Digitale Delta: Waar ligt prioriteit?

Dit artikel delen:

Op verzoek van de Tweede Kamer heeft het kabinet een nota gepubliceerd getiteld, Digitale Delta, in een poging meer samenhang aan te brengen in de dreigende versnippering van overheidsinitiatieven aangaande de ICT-sector.

Vergeleken met de stormachtige ontwikkelingen in de ICT-sector, zoals afgeschilderd in de nota zelf, doet de tekst van het kabinet wat lauw aan. Tevreden wordt geconstateerd dat Nederland zich - met de VS, Singapore en de Scandinavische landen - mag rekenen tot 'the information elite'. Dreigende zelfgenoegzaamheid onder de zes betrokken ministeries wordt gelukkig gerelativeerd met de (terechte) opmerking dat 'een goede positie vandaag geen enkele garantie inhoudt voor een goede positie morgen'.
Deze wetenschap en de ambitie deel uit te maken van de Europese kopgroep op de elektronische snelweg hebben het kabinet in de nota verleid tot het verwoorden van een brede aanpak. Gelet op de vergaande invloed van ICT in vele sectoren van onze samenleving een juiste benadering. Onduidelijk blijft echter aan welke doelstellingen het kabinet de hoogste prioriteit toekent. Het uit 1994 daterende actieprogramma Elektronische Snelwegen was veel concreter uitgewerkt dan de Digitale Delta.
Het zou verhelderend zijn om van het kabinet een algemene visie op de ontwikkeling van de ICT-sector te vernemen, en de positie van Nederland daarin. Wat is de Nederlandse agenda bij overleg in Europees, Oeso- en WTO-verband? Wat willen we daar in ieder geval bereiken rekening houdend met het belang van de internationale context? Op welke terreinen moet de overheid interveniëren, welke ontwikkelingen moeten extra gestimuleerd worden en waar laten we de markt zijn gang gaan? Zo suggereert de AWT het aantal bètastudies te concentreren in verband met gebrek aan belangstelling, maar goede bètastudenten zijn een randvoorwaarde voor verdere groei. Welke economische visie ligt ten grondslag aan het ICT-beleid? Willen we dat ICT één van de kernactiviteiten wordt van de Nederlandse economie, of willen we dat ICT vooral dienstverlenend wordt ten opzichte van landbouw, transport en distributie, de industrie, etc. Het antwoord op deze vraag is belangrijk omdat daarmee samenhangt de allocatie van overheidsmiddelen en de randvoorwaarden die geschapen kunnen worden, bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek en opleiding.
Naast deze algemene, maar fundamentele vragen, gaat de nota voorbij aan een aantal meer specifieke ontwikkelingen. Ik mis bijvoorbeeld node in deze nota de Europese telecom agenda in de komende jaren en de gevolgen die dat heeft voor ons land. Eén van de centrale thema's op Europees niveau zijn de gevolgen van het wegvallen van de traditionele grenzen tussen telefonie, televisie, en computers. Welke gevolgen heeft dit bijvoorbeeld voor het medialandschap? Willen we de verwatering van telecom en media faciliteren, of niet? Willen we multi-mediale 'content' extra kansen geven of niet, bijvoorbeeld via het faciliteren van contracten tussen scholen en uitgevers? Daarnaast hebben ook andere ontwikkelingen grote invloed, zoals het wegvallen van de traditionele grenzen tussen vaste en mobiele telefonie; de ontwikkelingen met betrekking tot de 'local loop', en Umts ('universal mobile telecommunications system'), om slechts een paar voorbeelden te noemen. Na het grote financiële succes van de veiling voor DCS-1800 heeft het kabinet aangekondigd ook de frequenties voor UMTS te willen veilen. Tegelijkertijd dicht ditzelfde kabinet in de Digitale Delta zichzelf een belangrijke rol toe bij het bevorderen van innovatie en investeringen in (tele)communicatie infrastructuur. Een mooi voornemen. Echter, de vraag waar tefoonbedrijven, die miljoenen moeten neertellen voor een frequentie, het geld vandaan moeten halen voor innovatie en investeringen blijft in de nota onbeantwoord. Ook het vraagstuk beveiliging (bestrijding van kinderporno, fraude, veilig betalen, veilig e-mailen) krijgt naar mijn mening te weinig nadruk in de nota. Veiligheid is nu juist bij uitstek een onderwerp waarbij een overheid randvoorwaarden kan formuleren. Ik zou graag méér aandacht willen zien voor het vergroten van de participatie van alle bevolkingsgroepen in de informatiesamenleving, meer aandacht voor de sociale gevolgen van de nieuwe 'netwerksamenleving' en méér proefprojecten om de maatschappelijke gevolgen te analyseren en om nieuwe mogelijkheden voor sociale contacten en een dialoog tussen mensen te bevorderen.
Concluderend kan gesteld worden dat De Digitale Delta helaas nog een groot aantal drassige plekken vertoont. Het formuleren van heldere prioriteiten, met een scherp oog voor activiteiten op Europees niveau en in internationale fora zoals de Oeso en de WTO, zijn essentieel voor het versterken van onze positie.
 
Wim van Velzen is lid van het Europees Parlement voor de EVP, de christen-democraten in Europa.
 
De aanloop, drie politici over de nota:

Voorbeschouwing:Interviews met kopstukken:

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 1999-09-10T00:00:00.000Z Wim van Velzen
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.