SGI zet Itanium 2-servers naast superlijn

Nieuwe Linux-systemen mikken op breder marktsegment

SGI begeeft zich op onbekend terrein met zijn Altix 3000-serverreeks. Het positioneert deze naast zijn Origin-lijn van supercomputers. De nieuwe machines gebruiken Intels 64-bit Itanium 2-processoren en het open source besturingssysteem Linux.

"SGI-systemen zijn normaal gesproken het topje van de ijsberg. Dat willen, en moeten, we vertalen naar breder inzetbare producten", zegt Luc van der Ham van SGI Nederland. "Met de Altix bieden we nieuwe mogelijkheden. Hij is bedoeld voor een 'lager' marktsegment dan dat waarin wij opereren met onze supercomputers. Daarnaast zijn er meer applicaties beschikbaar doordat we Linux gebruiken. Softwareleveranciers dwingen namelijk een platformkeuze af; ze willen niet langer een reeks Unix-varianten ondersteunen. Linux is dan de uitweg."
"Let wel: we begeven ons hiermee niet op de massamarkt", aldus Van der Ham. Dat heeft SGI namelijk al eerder geprobeerd, met slechte resultaten. De grafische werkstations met Windows NT en Pentium-processoren waren te veel SGI-eigen. Applicaties waren daardoor niet altijd binair compatibel, erkent Peter Michielse, manager presales en zakelijke dienstverlening.
Als Linux-distributie is nu de standaard Red Hat-uitvoering gebruikt. Daar bovenop draaien SGI's toevoegingen, afgeleid van de eigen Unix-variant Irix, in een - nu nog - gesloten module, zegt Michielse.

Gedeeld geheugen

De Altix-serie is afgeleid van de Origin 3000-reeks met SGI's eigen Mips-processoren en Irix. De Itanium 2-servers gebruiken dan ook de Numaflex-geheugenarchitectuur (non-uniform memory architecture) van het bedrijf. Hierdoor is het geheugen van alle knooppunten in een cluster direct onderdeel van het algemene gedeelde geheugen.
Dat is efficiënter voor bijvoorbeeld grotere datasets voor intensieve rekentaken. Bij reguliere clusters heeft elk knooppunt zijn eigen lokale geheugen wat gesynchroniseerd moeten worden met alle andere computers in het cluster.
Maximaal acht Altix-machines zijn als knooppunten te koppelen in een cluster. Het processorplafond ligt daarmee op 512 stuks. Dit is geen technologische grens, maar een praktische. Michielse: "De systemen zijn nieuw en moeten zich nog bewijzen. Dat is grotendeels de perceptie van de klant, maar er zijn nu ook maar weinig klanten die meer nodig hebben dat deze maximumconfiguratie. Bovendien moeten we dat alles wel zelf testen."
 
SGI's Numaflex-geheugenarchitectuur:
http://www.sgi.com/servers/numaflex.html


 
Jasper Bakker

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2003-01-17T00:00:00.000Z Jasper Bakker
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.