Managed hosting door True

Een goed idee is niet genoeg

Investeerders kijken vooral naar rendement, groei- en exitstrategie

 

Een innovatief imago, dat wil elk it-bedrijf graag hebben. Zeker als het investeerders zoekt. Ten onrechte. Want geldschieters zijn tegenwoordig vooral gecharmeerd van degelijkheid.

Vroeger was ‘fundraising’ eenvoudig. Rond de start van het nieuwe millennium was één briljante ‘brainwave’, tijdens een drank overgoten nacht ontsproten aan het onrijpe brein van een bleke puber, genoeg om geldschieters gek van begeerte te maken. Pieter Asjes, director Corporate Finance bij PricewaterhouseCoopers kijkt met verbazing terug op die tijd: “Tijdens de internetzeepbel waren de mensen echt tijdelijk in de war. Er werd fors betaald voor bedrijven die geen stuiver verdienden. Het sloeg nergens op. Als je een plan op papier had, kreeg je zo een miljoen.”

Tegenwoordig zijn investeerders voorzichtiger. Guido Emanuels heeft als director Corporate Finance bij dezelfde zakelijke dienstverlener dagelijks met die veranderde mentaliteit te maken: “Nu worden plannen veel beter doorgekauwd. Men is zeer kritisch, met name over ict-bedrijven. Het knappen van de internetzeepbel in 2001 ligt mensen nog iets te vers in het geheugen. Sindsdien is de ict een sector geweest waarin niet of nauwelijks werd geïnvesteerd. Er zijn nu wel weer mogelijkheden, het investeringsklimaat is sterk verbeterd, maar men is nog wel voorzichtig.”

Ook NextStage-voorzitter Bas Langelaar is slechts gematigd optimistisch: “Het is niet meer zo goed als tijdens de internetzeepbel, maar ook niet meer zo slecht als een paar jaar geleden. Startups hebben het echter nog steeds moeilijk, zeker als de ondernemers erachter nog geen ervaring of ‘track record’ hebben. Bedrijven die een snelle groei doormaken hebben het gemakkelijker.”

“Ik heb een patent”

NextStage brengt innovatieve ondernemers in contact met investeerders, dienstverleners, samenwerkingspartners en kennisleveranciers. Dat gebeurt onder andere via openbare netwerkevents en besloten investeerderbijeenkomsten Voorzitter Bas Langelaar heeft expertise op het gebied van technologiebedrijven, met name in de ict. Hij bestrijdt dat investeerders vooral willen investeren in innovatieve bedrijven: “Het is nog maar de vraag of het slim is om de eerste te zijn, zeker met een hele vernieuwende technologie. Je kunt beter leren van de fouten die een ander bedrijf maakt. Dat zie je ook aan een aantal ict-bedrijfjes die failliet zijn gegaan, maar daarna een herstart hebben gemaakt of zijn overgenomen. Ze renderen nu beter, omdat ze inmiddels kennis en ervaring hebben opgedaan.”

Volgens Langelaar zijn veel bedrijven die beweren innovatief te zijn, dat in werkelijkheid bovendien vaak helemaal niet: “Ondernemers denken nogal snel dat ze de eerste zijn. Ik ontmoet ontzettend veel ondernemers die zeggen dat dit nog nooit eerder op deze manier gedaan is, dat ze een uniek product hebben, dat ze de eerste zijn. Vaak heb ik hun product dan al vier keer ergens anders gezien. Of het bestaat al in Amerika en komt nu ook naar Europa. Soms weten ondernemers dat zelf dondersgoed, soms hebben ze hun huiswerk gewoon niet goed gedaan. Wat ik ook heel vaak hoor is: “ik heb een patent”. Dat zegt mij helemaal niks en de meeste investeerders ook niet. Wat zo’n patent precies betekent en vooral wat het niet betekent, daar kom je pas achter als je diep in de materie duikt.”

Oude wijn in nieuwe zakken

Ook Asjes heeft regelmatig te maken met startups die ten onrechte denken innovatief te zijn: “Er komen hier de nodige fantasten langs. In een uur tijd schiet je dan zo zeventien gaten in hun business model.” Ook het bestaan van een ruim bemeten research en Development (R& D) afdeling is geen garantie voor vernieuwing. Dat zegt Armando Veringmeijer, senior manager bij PricewaterhouseCoopers: “Het is zinvoller om te achterhalen hoeveel innovatieve producten een bedrijf op de markt heeft gebracht, dan om te kijken hoeveel mensen er op de R&D-afdeling werken.”

Innovatie komt bovendien soms uit een onverwachte hoek. Langelaar: “Vernieuwing zit niet altijd in het product. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om een nieuw betaalmodel.” Ook Emanuels benadrukt dat technologische vernieuwing lang niet altijd noodzakelijk is: “Een bedrijf hoeft geen baanbrekende nieuwe technologie te ontwikkelen om toch innovatief te zijn. Het hoeft niet perse een nieuw product te kunnen leveren, maar het kan bijvoorbeeld ook gaan om een nieuwe markt.

Daarnaast moet het belang van marketing volgens Emanuels niet onderschat worden. Emanuels: “Microsoft is daarvan een goed voorbeeld. Dat bedrijf brengt om de zoveel jaar een nieuwe versie uit van Windows. Daarbij gaat het eigenlijk altijd om oude wijn in nieuwe zakken. Van de bij wijze van spreken duizend nieuwe ‘features’ zijn er misschien vijf echt nieuw. Toch is Microsoft wel een bedrijf waarin je wilt investeren.”

Vent belangrijker dan tent

Innovatie is dus zeker niet het belangrijkste criterium voor investeerders om de portefeuille te trekken. Langelaar is duidelijk over datgene waar investeerders wel in de eerste plaats op letten: “Rendement.” Volgens Emanuels moeten geldschieters geloven in het business model: “Ze moeten er vertrouwen in hebben dat het management dat business model ook kan waarmaken. De vent is belangrijker dan de tent.

Langelaar bevestigt deze uitspraak: “Het is een cliché, maar investeerders hebben liever een slecht product en een goed ondernemersteam dan andersom. Als de ondernemers niet goed zijn, of de markt niet beloftevol genoeg is, zullen ze het zeker niet doen.”

Verder moet de investeerder een idee hebben over de manier waarop hij zijn investering kan laten groeien. Emanuels: “Dat kan bijvoorbeeld via een buy-and-build-strategie, waarbij een investeerder waarde creëert door het aankopen van steeds nieuwe bedrijfjes die elkaar aanvullen en deze ‘koppelt’ aan de initiële investering om het grotere geheel later weer door te kunnen verkopen.” Asjes: “Als het management niet effectief is, kan het vervangen ervan leiden tot bedrijfsgroei.” Innovativiteit is volgens Asjes simpelweg slechts één van de mogelijkheden om een investering in waarde te doen toenemen: ”Als een bedrijf innovatief is, kan dat ook leiden tot groei.”

Ook exit-strategieën zijn volgens Langelaar voor een investeerder van belang: “Investeerders willen een bedrijf vaak een jaar of drie, vier behouden. Daarna willen ze hun aandelen weer kwijt. Emanuels bevestigt dit: “Na een periode van tussen de drie en zeven jaar zoeken ze naar een mogelijkheid om het bedrijf door te verkopen of naar de beurs te brengen. Daarbij verwachten ze een rendement dat recht doet aan het risico dat ze met de investering hebben genomen.” Innovatie komt vrijwel op de laatste plaats van het verlanglijstje van investeerders. Langelaar: “Pas als rendement, groei- en exitstrategie duidelijk zijn, kijkt een investeerder of het bedrijf een technologische voorsprong heeft, of het product te beschermen is en hoe groot de markt is.”

Wollige verhalen

Ook de ambtenaren die zich bezighouden met stimulering van innovatie door de toekenning van WBSO-gelden hebben af en toe te maken met bedrijven die technisch minder innovatief zijn dan ze zelf aangeven. De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) is een fiscale stimuleringsregeling voor Nederlandse ondernemers die een deel van de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk compenseert. Per jaar gaat het om zo’n 425 miljoen euro. Jack Cöp is manager van een twintigkoppig ict-team dat binnen SenterNovem jaarlijks zo’n achtduizend speur- en ontwikkelingsprojecten van ict-bedrijven beoordeelt. Zelf studeerde Cöp elektrotechniek en softwareontwikkeling en werkte jarenlang als softwareontwikkelaar aan onder andere rfid-toepassingen. Zijn teamleden hebben een soortgelijke theoretische achtergrond en uitgebreide praktijkervaring binnen een gevarieerd ict-gebied. Cöp: “We hebben wel eens de indruk dat subsidieaanvragers denken: ach, die WBSO-ambtenaren weten toch niets van ict. Enkele intermediairs, aan wie sommige it-bedrijven hun subsidietraject hebben uitbesteed, gebruiken soms wollige taal of blijven hangen in functionele beschrijvingen. Onze teamleden zoeken dan contact met de technici binnen zo’n bedrijf. Dat praat een stuk vlotter.” Een WBSO-subsidie wordt alleen toegekend als een bedrijf een technisch knelpunt oplost met behulp van eigen softwareontwikkeling. Cöp: “ We krijgen ook wel subsidieaanvragen voor bijvoorbeeld het ontsluiten van managementinformatie uit productieprocessen. Die aanvragen honoreren wij niet, omdat projecten waarbij er geen sprake is van technische knelpunten niet onder de regeling vallen”. Aan de andere kant is SenterNovem ook actief op zoek naar bedrijven die vernieuwen via softwareontwikkeling, maar de regeling nog niet hebben ontdekt. Dat geldt bijvoorbeeld voor sommige jonge bedrijven in de gaming-industrie. Cöp: “De gaming-industrie is een relatief nieuwe branche waarbinnen veel aan softwareontwikkeling wordt gedaan. Het gaat om creatieve mensen die met hele andere dingen bezig zijn dan subsidies. Maar vaak willen ze wel graag nieuwe mensen aannemen. En wij bieden een startersregeling waarbij tot zestig procent van de loonkosten van speur- en ontwikkelingswerk wordt vergoed.”

Dit artikel is afkomstig van Computable.nl (https://www.computable.nl/artikel/1742543). © Jaarbeurs IT Media.

?


Lees meer over


 
Vacatures

Stuur door

Stuur dit artikel door

Je naam ontbreekt
Je e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×