Deze opinie is van een externe deskundige. De inhoud vertegenwoordigt dus niet noodzakelijk het gedachtegoed van de redactie.

Boek: Interface bovenop de code geplakt

Een piloot van een vliegtuigje is verdwaald in de wolken. Dus daalt hij af totdat 'ie een kantoor ziet en tegen een man schreeuwt die voor een open raam staat: 'waar ben ik?' De man gilt terug: 'je zit in een vliegtuig op ongeveer 25 meter boven de grond.' De piloot vindt onmiddellijk de goede koers en zet het vliegtuig veilig op de landingsbaan.

Een verbaasde passagier vraagt hoe de piloot plotsklaps wist waar hij naar toe moest. De piloot antwoordt: ' De aanwijzingen die ik kreeg waren feitelijk correct, maar volkomen nutteloos. Zo'n antwoord kan alleen afkomstig zijn van een Microsoftprogrammeur en toevallig weet ik waar het Microsoftkantoor ligt ten opzichte van het vliegveld.'
Voor Alan Cooper is dit niet zozeer een flauwe Microsoft-mop. Hij ziet er eerder een naakte waarheid in. Computers geven feiten, maar informeren ons niet. Ze sturen met precisie, maar ze sturen ons niet naar het doel dat we willen bereiken. En dit ligt niet aan de technologie, het zit in het ontwikkelproces van software. Dat deugt niet. In The inmates are running the asylum beschrijft Cooper waar het mis gaat met de ontwikkeling van software, wat hiervan de oorzaken en effecten zijn en hoe het ontwikkelproces verbeterd kan worden.
Teveel hedendaagse software geeft gebruikers het gevoel dat ze stom zijn. Programma's wekken zelden de indruk dat ze gemaakt zijn voor het gemak van de gebruiker. Volgens Cooper ligt dit aan het verschil in psychologie tussen de Homo Logicus en de Homo Sapiens. De Homo Logicus programmeert. Hij weet wat de technische mogelijkheden zijn en wil hier het maximale uithalen. Liefst houdt hij zich bezig met het mogelijk maken van het onmogelijke. De Homo Sapiens gebruikt software om zijn werk te doen. Hij ziet het voordeel van tekstverwerkers ten opzichte van typemachine, Tipp-ex, schaar en Pritt-stift. Hij leert de bewerkingen die hij nodig heeft en wil zich verder niet in computers verdiepen. De Homo Logicus kan hier niet goed bij. Enthousiast als hij is over de mogelijkheden van de computer, denkt hij de Homo Sapiens een plezier te doen door zoveel mogelijk functionaliteit in een programma te stoppen. Geen wonder dat de Homo Sapiens af en toe met de handen in het haar boven zijn toetsenbord hangt.
Bill Gates schijnt ooit - in een vlaag van onkarakteristiek cynisme - te hebben gezegd dat het allereenvoudigst is om software gebruiksvriendelijk te maken. Men neme een stempel met 'gebruiksvriendelijk' en bestempelt hiermee elk doosje dat de deur uitgaat. Vanuit de Homo Sapiens gezien, lijkt deze methode inderdaad populair. Maar ondertussen besteden softwareproducenten veel tijd en handenvol geld aan de ontwikkeling van gebruikersinterfaces. En juist in de ontwikkeling van gebruikersinterfaces ziet de auteur een belemmering voor gebruiksvriendelijkheid. Alleen al de term 'gebruikersinterface' veronderstelt dat de gebruiker iets nodig heeft wat bemiddelt tussen hem en de code. Gebruikers worden niet geacht om in interactie met de code te werken. Gebruikersinterfaces trekken code en gebruikers uit elkaar. Dit is terug te zien in het ontwikkelproces van software. Pas als de code van een product grotendeels klaar is, wordt een gebruikersinterface ontworpen en bovenop de code geplakt. Cooper nodigt lezers uit om deze gang van zaken eens te vergelijken met een aannemer die alvast begint met het storten van beton voordat een architect het huis heeft ontworpen.
Als de code eenmaal vastligt, ligt ook de gebruikersinteractie vast. Op deze wijze ontwikkelde programma's zijn gevoelig voor alle mogelijke en onmogelijke bewerkingen die een gebruiker moet kunnen uitvoeren. Maar de manier waarop de gebruiker deze bewerkingen dan moet uitvoeren, is van ondergeschikt belang.
Cooper introduceert hier het begrip 'elastische gebruiker'. De eindgebruiker wordt door marketeers en programmeurs opgerekt tot iemand die de wensen, eisen en vaardigheden van duizenden personen in zich heeft. Omdat het onmogelijk is om iedereen blij te maken, is het verspilde energie hier moeite voor te doen. Verzin twee of drie personen die representatief zijn voor de gebruikersgroep, zo adviseert Cooper. Geef deze een naam, een beroep en bedenk wat ze met de te ontwikkelen applicatie willen doen. En vergeet vooral niet te bedenken hoe ze het programma willen gebruiken. Nadenken over hoe de gebruikerswensen van Chantal te combineren zijn met de vaardigheden van Erno is een stuk concreter dan nadenken over een kameleontische gebruiker. Wanneer een paar representatieve gebruikers tot in detail zijn verzonnen, kunnen hun interactiescenario's in kaart worden gebracht. Waarvoor zal Chantal het programma gebruiken? Wat voor knoppen heeft zij nodig in de taakbalk en welke functies zal ze maar eens in het jaar gebruiken? Alan Cooper brengt het stellig: alleen op basis van interactiescenario's is software-ontwerp succesvol. Bovendien mag er geen regel code worden geschreven voordat de ontwerpers klaar zijn met hun werk.
Coopers stelligheid wekt geen moment irritatie op. Hij geeft zijn argumenten kracht door te verhalen uit de praktijk van software-ontwerp, een terrein waarop hij zich al twintig jaar begeeft. Zo heeft hij de basis gelegd voor Visual Basic en is hij voorzitter geweest van een aantal verenigingen op het gebied van software-ontwerp. Met 'The Inmates are Running the Asylum' houdt Cooper een passievol pleidooi voor gebruikersinteractie. Het is mooi om te merken dat deze passie zich niet beperkt tot de softwaregebruiker. Cooper legt ook zijn lezers in de watten met swingende taal, humor en tips voor de praktijk. Helemaal goed, dit boek.
 
The Inmates are Running the Asylum; why high-tech products drive us crazy and how to restore the sanity.
Alan Cooper, Sams, Macmillan Computer Publishing, 1999.
ISBN 0-672-31649-8
246 pagina's
Adviesprijs: f 66,-

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 1999-09-03T00:00:00.000Z Mariëlle Roozemond
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.