De Chinese eigenaar van Nexperia, Mr. Wing, blijft voorlopig geschorst als ceo van de chipfabrikant met hoofdvestiging in Nijmegen. De Ondernemingskamer handhaaft de onmiddellijke voorzieningen, die vorig jaar oktober werden getroffen.
De benoeming van een tijdelijke bestuurder bij Nexperia en de overdracht van de aandelen in Nexperia blijven daarmee in stand. De beslissing van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam zal in China slecht vallen en de betrekkingen met Nederland verder onder druk zetten. Wel heeft de Ondernemingskamer zich gehouden aan de belofte om de Chinese eigenaar voor de aanvang van het Chinese Nieuwjaar zekerheid te verschaffen over diens rol in de komende maanden.
De rechtbank voor het bedrijfsleven heeft gegronde redenen om te twijfelen aan het beleid van Wing en de gang van zaken bij Nexperia. Daarom gelast zij nu een onderzoek. Ten eerste zijn er aanwijzingen dat er onzorgvuldig is gehandeld met een tegenstrijdig belang. De Europese managers van Nexperia verwijten Wing dat hij Nexperia Europa, waaronder ook de chipfabriek in Nijmegen valt, leeg trekt. Dit zou zijn gebeurd ten gunste van andere bedrijven in China die geen onderdeel uitmaken van de Nexperia-groep maar die wel onder controle van Wing staan.
Verder ziet de Ondernemingskamer aanwijzingen dat de bestuurder onder dreiging van komende sanctiemaatregelen zonder overleg met de andere bestuursleden de strategie heeft gewijzigd; afspraken met het ministerie van Economische Zaken werden niet meer opgevolgd, de bevoegdheden van Europese functionarissen werden ingeperkt en hun ontslag werd aangekondigd.
Breuk
De rechtbank is zich ervan bewust dat de situatie bij Nexperia er niet beter op is geworden, nadat ze vorig jaar oktober 2025 voorzieningen had getroffen. Sindsdien is een breuk in de wereldwijde onderneming van Nexperia ontstaan tussen de Chinese onderdelen enerzijds en de Europese en Zuidoost-Aziatische onderdelen anderzijds. Als gevolg daarvan is de productieketen van Nexperia ernstig verstoord geraakt, stelt de Ondernemingskamer. Zo is een groot aantal financiële en juridische geschillen ontstaan. Bovendien is de levering aan klanten door die ruptuur in gevaar gebracht.
De rechtbank kiest voor continuering van de huidige situatie. De toestand van Nexperia vraagt nu in de eerste plaats om rust zodat Nexperia de interne verhoudingen, de productieketen en de levering aan klanten kan herstellen. Ook heeft Nexperia nog steeds te maken met geopolitieke problemen. Daarvoor is een daadkrachtig bestuur nodig dat niet belemmerd wordt door het geschil tussen de verschillende onderdelen van de onderneming van Nexperia en/of met een aandeelhouder.
Onderzoekers
De Ondernemingskamer zal op korte termijn twee onderzoekers aanwijzen die het onderzoek gaan uitvoeren. Zij zullen van het onderzoek een verslag opstellen en dat aan alle partijen en aan de Ondernemingskamer toesturen. Op basis van dat verslag kan dan worden bekeken of er sprake is geweest van wanbeleid bij Nexperia en of er definitieve maatregelen moeten worden getroffen.
De voorzieningen blijven in stand, totdat de Ondernemingskamer op verzoek van een of meer partijen beslist dat deze niet meer nodig zijn of moeten worden aangepast, bijvoorbeeld omdat de omstandigheden zijn gewijzigd. Het onderzoek kan meer dan zes maanden duren, maar de rechtbank waagt zich niet aan een prognose van de tijdsduur.
De Ondernemingskamer weerspreekt dat Wings aandelen in Nexperia door de overdracht aan de beheerder zijn onteigend. De aandelen in Nexperia zijn en blijven eigendom van zijn bedrijf Yuching Holding. De overdracht aan de beheerder is tijdelijk en betekent alleen dat Yuching Holding voor de duur van de procedure niet meer de meerderheid van de stemmen heeft in de algemene vergadering van Nexperia.
De Ondernemingskamer benadrukt dat deze nieuwe uitspraak geen enkel verband houdt met de ingreep destijds van demissionair minister Vincent Karremans (Economische Zaken) om Wing onder een soort curatele te stellen. De bewindsman deed dat omdat Wing het voortbestaan van Nexperia in Europa in gevaar zou brengen. Medio november 2025 schortte Karremans die ingreep op. De Ondernemingskamer onthoudt zich van een mening over de vraag of de minister toen terecht heeft ingegrepen. De volledige uitspraak staat hier.
