Technologische soevereiniteit staat hoog op de Europese agenda. Overheden investeren in eigen ai-infrastructuur en organisaties kijken kritischer naar hun afhankelijkheid van technologie uit de Verenigde Staten. Dat is een begrijpelijke ontwikkeling. Tegelijkertijd mogen deze ambities geen rem zetten op de toepassing van ai binnen organisaties.
Het dilemma
In veel bestuurskamers speelt momenteel dezelfde discussie. Enerzijds is er de wens om te investeren in betrouwbare, Europese technologie. Anderzijds is juist de meest volwassen ai-functionaliteit vandaag beschikbaar via internationale leveranciers. Voor cio’s en it-beslissers ontstaat daardoor een strategisch dilemma: wachten op Europese alternatieven of nu investeren in technologie die direct bedrijfswaarde oplevert?
Die keuze is relevanter dan ooit. Organisaties die ai effectief inzetten, verbeteren processen, versnellen besluitvorming en vergroten hun innovatievermogen. Tegelijkertijd bouwen zij ervaring op met nieuwe werkwijzen en ontwikkelen medewerkers de vaardigheden die nodig zijn om ai duurzaam in de organisatie te borgen. Dat leerproces is minstens zo waardevol als de technologie zelf.
Het alternatief
Europa heeft eerder vergelijkbare keuzes gemaakt. Tijdens de opkomst van cloudcomputing kozen veel organisaties voor internationale platforms omdat deze sneller beschikbaar en technologisch verder ontwikkeld waren. Die afhankelijkheid is achteraf onderwerp van discussie geworden, maar heeft tegelijkertijd de digitale transformatie van veel organisaties mogelijk gemaakt.
Een vergelijkbare situatie doet zich nu voor bij ai. Europese initiatieven zijn volop in ontwikkeling, maar het zal naar verwachting nog enkele jaren duren voordat zij op alle vlakken een volwaardig alternatief vormen voor de huidige marktleiders. Voor organisaties die vandaag concurrerend willen blijven, is dat een lange periode.
De langetermijnstrategie
Dat betekent niet dat technologische soevereiniteit onbelangrijk is. Integendeel. Investeringen in Europese ai-capaciteit, transparantie en digitale autonomie zijn noodzakelijk om op langere termijn minder afhankelijk te worden van buitenlandse technologie. Maar die langetermijnstrategie hoeft de korte termijn niet te blokkeren.
De uitdaging voor cio’s ligt daarom niet zozeer in de keuze tussen soevereiniteit of innovatie, maar in het zorgvuldig combineren van beide. Dat vraagt om een duidelijke ai-governance, aandacht voor databeveiliging, compliance en leveranciersmanagement, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt gecreëerd om de meest geschikte technologie voor een specifieke businesscase toe te passen.
Organisaties die deze balans weten te vinden, profiteren nu van de voordelen van ai en bouwen tegelijkertijd aan een toekomst waarin meer Europese alternatieven beschikbaar komen. Technologische soevereiniteit is een belangrijk strategisch doel, maar zou geen voorwaarde moeten zijn om vandaag al waarde uit ai te halen.