Managed hosting door True
Deze opinie is van een externe deskundige. De inhoud vertegenwoordigt dus niet noodzakelijk het gedachtegoed van de redactie.

Tussen mens en machine

 

Een videorecorder is een ontzettend handig apparaat. Je kunt er films naar eigen keuze op afspelen. Zijn naam ontleent de videorecorder echter aan de mogelijkheid om tv-programma's op te nemen. Voor veel videorecorderbezitters blijkt dit echter een onmogelijke opgave. Waarom? Vanwege de ingewikkelde interface.

Goed gebruik van apparatuur staat of valt met de interface. Met een goede interface is apparatuur eenvoudig en probleemloos te bedienen. In het bovengenoemde voorbeeld zijn de gevolgen van het interfaceontwerp nog vrij onschuldig.
Interfaceontwerpers werken in een gebied waarin onjuiste beslissingen kunnen bijdragen aan fysiek letsel en psychische uitputting. Een bovenmatige hoeveelheid muisklikken en toetsaanslagen kan bijvoorbeeld het begin van RSI versnellen of bestaande klachten verergeren. Interfaceontwerp bepaalt daarom tegenwoordig mede hoeveel mensen in de WAO belanden. Alle reden dan ook om hieraan veel belang te hechten.
"Zorgvuldig ontwerp en gedetailleerde specificaties hinderen de implementatie van een product niet, maar versnellen die juist. Een betere interface is een buitengewone langetermijninvestering die een aantal voordelen oplevert: hogere productiviteit voor de gebruiker en een grotere tevredenheid; grotere vermeende waarde; verlaagde kosten voor klantenondersteuning; snellere en eenvoudiger implementatie; concurrerend marktvoordeel; merktrouw; eenvoudiger handleidingen en online helpfuncties, en veiliger producten. Waar interfaceontwerp voorrang heeft gekregen, zoals bij het Macintosh-project, kunnen de resultaten spectaculair zijn."
Aan het woord is Jef Raskin, ontwerper van het Apple Macintosh-project, en nu werkzaam als onafhankelijk adviseur op het gebied van interface- en systeemontwerp.
Raskin schreef het boek 'Een nieuwe visie op interfaceontwerp'. Het is bruikbaar voor websites, software, PDA's en andere informatieapparaten.
In Raskins ogen is een interface mensvriendelijk wanneer die reageert op menselijke behoeften en rekening houdt met menselijke gebreken. Alle huidige populaire interfaces zijn volgens hem gebouwd op funderingen die strijdig zijn met wat we weten over menselijke gedachten en menselijk gedrag. En dus besteedt hij ruime aandacht aan cognitiewetenschap, de fundering van zijn boek en van goed interfaceontwerp.
Belangrijke menselijke eigenaardigheden betreffen het aandachtsgebied en gewoontevorming. Mensen hebben maar één aandachtsgebied: we kunnen niet aandacht schenken aan meerdere gelijktijdige stimuli. Interfaces zullen daarom altijd één stimulus tegelijkertijd moeten aanbieden.
Gewoontevorming heeft zijn voor- en nadelen. Handelingen geschieden na verloop van tijd automatisch. Je hoeft er niet meer bij na te denken en de snelheid is hoog. Maar er is ook een nadeel. Veel systemen vragen, voordat er een onomkeerbare handeling wordt uitgevoerd zoals het verwijderen van een bestand: 'weet u het zeker'? Omdat fouten relatief zeldzaam zijn, typ je 'J'. Al gauw wordt dit een gewoonte. De vraag van het computersysteem, bedoeld als beveiligingsmaatregel, wordt nutteloos door gewoontevorming, zo betoogt Raskin.
Na zijn ouverture over cognitieve aspecten, strooit Raskin andersoortige kennis over de lezer uit die moet bijdragen tot het ontwerp van de mensvriendelijke interface. Volgens Raskin is die modusloos en zoveel mogelijk monotoon. Wat betekent dit?
In een modusloze interface heeft een bepaalde actie ('gesture', dit is bijvoorbeeld een toetsaanslag of het intikken van en woord) voor een gebruiker slechts één resultaat: actie g resulteert altijd in handeling a. Een tweede actie h kan echter ook tot handeling a leiden. Bij een monotone interface kan elk gewenst resultaat slechts op één manier worden opgeroepen: handeling a wordt alleen door actie g opgeroepen. Veel van de huidige interfaces voldoen niet aan de hierboven genoemde principes.
Raskin reikt wetenschappelijke kennis aan waarmee de interface-efficiëntie te verhogen is. Hier betrekt hij de lezer direct, door hem uit te dagen zelf een interface te ontwerpen. Vervolgens analyseert hij in een voorbeeld 'de interface van Hans' en laat hij zien waarom en hoe het efficiënter kan. Juist dergelijke voorbeelden, waarbij de lezer wordt betrokken, zijn leerzaam. Helaas zijn ze ook zeldzaam. Raskin beperkt zich meer tot het leveren van waardevolle informatie, waarmee de lezer zelf zijn voordeel moet doen. Daarbij zitten creatieve oplossingen, zoals het 'zooming interface paradigma' (zip). Raskin vergelijkt de bureaubladgerichte gui's met een klein kamertje met deuren naar verschillende richtingen, waarboven borden met cryptische namen of pictogrammen hangen. Als je door een deur gaat, kom je in een geheel nieuw kamertje. Het is een soort doolhof. Raskin stelt daarom het zip voor. Alles wat je nodig hebt, is in één ruimte te vinden waar je overheen vliegt. Je navigeert door in te zoomen of uit te zoomen. Zo zie je het pad naar je doel en weet je steeds waar je bent.
Met 'Een nieuwe visie op interfaceontwerp' heeft Raskin gepoogd zoveel mogelijk relevante kennis over te dragen waarmee mensvriendelijke interfaces zijn te vervaardigen. Hij lijkt daarin goed geslaagd, getuige het feit dat zijn boek op diverse Amerikaanse universiteiten wordt gebruikt. Hiermee wordt ook duidelijk dat het om een studieboek gaat, niet om een handleiding. Handig zijn de gecursiveerde vuistregels die vaak de essentie van een hoofdstuk weergeven.
Om het boek toch een beetje luchtig te maken, laat Raskin elk hoofdstuk met een toepasselijk (veelal literair) citaat beginnen. Zelf stelt hij op het openingsblad: "We worden onderdrukt door onze elektronische dienaren. Dit boek is opgedragen aan onze bevrijding.''
De afwerking van het boek verdient geen schoonheidsprijs. De vertaling is magertjes, de eindredactie slecht, en in de index ontbreekt een hoop. Een volgende druk zou hieraan extra aandacht moeten besteden.
Misschien zijn daarin ook zaken op te nemen als spraaktechnologie en de toepassingsmogelijkheden van 3D op het scherm. Nu komen deze onderwerpen niet aan bod. Wellicht bewust, want in het voorwoord stelt de auteur: "Veel belangrijke aspecten van interactieontwerp zijn hier niet in opgenomen, omdat ze goed beschreven worden in de literatuur."
 
Een nieuwe visie op interfaceontwerp
Jef Raskin
Uitgever: Pearson Eduction Uitgeverij BV
ISBN 90-430-0384-0
Prijs: 59,95 gulden / 27,20 euro

 

Ruben Acohen Freelance Medewerker

Dit artikel is afkomstig van Computable.nl (https://www.computable.nl/artikel/1334410). © Jaarbeurs IT Media.

?


Lees meer over


 

Stuur door

Stuur dit artikel door

Je naam ontbreekt
Je e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.