Elco Brinkman: 'Zorg kan beter en efficiënter door inzet ict-toepassingen'

In Nederland valt nog veel te winnen

Dit artikel delen:

In de zorg valt nog op allerlei punten winst te boeken door toepassing van ict. Veelal is de techniek er, maar moet de keten van de zorg het gebruik ervan nog goed organiseren en implementeren. Een gesprek met Elco Brinkman, voorzitter van het Nationaal ICT Instituut in de Zorg.

Wat is de missie van Nictiz?
"Het is een nationaal instituut ter bevordering van ict-toepassingen in de zorg. Het gaat er in het bijzonder om de randvoorwaarden van het ict-gebruik op elkaar af te stemmen; de standaarden te bepalen, ervoor te zorgen dat informatie die over de patiënt beschikbaar is in de gehele keten van de zorg en door de gehele keten heen zonder problemen te gebruiken valt. De patiënt, die in verschillende opzichten veel mobieler is dan voorheen, wil niet telkens weer zijn gegevens moeten opgeven.

Nictiz
Het Nationaal ICT Instituut in de Zorg is een organisatie waarin alle betrokken partijen in de zorg deelnemen: aanbieders en afnemers van zorg, zorgverzekeraars en de overheid. Nictiz werkt aan de totstandkoming van een nationale informatievoorziening rondom de patiënt met behulp van informatietechnologie.
Het 'elektronisch patiënten dossier' vormt de basis van die informatievoorziening. Met het epd kunnen zorgverleners de medische gegevens van patiënten overal en altijd raadplegen. Behalve medische gegevens maakt het systeem straks ook de uitwisseling van logistieke en administratieve informatie mogelijk.
Bovendien kan het van groot belang zijn te weten welke medicijnen mensen gebruiken en wat hun medische geschiedenis is. Vooral oudere mensen hebben dat vaak niet paraat."

Daar zit een privacyvraagstuk aan vast.

"Er is lange tijd over dit aspect gesproken, maar nu is dat opgelost. We hebben gezegd: laat niet ieder ziekenhuis, iedere huisarts en iedere apotheker zijn eigen beveiligingsstandaard neerzetten, maar laten we één patiëntnummer gebruiken, waarin beveiligingselementen zijn ingebouwd, zodat alleen bevoegden toegang hebben. Als de patiënt dat niet wil, moet er de mogelijkheid zijn om dat kenbaar te maken. De patiënt moet er dan wel voor tekenen dat veel mensen in de keten zijn uitgesloten van informatie over hem, met alle risico's van dien. Wat betreft het privacyaspect is voorzien in een wettelijke grondslag. Er kan worden gegarandeerd dat altijd valt na te gaan wie wanneer inzage heeft gevraag in een bepaald dossier."
 
Juiste dosering
De Landelijke Centrale Middelen Registratie is ontwikkeld in opdracht van de ministeries van VWS en Justitie. De Lcmr is een informatiesysteem dat behandelaars ondersteunt, waardoor uitsluitend daartoe geïndiceerde personen de juiste dosering van het voorgeschreven geneesmiddel krijgen. Met het systeem is kwalitatief hoogwaardige informatie-uitwisseling mogelijk tussen de voorschrijvende artsen in de verslavingszorg en die in de justitiële instellingen. IVZ heeft daartoe een systeem met verwijsindexen gerealiseerd. Daarin is een beperkte set gegevens per patiënt en behandelend arts opgenomen, in het kader van de medicamenteuze behandeling met opiaten of drugsvervangende middelen. Het gebruik van biometrie en chipkaarten garandeert dat toegang tot het systeem alleen mogelijk is voor daartoe bevoegde personen. Dit geldt voor zowel patiënten als zorgverleners.
Wat is de positie van de verzekeraars in dit geheel?
"De verzekeraars zitten ook in het systeem. Wel is nadrukkelijk afgesproken dat ze alleen de administratieve gegevens kunnen gebruiken, dus niet informatie over de hoeveelheid medicijnen die een arts voorschrijft of de succesratio van chirurgen. Toegang tot informatie moet beperkt zijn tot dat wat relevant is voor de eigen taak. Essentieel is het effect op de administratieve lasten: gegevens hoeven niet telkens weer te worden ingevoerd. Ook de declaratiesystematiek is op deze manier te vereenvoudigen."
 
Hoe verhoudt wat in Nederland gebeurt zich tot internationale ontwikkelingen?
"In de Scandinavische landen is al veel bereikt. Onlangs zijn we in Finland geweest, waar we dat goed hebben kunnen zien. Door de grote afstanden in Scandinavië zijn organisaties sneller genoodzaakt telemedicin vorm te geven. Het gaat er niet alleen om dat je snel gegevens vanaf grote afstand kan raadplegen, je kan ook bepaalde behandelingen op afstand doen. In Finland gebeurt het al dat een patiënt zich meldt bij een dokter die een paar honderd kilometer verderop zit. De patiënt heeft apparatuur in huis die eenvoudig te bedienen is. Zo kan de arts zaken als hartslag en bloeddruk meten."
"In Nederland valt nog veel te winnen. Een röntgenfoto of een scan kan met de huidige internettechniek in principe direct wereldwijd beschikbaar zijn. Als je in Rotterdam echter naar het ziekenhuis gaat voor een scan duurt het nog een hele tijd voordat de huisarts in Capelle aan den IJssel die in handen heeft. Het scheelt enorm als je deze beelden direct beschikbaar kan maken in de keten. De techniek is er al lang. In die zin gaat het niet om de bits en bytes, maar om de organisatie."
 
Met wie spreekt Nictiz er in de ict-sector?
"We hebben twee belangrijke contacten. De eerste is een overkoepelend orgaan in de sector: de Vereniging van Organisaties voor ICT in de Zorg, de OIZ. Daarnaast spreken we vooral met de spelers die in dit marktsegment het actiefst zijn. Een bedrijf als Hiscom is een specialist waarmee we vaak aan tafel zitten. Maar het gaat ons er niet om te zeggen dat Philips beter is dan Siemens of Siemens beter dan Getronics, of wie dan ook. Wat we wel hebben gezegd is dat we niet continu blijven praten met honderden bedrijven die allemaal misschien wel een graantje willen meepikken: we praten met diegenen die echt kunnen leveren."
 
Perinatologie
In het pilot-project Modelleren Perinatologie ontwikkelt Nictiz een 'referentie informatie model'. Met dit model kunnen leveranciers hun applicaties zo ontwikkelen dat elektronische gegevensuitwisseling mogelijk wordt tussen zorgverleners in de perinatologie. In dit vakgebied zijn verschillende zorgverleners verantwoordelijk voor de zorg voor moeder en kind. Er vinden veel consulten en medische overdrachten plaats tussen verloskundigen en huisartsen in de eerste lijn, en gynaecologen en neonatologen in de tweede en derde lijn. Van belang is dat de patiëntgegevens uitwisselbaar zijn.
In de toekomst gekeken: wat is de volgende stap?
"Zeker de moeite waard is te kijken wat de mogelijkheden zijn van telemedicin; op afstand behandelen. Nu al worden operaties op afstand uitgevoerd, maar ik heb het ook over dagelijkse zorg. Er zijn veel mogelijkheden met betrekking tot het bestellen van medicijnen; hierbij speelt de juiste autorisatie een belangrijke rol. Ook is er nog veel te doen aan het interne informatieverkeer in ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Je moet eens kijken hoeveel karretjes vol dossiers er nu nog in ziekenhuizen worden rondgereden."
"Er gebeurt ook veel op het gebied van mobiele datacommunicatie. Dat is vooral interessant voor ambulante werkers in de zorg, zoals huisartsen en mensen in de thuiszorg. Naarmate mobiele toepassingen eenvoudiger worden, neemt de vraag naar mobiele oplossingen toe. Ook in dit geval geldt dat het essentieel is dat medicatiedossiers in een systeem zijn ondergebracht. Je hebt het over schaalsprongen en efficiëntieslagen die een enorm voordeel zullen opleveren."

 
Bas Vlugt

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2003-02-28T00:00:00.000Z Bas Vlugt
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.