De overstap, deel 1
Digitale soevereiniteit is een enorme trend. Maar hoe gaan we die overstap van big tech naar Europese oplossingen aanpakken? In de rubriek De Overstap gidst de doorgewinterde ict-journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen.
Ook wij moeten, dus laat ik beginnen met mijn persoonlijke ervaringen. Want ja, ik ben al over. Jarenlang zat ik in het Apple-ecosysteem. Alles werkte vlekkeloos, de verschillende apparaten sloten naadloos op elkaar aan, geen vuiltje aan de lucht. Toch ben ik overgestapt. Omdat ik vond dat het moest.
Mijn MacBook is nu vervangen door een al wat oudere ThinkPad (Core i7) met openSUSE. De Mac mini die ik gebruikte als server is vervangen door een Slimbook Zero, een bijna industrieel ogende kleine computer van Spaanse makelij waarop bij mij Debian draait. Daar staat onder andere Ollama op, dat via de terminal geïnstalleerd moest worden. Dat was interessant. Voor veel gebruikers is werken met terminalcommando’s een stevige uitdaging, maar er is zoveel uitleg over te vinden dat zelfs ik het voor elkaar kreeg. Via Ollama gebruik ik een aantal open source ai-modellen (met name Mistral) voor zowel werk- als hobbyprojecten.
Gedoe met bestandsformaten
De overstap naar open source ging eerlijk gezegd bijzonder gemakkelijk. Open source kantoorprogramma’s zijn er genoeg. Ik gebruik nu LibreOffice. Een van de grootste angsten van eindgebruikers is natuurlijk dat ‘de knopjes’ na zo’n overstap ineens op andere plekken zitten dan zij gewend zijn en ze er ‘dus’ niet mee kunnen werken. Mijn ervaring is dat dit onzin is. Inderdaad, ze zitten ergens anders dan bij Apple’s kantoorsoftware of bij Microsoft Office. Maar na een paar dagen wist ik al niet beter.
Mijn browser is nu Vivaldi, compleet met workspaces voor specifieke projecten en een functie die pagina’s die ik open automatisch groepeert op basis van die workspaces — superhandig en efficiënt. E-mail doe ik met Thunderbird en ik synchroniseer alle mijn bestanden via Nextcloud. Dit is een van oorsprong Duits alternatief voor Office 365, waarvan ik momenteel eigenlijk alleen de bestandsuitwisseling gebruik. Ik host Nextcloud bij een Europees datacenter (Tab.digital). Die Slimbook Zero draait overigens ook een Nextcloud-client net als een Mac mini die ik voor werk moet gebruiken (zie verder). Als ik open bestandsformaten als odt gebruik, kan ik altijd overal bij – ondanks de ‘multivendor’-omgeving die ik dus heb.
Ook WeTransfer is weg. Ik kies nu soms voor Smash, dan weer voor Wormhole (supersnel, want ze ondersteunen streaming, zodat de ontvanger al kan beginnen met downloaden, terwijl de upload aan jouw kant nog bezig is), en soms gewoon voor KPN Secure File Transfer. En ik kan natuurlijk altijd mappen en bestanden delen via Nextcloud.
Lastiger was het overzetten van bestaande bestanden. Een flink aantal daarvan was in Mac-native formaat gemaakt en LibreOffice kan daar niets mee. De belangrijkste heb ik na een grove selectie geconverteerd naar docx en xlsx. Nieuwe bestanden gaan in principe in odt enz. Mocht ik de komende tijd nog een oud bestand nodig hebben, dan open ik wel weer mijn oude MacBook en converteer ik dat bestand alsnog.
Samenwerken met klanten
Voor videocalls die ik zelf opzet, gebruik ik vaak Jitsi. Vaak word ik echter uitgenodigd en dan word je in veel gevallen geconfronteerd met Microsoft Teams. Een tool die op openSUSE Teams-calls mogelijk maakt, draait weliswaar, maar daar is ook alles mee gezegd. Soms wijk ik dus maar noodgedwongen uit naar mijn iPhone.
Ik ben dus inderdaad nog niet van alle Apple-apparatuur af. Mijn iPhone is relatief nieuw. Als die vervangen moet worden, ga ik waarschijnlijk over op een Fairphone met het Europese en volledig “de-googled” e/OS-besturingssysteem van het Franse Murena.
Ook heb ik dus nog een Mac mini draaien. Een klant heeft zijn workflows namelijk zo ingericht dat ik niet om de door dit bedrijf gekozen Adobe-software heen kan. Dat is een probleem waar natuurlijk veel mensen, maar ook bedrijven tegenaan gaan lopen: je bent onderdeel van een digitale keten en als dat proces gebaseerd is — of blijft — op Big Tech, dan wordt het lastig en moet je keuzes maken. Het is vooralsnog niet anders.
De overstap van Apple naar open source is mij enorm meegevallen. Het is veel minder ingewikkeld en tijdrovend dan ik had verwacht. Natuurlijk moest ik allerlei vaste gewoontes die ik in de loop der jaren rond mijn Apple-wereldje had opgebouwd compleet veranderen. Maar interessant genoeg merk ik nu al dat, als ik om wat voor reden dan ook mijn MacBook weer even nodig heb, ik al aardig afgekickt ben. Veel toetscombinaties die ik nu heel gewoon vind, werken op een Mac niet, ze zijn inherent aan mijn Linux-laptop. Ik ben overgestapt op een nieuwe manier van werken en die bevalt inmiddels prima.
Zitten er ook nadelen aan deze overstap? Natuurlijk. Zo was het een crime om mijn oude HP-printer aan de praat te krijgen. Dat lukte pas nadat een kennis van mij ‘even’ (lees: vele uren) had geholpen. Maar zoals laatst iemand op LinkedIn zei: als er iets ontbreekt bij een open source-product, dan kun je je daaraan ergeren en het zien als een reden om alles lekker bij het oude (Big Tech) te laten. Maar je kunt ook besluiten om te helpen om die ontbrekende functie gerealiseerd te krijgen. En dat is natuurlijk ook meteen een van de belangrijkste kenmerken van een open source-community: samenwerken om een product of technologie beter te maken — voor iedereen. Het is meteen ook de reden waarom ik enkele keren per jaar naar open source community-bijeenkomsten ga – feedback geven en leren van anderen.
Het vliegwiel komt langzaam in beweging
In deze rubriek gaan we ook aandacht besteden aan tal van zakelijke ontwikkelingen die wellicht nieuw en nog niet bekend zijn. We gaan praktijkvoorbeelden van migraties bespreken. Binnenkort bijvoorbeeld een mooie case over een Frans onderwijsproject dat in de regio Parijs inmiddels meer dan een half miljoen leerkrachten en leerlingen ondersteunt met een op open source gebaseerde digitale omgeving die lesmiddelen biedt, apps voor roosters en dergelijke, en voor het opslaan en tussen leerkrachten en leerlingen delen van bestanden. Dat is natuurlijk heel wat anders dan Nederlandse hogescholen die simpelweg roepen dat er geen alternatief voor Microsoft is, zoals ik laatst een directielid van zo’n instelling zonder blikken of blozen hoorde beweren. Geen idee of die uitspraak gebaseerd was op door hem verricht onderzoek of omdat hij zich simpelweg niet kan voorstellen dat er iets anders is om mee te werken dan Office 365.
LinkedIn is ook een belangrijk aandachtspunt. Veel discussies over digitale soevereiniteit worden daar gevoerd. Vreemd eigenlijk. Ook iemand als Christina Caffarra van EuroStack post er veel, en zij is zeker niet de enige. Maar toen ik laatst langs het sportveld een andere hockey-ouder verbaasd hoorde zeggen: ‘Oh, is LinkedIn Amerikaans? Dat wist ik niet’, kon ik er wel weer wat begrip voor opbrengen. Maar we moeten natuurlijk naar een Europees platform. Het Duitse Xing is dat vooralsnog niet – vooral een Duitse digitale arbeidsmarkt en niet of nauwelijks discussie. Wie suggesties of ideeën heeft, stuur ze naar redactie@computable.nl. Voor de goede orde: LinkedIn is onderdeel van Microsoft.
Op zoek naar Europese alternatieven
Een andere grootmacht in de professionele it is uiteraard GitHub. Precies, ook onderdeel van Microsoft. GitHub is een enorme verzamelplek voor developers die code schrijven en hun projecten daar hosten — cruciaal dus voor innovatie. Er was altijd een soort automatisme: softwareproject => GitHub. Stapje voor stapje lijken nu wat eerste scheurtjes in die positie te ontstaan. Het is je vergeven als je zo snel geen alternatief voor GitHub weet, maar ga bijvoorbeeld eens kijken bij Codeberg. Of GitLab, Gitea of SourceHut. Met name de pogingen van Microsoft om ook bij GitHub Copilot nadrukkelijk naar voren te schuiven, lijken niet bij iedere developer in goede aarde te vallen. Daarom stapte bijvoorbeeld Gentoo Linux al over naar Codeberg. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
Tot slot nog drie tips voor wie op zoek is naar Europese en bij voorkeur open source-alternatieven. De eerste is European Alternatives, een Oostenrijks initiatief. De naam zegt het al. Ook interessant: European AI Atlas. Derde punt: Discord. Deze community-tool heeft het idee opgevat om leeftijdsherkenning van gebruikers te eisen. Dat viel bij veel van hen al in slechte aarde. Toen bleek ook nog eens dat hackers de code voor deze leeftijdsherkenning wisten te kraken en ontdekten dat het naar hun mening zowel wat security als privacy betreft niet best in elkaar zit. Europees alternatief voor Discord? Ga eens kijken bij Fluxer om je eigen community-omgeving compleet met VoIP, chat en dergelijke op te zetten.
Er zijn inmiddels veel websites die een uitstekende bron blijken te zijn voor wie op zoek is naar alternatieven voor Big Tech. Ga er eens kijken en laat je nooit meer door iemand vertellen dat er geen alternatieven zijn voor Big Tech.

