De Europese vraag naar halfgeleiders verdubbelt richting 2040. In industriële toepassingen groeit de vraag tot circa 2,4 keer het huidige niveau. Maar deze grotere behoefte vertaalt zich niet automatisch in investeringen in Europa.
Dat blijkt uit de European Semiconductor Demand Study, een onderzoek dat in aanloop naar een nieuwe Europese Chips Act is gedaan. De eerste Chips Act bracht de EU niet de gewenste ai-chips en andere geavanceerde halfgeleider-technologie. Voor de meest geavanceerde chips (sub-7 nanometer) ligt het Europese aandeel momenteel rond circa 3 procent.
Europees marktaandeel
De eerste Europese Chips Act had als ambitie dat Europa 20 procent van de wereldwijde chipproductie zou leveren, maar dat doel is tot nu toe niet in zicht. Momenteel ligt het Europese marktaandeel in de wereldwijde halfgeleiderproductie rond circa 8 procent.
De FME (metaal- en techindustrie) vreest dat ook het vervolg hierop (Chips Act 2.0) tekortschiet. Deze werkgeversclub betwijfelt zeer of de benodigde investeringen loskomen om op de grotere vraag naar chips in te spelen in Europa.
Samen met onder meer de Duitse ZVEI heeft de FME eerdergenoemde studie laten maken die de noodzaak van structurele keuzes in het Nederlands en Europees chipbeleid onderbouwt. De FME pleit voor gerichte politieke keuzes en gezamenlijke actie van industrie en eindmarkten om vraag en investeringen beter met elkaar te verbinden.
Investeringsklimaat
Het huidige investeringsklimaat is niet aantrekkelijk genoeg, stelt de FME. Theo Henrar, voorzitter van FME: ‘We zijn sterk in ecosystemen en samenwerking, maar investeringen om aan de toenemende vraag te voldoen, landen hier alleen als andere randvoorwaarden aantoonbaar beter worden. Met bijvoorbeeld meer technisch talent, snellere procedures en overheidsstimulering moeten we het hier kunnen opnemen tegen landen als Singapore en Taiwan.’
De onderzoekers brengen ook kostenverschillen in kaart tussen Europa en andere halfgeleiderregio’s bij het opschalen van productie. Front-end productie in Europa is gemiddeld 15 tot 30 procent duurder dan in de meest kostenefficiënte Aziatische regio’s.
Tegelijk laat de studie zien dat er bij diverse front-endprocessen en bij advanced packaging, waar het verschil circa 10 tot 20 procent is, kansen zijn om de kostenkloof te verkleinen. Dat vraagt wel om meer investeringen in robotisering en automatisering, lagere en stabiele energiekosten en het beter benutten van Europese sterktes. De Nederlandse industrie is in Europa het duurst uit qua stroomkosten.
