De terugtrekking van de Verenigde Staten uit een drietal internationale organisaties op gebied van cybersecurity maakt het lastiger om het beleid tussen landen onderling af te stemmen. Ook het afspreken van normen en standaarden wordt er een stuk moeilijker door. Bovendien remt het de uitwisseling van beste praktijken tussen bondgenoten.
Op dat laatste punt is vooral het in 2015 door Nederland gelanceerde Global Forum on Cyber Expertise (GFCE) actief. Dit wereldwijd netwerk van 180 landen, organisaties en bedrijven helpt landen in de Derde Wereld hun cyberweerbaarheid en -expertise te versterken. Het GFCE organiseert werkgroepen rond cyberveiligheid, cybercriminaliteit en de bescherming van kritieke infrastructuur.
Cyberveiligheid en de inrichting van het cyberdomein zijn per definitie grensoverschrijdende vraagstukken die om coördinatie vragen. Daarom maakt het wegvallen van Amerikaanse expertise het Westen minder weerbaar tegen (statelijke) actoren in Rusland, China en Iran.
Hybrid CoE en de Freedom Online Coalition
Behalve uit het GFCE stapt Washington ook uit het European Centre of Excellence for Countering Hybrid Threats (Hybrid CoE) en de Freedom Online Coalition. Overigens spelen deze drie organisaties geen rol in wereldwijde cyberoperaties of wetshandhavingacties. De Amerikaanse maatregel past in een breder beleid van de regering Trump om zich terug te trekken uit internationale organisaties die de VS te weinig opleveren. Washington zoekt zijn heil voortaan in bilaterale samenwerkingsverbanden die het naar zijn hand kan zetten.
Het vertrek uit het eerdergenoemde Hybrid CoE kan ook gevolgen hebben voor de samenwerking tussen de EU en de NAVO. Deze in Helsinki gevestigde organisatie richt zich op hybride dreigingen zoals desinformatie-campagnes en cyberaanvallen op kritieke infrastructuur. De Freedom Online Coalition beijvert zich voor de vrijheid op internet.
Geen handige zet
Volgens Orange Cyberdefense schaadt de Amerikaanse exit vooral de VS zelf. Matthijs van der Wel-ter Weel, strategisch adviseur bij deze aanbieder van beveiligingsdiensten, zegt dat Amerika zich in eigen vlees snijdt. Want juist de VS behoren tot de meest aangevallen landen ter wereld als het gaat om kritieke infrastructuur.
‘Internationale samenwerking is geen gunst aan bondgenoten, maar een essentieel verdedigingsmechanisme voor de VS zelf,’ zegt hij. ‘De tijd dat Europese cyberweerbaarheid afhankelijk was van Amerikaanse capaciteit ligt achter ons.’ Volgens hem kost het opzetten en onderhouden van internationale cyberafspraken en gezamenlijke respons zonder Amerikaanse deelname wel meer geld, meer afstemming en meer tijd.
