vertrouwen."
Toch gaat het niet alleen om het vertrouwen in de computer als systeem. Het gaat ook om onderling vertrouwen. Dat het uitwisselen van bijvoorbeeld medicatiegegevens voordelen oplevert is wel duidelijk, maar daarvoor moet er ook vertrouwen komen dat de gegevens die door de dokter in het ziekenhuis worden vastgelegd zo accuraat zijn, dat ze door de huisarts klakkeloos kunnen worden overgenomen en vice versa. "Mensen in de zorg moeten elkaar gaan vertrouwen in het registreren van gegevens en dat betekent nogal wat", vertelt Van den Heuvel. Naast vertrouwen in de systemen is er ook nog de pure nieuwigheid van computers als procesondersteunende middelen die maakt dat de omgang ermee voor veel gebruikers in het ziekenhuis meer vragen oproept dan antwoorden geeft. Van den Heuvel: "Tot nu toe is de noodzaak er niet geweest en is het alleen maar extra gedoe. Bovendien is het aantal computers op veel verpleegafdelingen nog te beperkt. Daar is het gewoon absoluut nieuw. Je kunt dan wel een prima roostersysteem invoeren voor de verpleegkundigen en dat is prachtig als je het goed weet te gebruiken, maar je ziet ook nog steeds de planborden. Daarbij zijn we ook nog niet goed in het ontsluiten van informatie. Het is een kunst op zich om de gewenste gegevens uit een systeem te krijgen."
De noodzaak om toch computers te gebruiken wordt wel degelijk gevoeld, maar de gebruikers zo ver krijgen dat ze daadwerkelijk de praktische voordelen ervan inzien is een nog niet opgelost probleem. Het gebruik ervan wordt nu opgelegd van bovenaf en op sommige punten vanuit Den Haag. De dwangcomponent is vrij sterk en dat is niet stimulerend voor het gebruik van de it. "We hebben het hier ook over bedrijfsvoering", licht Van den Heuvel toe. "De absolute toppers in bedrijfsvoering zitten niet vaak in een ziekenhuis. Waarom niet? Omdat alle aandacht en de credits naar het primaire proces, de zorg voor de patiënt gaan. De faciliterende it in ziekenhuizen wordt nog te weinig gezien als onderdeel van het primaire proces. Alle aspecten waar we het nu over hebben moet je hier met een paar mensen voor elkaar krijgen. Voor de zorg vind ik dat ontzettend jammer. Het is heel moeilijk om een link te leggen tussen zorg en bedrijfsvoering, maar gelukkig zijn hier een hoop mensen uit het zorgproces als deelprojectleider nauw betrokken bij de invoering van dit nieuwe ziekenhuisinformatiesysteem. We investeren dit jaar circa zes miljoen in ict om die inhaalslag te maken. Als mensen in de zorg ervaren dat ze beter ondersteund worden in hun werk, zien ze het belang van goede ict. Dat hebben we vorig jaar al gemerkt bij de digitalisering van röntgenfoto's"

Toekomst

Toch zijn het slechts hobbels die overwonnen zullen worden, denken zowel Van den Heuvel als Van de Boel. De implementatie van de nieuwe it-structuur in het Diakonessenhuis is in volle gang en vrijwel iedereen zal ermee te maken krijgen, eerst nog via een dikke client met een poortje naar 'de nieuwe wereld', daarna via een thin client gekoppeld aan een terminal server. De it-structuur is voorbereid op de 21e eeuw en het vertrouwen dat het ook praktisch zijn plek in de organisatie zal vinden, is groot genoeg om ook voor de langere termijn plannen te ontwikkelen. Een van de projecten heet ViaNova - een naam die duidelijk niet zonder reden is gekozen.

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2005-07-29T00:00:00.000Z Arian Ooijevaar
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.