Wildgroei in XML-vocabulaires schreeuwt om afstemming

Opkomst en ondergang van een acroniem

Elektronisch zakendoen begint op stoom te komen. Digitale marktplaatsen zijn er inmiddels in overvloed, zowel van bedrijf naar consument als tussen bedrijven onderling. XML is een van de technologieën die deze bloei mogelijk maakt. XML is echter alleen een standaard voor de structuur van documenten, over de inhoud zegt zij zelf niets. Daarom ontstaan er nu overal XML-vocabulaires voor e-handel. Het afgelopen half jaar is dit aantal zelfs verdubbeld tot 251. Een consultant beschrijft de ontwikkelingen en waarschuwt Nederland voor een achterstand.

Edi (electronic data interchange) was lange tijd de standaard voor het digitaal uitwisselen van gegevens tussen bedrijven. Edi heeft een relatief succes gekend: voor grote bedrijven is het vaak een waardevolle toevoeging aan het zakendoen geweest. Digitaal uitwisselen van gegevens over een netwerk heeft immers veel voordelen: gegevens kunnen zeer snel ter plaatse zijn, een applicatie kan er direct mee aan de slag zonder te wachten op invoer, menselijke fouten bij het invoeren van gegevens worden voorkomen. Maar traditioneel Edi had ook een groot nadeel: het was duur om in te voeren en duur om uit te voeren. De invoering is duur door de prijs van de benodigde software en door de grote complexiteit van Edi. De uitvoering is duur omdat deze traditioneel gebeurt over een 'value added network' (van) dat eigendom is van een bedrijf en dat daar een - vaak forse - prijs voor vraagt. Om deze redenen is Edi nooit aangeslagen bij middelgrote en kleinere bedrijven. Soms doen kleinere bedrijven wel zaken met Edi, maar dat is meestal omdat ze gedwongen worden door grotere handelspartners en niet echt uit vrije wil.
XML is de nieuwe taal van e-handel. Op een aantal punten is XML veel aantrekkelijker dan Edi. XML ondersteunt het gebruik van een DTD of een Schema, een document waarin de structuur van een XML-bericht vastgelegd wordt op een voor mens en computer leesbare wijze. XML is toegankelijker dan Edi, wat resulteert in een snellere leercurve bij programmeurs. Software voor XML komt in groot tempo beschikbaar, en door de grote concurrentie is deze software goedkoop. Door de schaalgrootte van XML komt digitale gegevensuitwisseling nu ook binnen het bereik van kleinere bedrijven. Bovendien is XML van de grond af ontwikkeld voor gebruik over Internet, zodat ook een wijdverbreide en goedkope aansluitmogelijkheid beschikbaar is [1].
Een groot voordeel van Edi is natuurlijk duidelijk: het bestaat en het werkt. XML wordt pas recent gebruikt voor gegevensuitwisseling in productionele omgevingen, en kan nog absoluut niet bogen op het 'track record' van Edi. Edi kent twee belangrijke standaardiseringen: X12, met name in gebruik in de Verenigde Staten, en EdiFACT, ontwikkeld door de Verenigde Naties en veelgebruikt in Europa. Beide standaarden zijn zeer complex en zeer groot.

xCBL

CommerceOne is een van de reuzen in e-handel. Met concurrent Ariba vecht het al geruime tijd om de hegemonie in het bouwen van digitale marktplaatsen. CommerceOne heeft als een van de wapenen een XML-vocabulaire voor elektronisch zakendoen ingezet: xCBL, de Common Business Library. Dit is een vrij beschikbare standaard, die iedereen kan downloaden en gebruiken. Dit geeft meteen een goed voorbeeld van de wijze waarop veel reuzen in de industrie XML inzetten: men probeert niet een vocabulaire in eigendom te ontwikkelen, wat verkocht wordt, maar men probeert een open standaard neer te zetten een daarmee controle te krijgen over de ontwikkelingen in e-handel. De winst moet komen uit de voorsprong die men daarmee krijgt op technisch gebied, en de - zeer lucratieve - opdrachten die daaruit voortvloeien.
xCBL 2.0 is een verzameling XML-componenten waarmee berichten gemaakt kunnen worden. Zo kent xCBL componenten voor veelgebruikte onderdelen van handel als adress, price, order detail (orderregel) en dergelijke. Hiermee zijn XML-documenten voor gegevensuitwisseling te bouwen. xCBL heeft er een aantal geïmplementeerd, zoals factuur, inkooporder, prijscatalogus en productcatalogus.
xCBL is een mooi voorbeeld waar de kennis die is opgebouwd in het Edi-tijdperk opnieuw gebruikt wordt. CommerceOne heeft bij het opstellen van xCBL goed gekeken naar de specificaties van onder andere EdiFACT.
xCBL 2.0 is gebaseerd op een deelverzameling van EdiFACT. Uiteraard is xCBL in XML-formaat opgeschreven, niet in het 'oude' Edi-formaat. Het maakt uitgebreid gebruik van bestaande standaarden, zoals ISO-codes. xCBL is geen één-op-één vertaling van EdiFACT. Dat zou de huidige complexiteit instandhouden, en dat is nu juist een van de problemen met EdiFACT. xCBL is een volwassen voorbeeld van een XML-vocabulaire voor e-handel.
 

Biztalk

Microsoft is ook bezig met een XML-vocabulaire, Biztalk geheten. Microsoft is al langere tijd zeer actief op XML-gebied, en lijkt opeens een aanhanger van open standaarden te zijn geworden. De 'Next Generation Windows Services', die de nieuwbakken chief software architect Bill Gates aankondigde tussen de juridische perikelen door, is gebaseerd op XML.
Een van de vragen die speelt bij inzet van XML voor digitale gegevensuitwisseling, is: hoe krijg je een XML-bericht van de verzender naar de ontvanger? Een XML-bericht zelf, zoals een inkooporder uit xCBL 2.0, bevat misschien informatie over koper en verkoper, maar niet over de verzender en ontvanger. Biztalk lost dit op door een standaard voor het routeren neer te zetten. Ieder XML-document volgens Biztalk moet een aantal 'tags' bevatten waarin routeringsinformatie zit. Deze 'Biztags' bevatten de adressen van afzender en geadresseerde. Bij transport over HTTP zullen dat www-adressen zijn, maar Biztalk schrijft geen transportprotocol voor: het kan in principe ook met tante Pos! Naast de adressen schrijft Biztalk tags voor die betrouwbare aflevering moeten regelen: er kan gespecificeerd worden of er een ontvangstbericht teruggezonden moet worden, en hoeveel tijd dat mag duren. Zo kunnen applicaties Biztalk-berichten heen en weer sturen en zonder menselijke tussenkomst óf garanderen dat de verzending geslaagd is, óf een foutsituatie signaleren. Een Biztalk-document bevat uiteraard niet alleen route-informatie: het bevat naast de adresserings-tags ook nog het eigenlijke bericht waar het om gaat, bijvoorbeeld een xCBL-factuur. Dit eigenlijke bericht kan in het Biztalk-document zelf opgenomen zijn, maar het kan ook apart meegezonden worden, bijvoorbeeld als MIME-aanhangsel (Multipurpose Internet Mail Extension) bij transport over het Internet.
Biztalk doet meer dan berichten routeren alleen. Microsoft zag ook in dat twee bedrijven alleen met elkaar kunnen communiceren wanneer ze beide toegang hebben tot de DTD's of Schema's van de XML-berichten die ze willen uitwisselen. Biztalk is ook een 'repository' waarin iedereen XML-DTD's kan stoppen, mits deze aan een aantal eisen voldoen (''Biztalk-compliant' zijn). Deze berichten-repository kan dan als bron dienen waaruit handelspartners zoeken naar DTD's die een bepaalde transactie beschrijven. Microsoft zelf vult de repository niet, dat doen alleen bedrijven die een bericht willen inbrengen. Het betreft een open en vrij toegankelijke repository. Onder andere CommerceOne heeft xCBL in de Biztalk-repository gestopt.
Microsoft doet dit uiteraard niet uit liefdadigheid: door het verspreiden van Biztalk-documenten als standaard via de Biztalk-repository, hoopt Microsoft de derde Biztalk-component te verkopen: Biztalk Server 2000, een e-handel-toolkit en -server rond Microsoft SQLServer en Microsoft Message Queue, die draait op Windows 2000. En natuurlijk ondersteunt Biztalk Server 2000 de Biztalk-berichtenstandaard en de Biztalk-repository, waarmee naadloos geïntegreerd kan worden.

Digitale contracten en tpaML

IBM heeft tpaML geïntroduceerd, wat weer een heel ander deel van de problematiek adresseert. tpaML staat voor 'Trading Partner Agreement Markup Language', en is een soort elektronisch contract. Met tpaML kunnen twee handelspartners een langdurige overeenkomst vormgeven, eigenlijk zoals nu vaak op papier gebeurt met een raamcontract waarin leveringscondities en dergelijke worden afgesproken. Een TPA is een document waarin dat gebeurt voor een digitale uitwisseling. De partners onderkennen bepaalde diensten die ze aan elkaar beschikbaar stellen (bijvoorbeeld het plaatsen van een inkooporder) en maken afspraken omtrent digitale realisatie van deze services. In de TPA staan bijvoorbeeld afspraken over het te gebruiken uitwisselingsprotocol (zoals HTTP, SMTP, FTP, Edi/VAN), de codeset die gebruikt wordt, encryptie en authenticatie, de volgorde waarin meldingen elkaar opvolgen (zo zal een orderannulering alleen kunnen volgen op een order), de tijd die de verwerking mag duren, en dergelijke. Het is dus een verzameling afspraken, op formele wijze vastgelegd voor een bepaald type gegevensuitwisseling tussen handelspartners.
De visie van IBM gaat nog verder: de TPA is geschreven in XML, en dus leesbaar voor een applicatie. IBM wil de TPA zo gaan inzetten voor het genereren van code waarmee de afgesproken services geïmplementeerd kunnen worden. tpaML biedt nog veel meer mogelijkheden: latere versies kunnen meer legale componenten gaan bevatten zodat het echt de rol van een wettelijk digitaal contract gaat vervullen. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat de legale aspecten van e-handel goeddeels onontgonnen gebied zijn. Zoals een professor in de rechten het tegen mij uitdrukte: "het hele wetstelsel worden door deze ontwikkelingen uitgedaagd"

Rosettanet

Rosettanet is een initiatief van en voor de IT- en elektronische componentenindustrie. Nagenoeg alle grote partijen nemen deel: Microsoft, IBM, HP, Intel, Cisco, SAP. Rosettanet wil een standaard opleveren voor e-handel in de IT- en EC-industrie. In zekere zin maakt Rosettanet dus gewoon een XML-vocabulaire. Bij het Rosettanet-initiatief werd echter snel opgemerkt dat alleen een lijst van uit te wisselen XML-berichten en DTD's niet voldoende is. Rosettanet richt zich dan ook voor een groot deel op de bedrijfsprocessen die ten grondslag liggen aan de uit te wisselen berichten in e-handel. Het is helemaal niet vanzelfsprekend dat die in ieder bedrijf, of in iedere voorraadketen hetzelfde zijn.
Zo wisselen handelspartners in een voorraadketen vaak berichten uit, waarbij het ene bedrijf het andere (de toeleverancier) op de hoogte stelt van verwachte orders in de toekomst. De leverancier kan dan in de productieplanning al rekening houden met een verwachte af- of toename van de te leveren onderdelen. Zo'n verwachting ('forecast') kan een redelijk accurate voorspelling voor de korte termijn zijn en een gedetailleerd schema per week bevatten, maar het is ook mogelijk dat het om een algemene lange-termijnverwachting gaat. De verzender van de verwachting kan een bevestiging van ontvangst willen - of juist niet. Het is dan belangrijk dat twee handelspartners vóór ze verwachtingen gaan uitwisselen, weten hoe hun onderlinge proces er precies gaat uitzien. Met alleen een DTD van de verwachting ben je er niet.
Rosettanet specificeert de processen achter de verwachting door het schrijven van een PIP (Partner Interface Process). Hierin wordt niet alleen vastgelegd welke XML-berichten volgens welke DTD's worden uitgewisseld, maar ook de hele dialoog waar ze in hangen: welke berichten op welke andere mogen volgen, welke start- en eindcondities de dialoog kent, enzovoort. Rosettanet heeft dan ook een ambitieuze onderliggende visie: men wil de hele voorraadketen voor de IT- en EC-industrie automatiseren, zodat een order van een eindgebruiker (van een thuisgebruiker die een PC wil kopen tot een overheid die een miljoenenorder plaatst) door de hele voorraadketen tot juiste productieplanningen en levertijden leidt.

Standaarden in alle richtingen

In het online blad XML.COM staat een overzicht van XML-vocabulaires voor e-handel, 251 in totaal. In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen 'frameworks', die een algemeen raamwerk bieden voor e-handel. De meeste besproken standaarden, zoals Biztalk, Rosettanet en ebXML vallen hieronder. Daarnaast worden functionele en verticale vocabulaires onderscheiden. Functionele, zoals xCBL, dekken een bepaald algemeen gebied af, bij xCBL order/factuur. Verticale vocabulaires specialiseren zich op een bepaalde industrie, zoals de financiële wereld, gezondheidszorg of voedselindustrie. Rosettanet is (gedeeltelijk) een verticale standaard. XML.COM vond 10 raamwerken, 95 functionele en maar liefst 146 verticale vocabulaires. Hier valt dus wel te zien welke kant het uitgaat in de toekomst: in iedere industrietak ontstaan eigen standaarden. (Het genoemde artikel is te bekijken op http://www.xml.com/pub/2000/08/02/ebiz/extensible.html).

ebXML: definitieve XML-vocabulaire?

Na dit overzicht XML-vocabulaires zal het velen langzaam gaan duizelen: XML voor Edi begon toch met de premisse dat Edi te complex was, en dat een wereldwijde standaard ontbreekt? Is het dan met al deze opduikende XML-vocabulaires niet veel erger aan het worden? Welke standaard moet een bedrijf gaan gebruiken? Wat gebeurt er wanneer ik als IT-leverancier bij Rosettanet aansluit, en een factuur aan mijn klant wil sturen, die als bank echter voor een van de financiële standaarden heeft gekozen? Kan de bank mijn factuur ontvangen en verwerken?
Het slechte nieuws is dat er meerdere standaarden, waarschijnlijk te veel, zijn en zullen blijven. Dat betekent dat voor interoperabiliteit van deze vocabulaires gezorgd moet worden. Voor een deel kan dat opgelost worden door commerciële bedrijven, die als een 'XML-makelaar' zorgdragen voor het vertalen en doorzenden van incompatibele berichten. Gelukkig biedt XML voldoende steun voor deze vertaalslagen door middel van XSL. Maar met alleen de ondersteuning van XML voor het vertalen is niet het laatste woord gezegd.
Oasis, een standaardiseringorganisatie uit de IT, en UN/Cefact, (United Nations Centre for Trade Facilitation and Electronic Business), zijn in het najaar van 1999 begonnen met een overkoepelend initiatief, ebXML, dat dé standaard voor e-handel moet worden. De visie van het ebXML-initiatief is: "Een enkele set internationaal aanvaarde technische specificaties, bestaande uit algemene XML-semantiek en gerelateerde documentstructuren om wereldhandel te faciliteren."
Gezien de brede steun voor dit initiatief is er ook een reële kans dat dit gaat lukken. Veel van de besproken initiatieven vormen input voor ebXML. Zo zijn xCBL en tpaML ingebracht. ebXML wil alle niveaus adresseren, en houdt zich dus bezig met een overkoepelende technische architectuur, modellering van bedrijfsprocessen, een verzameling herbruikbare berichtcomponenten, transport, routeren en verpakken van berichten, standaarden voor repositories, en het (elektronisch) vinden van zakenpartners. Het idee is dat een bedrijf zijn bedrijfsprocessen registreert in een 'repository' die voldoet aan de eisen van ebXML, dan zoekt naar bedrijven waarmee elektronisch zaken gedaan kunnen worden, en daar berichten mee uitwisselt in documenten die gedefinieerd zijn met behulp van de XML-berichtcomponenten. De registratie van de bedrijfsprocessen in de 'repository' zorgt er dan voor dat beide bedrijven bijvoorbeeld een orderbevestiging verwachten na iedere order (of juist niet).

Toekomst XML en EDI

Essentieel voor het goed verlopen van e-handel is dat er een eenduidige taal wordt gesproken. De meeste aandacht in b2b ligt nu bij het ontwikkelen van repositories en documenten voor het uitwisselen van gegevens. Alleen documentstandaarden opstellen is niet voldoende: ook de achterliggende processen en organisatorische aspecten moeten erbij betrokken worden.
Verder valt het te verwachten dat ebXML, door de ondersteuning van veel grote bedrijven, een grote rol gaat spelen. Veel verticale standaarden zullen ook wel afgestemd worden op ebXML. Tenslotte zal er waarschijnlijk een regionalisering van de vocabulaires plaatsvinden. Zakendoen is tenslotte gebonden aan lokale wetten en lokale zeden en gewoonten. In Nederland vindt nog niet erg veel plaats op dit gebied. De bestaande standaardenorganisaties bestuderen uiteraard alle XML. Maar bijvoorbeeld de deelname van het Nederlandse bedrijfsleven in een belangrijk initiatief als ebXML is zeer gering, een paar witte raven uitgezonderd. Kortom: er is werk aan de winkel, wanneer Nederland niet op een digitale ventweg terecht wil komen.
 
Marc de Graauw,
zelfstandig e-handelconsultant

 
Literatuur
[1]. Graauw, M. de: 'XML, het Esperanto van het Internet', Computable 1999, nr. 49.

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2000-10-13T00:00:00.000Z Marc de Graauw
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.