Het ministerie van VWS kan het beste meteen stoppen met bijna de gehele ontwikkeling van functies die de uitwisseling van medische gegevens veiliger en makkelijker moeten maken. Het programma Implementatie Generieke Functies (IGF) heeft nauwelijks tot resultaat geleid. Tot dit harde oordeel komt het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT).
Minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) reageert in een brief aan de Tweede Kamer vrij summier op de pijnlijke conclusies en vergaande adviezen van het Adviescollege. Een diepgaande inhoudelijke beleidsreactie op een aantal belangrijke aanbevelingen zoals het overstappen op een aanpak gericht op concrete belemmeringen ontbreekt. Het ministerie lijkt het advies tot het bijna volledig stopzetten van de generieke functie-ontwikkeling in de wind te slaan.
Sterk merkt op dat het Adviescollege zijn onderzoek eind februari jongstleden afsloot, toen de realisatie van generieke functies nog in volle gang was. Ze acht de resultaten voldoende om de volgende implementatiefase te starten. Het huidige programma IGF wordt per 1 juli aanstaande beëindigd, omdat dan de overstap volgt naar beproevingen in en met het veld.
Weinig gerealiseerd
Het IGF-programma had zes bruikbare digitale basisfuncties zoals identificatie, toestemming en adressering moeten opleveren. Deze functies zouden helpen bij vijf belangrijke gegevensuitwisselingen uit de Wegiz (Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg) waaronder medicatieoverdracht en verpleegkundige overdracht.
In het Integraal Zorgakkoord (IZA) was afgesproken dat deze functies in 2025 klaar en in gebruik zouden zijn. Als het programma stopt zoals het Adviescollege aanbeveelt, komt daar voorlopig weinig van. Alleen de onderdelen Dezi (digitale zorgidentiteit) en Mitz (toestemmingsvoorziening) kunnen wat de AcICT betreft doorgaan, maar dan wel duidelijker aangestuurd.
Volgens het Adviescollege is in de afgelopen drie jaar heel weinig gerealiseerd van wat in het Integraal Zorgakkoord is toegezegd. De doelen waren te ambitieus, de organisatie was versnipperd en het ministerie van VWS had onvoldoende grip op het zorgveld. Ook werkten beleidsdirecties en het programma zelf niet goed samen, waardoor andere zorgprojecten vertraging opliepen.
VWS krijgt zwarte piet
Dat Mirjam Sterk weinig concreet reageert, heeft ook te maken met het feit dat het adviescollege de schuld voor het fiasco in hoge mate bij haar ministerie legt. Zo’n rapport komt niet lekker aan. De vier hoofdproblemen zijn:
- Te ambitieuze doelen: er werd tevergeefs geprobeerd om in korte tijd generieke functies voor alle zorgaanbieders te ontwikkelen, terwijl eisen en wensen sterk uiteenliepen;
- Gebrek aan sturing vanuit beleidsdirecties: De Wegiz-programma’s (die zorgaanbieders verplichten om gezondheidsgegevens elektronisch en gestandaardiseerd uit te wisselen) konden hun behoeften niet goed doorzetten naar het IGF-programma;
- Zwakte in interne aansturing: de directie Informatiebeleid/CIO (DI/CIO) had te veel rollen tegelijk en werkte zonder duidelijke overkoepelende architectuur of realistische planning. DI/CIO stuurt haar software-ontwikkelafdeling iRealisatie onvoldoende aan. Zij stelt te weinig eisen en ziet onvoldoende toe op het tot stand komen van werkbare procesafspraken. Gevolg is dat de software voor de Nationale Verwijs Index (NVI) en Dezi weinig bruikbaar is;
- Onvoldoende regie op het zorgveld: VWS had te weinig kennis, te weinig formele sturingsmiddelen en moest omgaan met botsende belangen tussen zorgsectoren en leveranciers.
Stap voor stap
In plaats van grote generieke oplossingen moet VWS kleine, concrete belemmeringen per stap oplossen, samen met zorgaanbieders en leveranciers. Ook moet de interne organisatie professioneler worden ingericht. Bovendien moet VWS doorgaan met het ontwikkelen van juridische instrumenten om partijen te kunnen verplichten mee te werken.
De minister zegt de regierol van VWS te zullen versterken. Vooruitlopend daarop zouden verschillende verbeteringen te zijn aangebracht in de governance, normering, architectuur en uitvoering.
