In de rubriek De Overstap gidst de doorgewinterde ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen. Deel 5: Overstappen naar Linux Mint, nieuwtjes over onder andere DeepL en Wero, tips over Qubes en EuroSky en ervaringen van overstappers.
Ik ben deze rubriek ooit begonnen met een bericht over mijn overstap van macOS naar een Lenovo-laptop met openSUSE. Dat voelde toen als een bewuste stap richting meer digitale zelfstandigheid: weg uit de vanzelfsprekende maar gesloten ecosystemen, terug naar een werkplek die meer op open source en eigen controle is gebaseerd.
Maar eerlijk is eerlijk: helemaal soepel liep dat avontuur niet. De printerproblemen waar ik eerder al over schreef, bleken toch hardnekkiger dan gedacht. En ook Thunderbird, dat ik als mailprogramma gebruikte, vertoonde mij net iets te vaak kuren. Niet onoverkomelijk misschien, maar wel vervelend genoeg om mijn dagelijkse werkritme te verstoren. Als je de hele dag schrijft, mailt, bestanden uitwisselt en publiceert, wil je niet voortdurend met je gereedschap bezig zijn. Dan moet een laptop vooral doen wat hij moet doen.
Na flink wat onderzoek en een tip van een kennis ben ik daarom helemaal opnieuw begonnen. Niet met dezelfde hardware en een andere Linux-distributie, maar met een nieuwe laptop: een Slimbook EVO, geleverd door de Spaanse fabrikant Slimbook. Daarop staat Linux Mint al vanuit de fabriek geïnstalleerd. En dat verschil merk je meteen. De hardware voelt uitstekend aan: stevig, robuust en duidelijk beter afgewerkt dan veel goedkopere laptops die ik nog wel eens tegenkom. Die zijn op papier vaak aantrekkelijk geprijsd, maar voelen in de praktijk ook echt goedkoop. De Slimbook EVO doet dat niet. Sterker nog, het uiterlijk heeft eerlijk gezegd wel iets weg van een MacBook, al is mijn uitvoering wat dikker omdat ik bewust een model wilde met een ethernetpoort. Voor mij is dat geen nadeel, maar juist praktisch. Een laptop hoeft niet per se zo dun mogelijk te zijn; hij moet betrouwbaar zijn, prettig typen en goed passen bij mijn dagelijkse werk. En als ik op reis ben, wil ik me niet voortdurend zorgen hoeven maken over mogelijke beschadigingen.
Linux Mint blijkt daarbij precies het soort besturingssysteem te zijn dat ik zocht. Het is overzichtelijk, logisch opgebouwd en vooral heel makkelijk te gebruiken. Alles werkte eigenlijk direct out of the box. Zelfs die vermaledijde HP-printer, die eerder zoveel gedoe gaf, doet nu zonder morren wat hij moet doen. Omdat een klant erop staat om bestanden via Dropbox uit te wisselen, heb ik ook de Dropbox-app geïnstalleerd. Dat werkte zonder problemen en integreert keurig met het bestandssysteem. Hetzelfde geldt voor Nextcloud, dat de basis voor mijn werkomgeving vormt. Via applets en desklets heb ik inmiddels allerlei handige tooltjes als internetradio netjes in de taakbalk geïntegreerd. Het klinkt misschien als een klein detail, maar juist dat soort dingen maken een werkomgeving prettig.
Van een gebruiker met een vergelijkbare EVO met Linux Mint, hoorde ik dat zij last had van een scherm dat af en toe flikkerde. Dat bleek uiteindelijk een kleinigheid: de refresh rate stond op 120 Hz en na het terugzetten naar 60 Hz was het probleem verdwenen. Voor normaal kantoorwerk is dat geen enkel probleem.
Voorlopig is mijn conclusie dan ook: mijn eerdere Linux-stap was leerzaam, maar met Slimbook en Linux Mint begint het echt als een volwassen alternatief voor mijn oude Mac-omgeving te voelen.
Europese betaaldienst Wero worstelt met Amerikaanse cloudafhankelijkheid
Wero vind ik een interessant voorbeeld van hoe ingewikkeld digitale soevereiniteit in de praktijk kan zijn. De Europese betaaldienst is juist opgezet als alternatief voor Amerikaanse betaaloplossingen, maar blijkt voorlopig nog niet helemaal los te zijn van Amerikaanse technologie. Volgens Heise heeft de European Payment Initiative (EPI), de organisatie achter Wero, erkend dat de dienst voor bepaalde onderdelen gebruikmaakt van managed infrastructure- en softwarediensten van AWS. Dat schuurt natuurlijk met het beeld van een volledig Europese betaaldienst. Niet omdat daarmee meteen alles mis is, maar wel omdat Amerikaanse aanbieders onder de Amerikaanse Cloud Act vallen, ook wanneer data netjes in Europese datacenters staat.
Gelukkig heeft de EPI toegezegd de afhankelijkheid van niet-Europese cloudproviders stap voor stap af te bouwen, nu de Europese cloudmarkt volgens EPI volwassen genoeg is om die overstap mogelijk te maken. Juist dat maakt Wero voor mij zo’n leerzaam voorbeeld. Digitale soevereiniteit is geen aan-uitknop. Je kunt aan de voorkant een Europees merk, Europese governance en Europese ambities hebben, terwijl er onder de motorkap nog steeds niet-Europese technologie meedraait. Wero laat daarmee vooral zien dat echte soevereiniteit pas ontstaat als ook de technische keten achter de dienst stap voor stap wordt meegenomen.
Ook DeepL laat zien hoe sterk Europa nog aan Amerikaanse ai-infrastructuur hangt
Ook in de Europese ai-sector blijkt digitale soevereiniteit gemakkelijker beloofd dan gerealiseerd. Vertaalbedrijf DeepL, een van Europa’s bekendste ai-succesverhalen, heeft betalende klanten laten weten dat hun data niet langer uitsluitend op de eigen servers wordt verwerkt en dat AWS als subverwerker wordt toegevoegd. Volgens DeepL krijgt Amazon geen toegang tot klantdata in bruikbare vorm, worden gegevens versleuteld en worden data uit betaalde diensten niet gebruikt om ai-modellen te trainen.
Toch heeft de samenwerking tot onrust geleid, juist omdat DeepL veel wordt gebruikt voor gevoelige documenten zoals contracten, beleidsstukken en bedrijfsstrategieën. De discussie raakt daarmee aan een breder Europees probleem: zolang snelgroeiende ai-bedrijven voor schaal, lage latency en wereldwijde infrastructuur afhankelijk blijven van Amerikaanse cloudplatforms, blijft volledige digitale soevereiniteit kwetsbaar. DeepL laat zo zien dat Europa wel sterke ai-toepassingen kan bouwen, maar nog altijd moeite heeft om daar een even sterke, eigen digitale infrastructuur onder te leggen.
Van Linux Mint-comfort naar Qubes OS-paranoia?
Zoals aan het begin van deze rubriek al aangegeven, ben ik inmiddels behoorlijk fan geworden van Linux Mint. Het is stabiel, overzichtelijk, snel genoeg voor dagelijks werk en vooral prettig onopvallend: precies wat je wilt van een besturingssysteem wanneer je vooral gewoon wilt schrijven, mailen, browsen en produceren.
Toch begint mijn drang naar experimenteren alweer te kriebelen. Qubes OS trekt namelijk aan een heel andere kant van het spectrum. Waar Linux Mint vooral inzet op gebruiksgemak, draait Qubes OS om ‘security by compartmentalization’: het idee dat je je digitale leven opdeelt in strikt gescheiden omgevingen, ofwel qubes. Werk, privé, onbetrouwbare websites, gevoelige bestanden en bijvoorbeeld wachtwoordbeheer draaien dan niet allemaal in één grote desktopomgeving, maar in afzonderlijke, geïsoleerde compartimenten. Als er in één omgeving iets misgaat, hoeft dat dus niet meteen je hele systeem mee te sleuren.
Qubes OS noemt zichzelf dan ook een gratis en open source besturingssysteem dat is gebouwd voor veilig single-user desktopgebruik. Dat klinkt minder comfortabel dan Linux Mint en waarschijnlijk ook een stuk bewerkelijker. Maar juist daarom is het interessant. Digitale soevereiniteit begint immers niet alleen bij Europese cloudproviders of open standaarden, maar ook bij de vraag hoeveel controle je op je eigen werkplek wilt terugpakken. En hoewel ik Linux Mint voorlopig nog niet zomaar opgeef, zou het zomaar kunnen dat mijn nieuwsgierigheid het wint van mijn behoefte aan rust. Qubes OS voelt als zo’n experiment waarvan je vooraf weet dat het gedoe gaat opleveren, maar waarvan je achteraf misschien zegt: nu begrijp ik pas echt wat isolatie op de desktop betekent. Kortom, ik heb hier nog een geschikte laptop liggen waarop ik binnenkort maar eens Qubes OS ga uitproberen.
EuroSky bouwt aan een Europees fundament onder het sociale web
Wat mij aanspreekt aan EuroSky is dat het project digitale soevereiniteit heel concreet maakt. Niet als groot beleidswoord, maar als infrastructuurvraag. Want sociale media bestaan niet alleen uit een app op je telefoon of een tijdlijn in je browser. Daaronder zit uiteraard een complexe technische laag van servers, relays, indexering, zoekfuncties, feeds en moderatie. Precies die laag is nu vaak afhankelijk van een beperkt aantal grote, veelal Amerikaanse partijen. EuroSky wil daar een Europees alternatief naast zetten: onafhankelijke infrastructuur voor het open sociale web, stap voor stap opgebouwd, component voor component. Inmiddels zijn twee van de negen onderdelen klaar, waaronder een Europese Personal Data Server waarop posts en data onder Europees recht worden gehost, en een migratietool waarmee bestaande Bluesky-accounts naar EuroSky kunnen worden overgezet. Andere onderdelen, zoals de relay en een mirror van de PLC Directory voor identiteit op het netwerk, zijn nog in ontwikkeling.
Ik vind dit soort initiatieven erg interessant omdat ze laten zien dat digitale soevereiniteit niet alleen gaat over cloudcontracten, ai-modellen of overheidsaanbestedingen. Het gaat ook over iets alledaags als de plek waar we online praten, publiceren, volgen en discussiëren.
EuroSky wil overigens niet alleen infrastructuur bouwen, maar ook een eigen microblogging-app ontwikkelen om te bewijzen dat de hele stack op onafhankelijke Europese infrastructuur kan draaien. Dat is ambitieus, en natuurlijk is het project nog lang niet af. Zoekfuncties, feedgeneratie, moderatie en een datalaag moeten nog worden gebouwd. Maar juist dat maakt het interessant om te volgen. Hier wordt niet alleen geklaagd over afhankelijkheid van Big Tech; hier proberen mensen de ontbrekende stukken van een Europees sociaal web daadwerkelijk te bouwen. En dat is misschien wel precies waar digitale soevereiniteit uiteindelijk begint: niet bij de vraag welke app we gebruiken, maar wie de onzichtbare infrastructuur daaronder bouwt en beheert.
Europese cloudomgevingen voor startups
Jelle van Miltenburg plaatste op LinkedIn (werkt er al iemand aan een Europees alternatief?) een interessant overzicht van Europese cloudproviders met speciale programma’s voor startups. Hij schrijft: ‘Voor Databaas (ons eigen Europese data platform, https://databaas.eu) waren we op zoek naar een Europese cloud provider. Nu zijn we als Nederlanders natuurlijk altijd op zoek naar goede (gratis) deals. Daarom hebben we zeven EU-cloudproviders onder de loep genomen om te ontdekken waar je gratis cloud credits kunt krijgen, wat de voorwaarden zijn, en hoe makkelijk het is om je aan te melden.’ Dat werd een interessante zoektocht. Zeker de moeite van het lezen waard mocht je werken bij of denken aan een startup.
‘Why I’m leaving GitHub for Forgejo’
Onder die titel schreef Jorijn Schrijvershof, een Nederlandse freelance DevOps engineer en developer, een zeer interessante blog. Hij zegt daarin: ‘I moved my code from GitHub to a self-hosted Forgejo. Not because of the outages, but because of who owns what runs on top of them. The Dutch government just made the same call.’
Hij beschrijft in de blog zijn redenen om weg te gaan bij Github, waaronder de genoemde outages van de laatste tijd. Maar er speelt wat hem betreft veel meer. Zoals het feit dat Github in feite geen zelfstandig bedrijf of project meer is. Het heeft inmiddels geen eigen ceo meer en is in de CoreAI-divisie van Microsoft geïntegreerd. Dat geeft in mijn ogen wel aan hoe het met de zelfstandigheid van Github zit. Zoals eerder aangegeven, heeft niet voor niets ook de Nederlandse overheid besloten een eigen hostingplek voor eigen code in te richten.
Iedere developer, ieder ontwikkelbedrijf, iedere it-afdeling en iedere universiteit moet uiteraard zijn of haar eigen afweging maken. Maar wie digitale soevereiniteit een belangrijk thema vindt, kan zo langzamerhand niet meer om het feit heen dat Github niet in een digitaal soevereine aanpak past.
Nog een overstapverhaal: hoe een fotograaf migreerde
Wimer Hazenberg is een in Friesland wonende fotograaf met een stevige belangstelling voor ai. Op zijn website vertelt hij over zijn avonturen als het gaat om migreren naar een Europese omgeving. Hij schrijft onder andere: ‘There’s a version of this post that starts with a spreadsheet and ends with a quiet sense of satisfaction. That’s mostly how it went. But underneath the practical exercise of swapping one SaaS tool for another was something that felt more urgent, a growing discomfort with how much of my digital infrastructure sat on servers I didn’t control, in a jurisdiction increasingly prone to unpredictability, operated by companies whose incentives don’t always align with mine.’
Vervolgens lees je in zijn blog hoe hij alle veranderingen heeft doorgevoerd en welke keuzes hij daarbij heeft gemaakt: van Google Analytics tot password management en van compute tot Object Storage en offline backups. Wat mij betreft een leestip, want een zeer lezenswaardig verslag van een ingrijpende verandering.
Waarom gebeurt dit eigenlijk?
Twee schijnbaar los van elkaar staande berichten die de laatste tijd mijn aandacht trokken en die gevoelsmatig dicht tegen digitale soevereiniteit aan liggen:
– Google Chrome laadt in de achtergrond een 4GB grote LLM op je device zonder dat je ergens om hebt gevraagd.
– Microsoft Edge stores all your saved passwords unencrypted in memory’.
Laten we de gebruiker niet vergeten
Tenslotte nog een link naar een blog die Claudia van Kruistum, project manager Nextcloud bij SURF, schreef over een van de gevolgen als je weggaat bij een hyperscaler. Je wordt dan in veel gevallen geconfronteerd met een minder goed geïntegreerde set aan tools. Zo beschrijft ze een voorbeeld van het aanmaken van een agenda en ineens wordt de vergaderlink niet meer automatisch gegenereerd, maar moet dit handmatig gebeuren. Voor wie techniek geen vies woord vindt, is dat geen probleem. Sterker nog, het geeft misschien zelfs wel een gevoel van autonomie. Maar voor veel mensen die techniek slechts als een hulpmiddel zien om hun eigenlijke werk te doen, is dit een forse drempel. Zij zijn vaak juist fan van al die geïntegreerde tools en zien een verandering daarin als een groot nadeel.
Daarom heeft SURF, zo schrijft Van Kruistum, in de zoektocht naar een digitaal soevereine werkplekomgeving doelbewust gekozen voor een alternatieve Europese omgeving die alleen flinke mate van integratie kent. Want, zo stelt zij, werkbaarheid is geen bijzaak.
Mijn conclusie? De zorgen van gebruikers over veranderingen die hun productiviteit – in ieder geval in eerste instantie – in gevaar kunnen brengen, moeten we serieus nemen. Zij zitten niet te wachten op steile leercurves. Voor hen is belangrijk dat zij dat rapport, die slidedeck of die belangrijke e-mail snel en efficiënt kunnen opstellen en afronden.
Misschien wel de grootste fout die wij als enthousiaste digitale soevereinen (is dat een goed Nederlands woord?) kunnen maken, is dat we in onze drang naar verandering de volstrekt terechte zorgen van gebruikers over het hoofd zien. De it-omgeving die wij voor hen optuigen, moet uiteraard aan tal van eisen voldoen. Een heel belangrijke is – zoals Van Kruistum schrijft -werkbaarheid. Want wat we natuurlijk niet willen, is dat we straks ‘alles’ keurig naar een Europese omgeving hebben gemigreerd, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat de acceptatie onder gebruikers nul is en zij als een variant op ‘Bring Your Own Device’ gewoon door blijven werken met hun niet-soevereine werktools. Omdat het alternatief dat wij als digitale enthousiastelingen voor hen opgebouwd hebben voor hen simpelweg niet werkt.


Lekker bezig, die Robbert.
Van MacOS naar openSUSE naar Mint.
De keuze van keuterboertje.
Op zich voor de hand-liggend.
Deb/Apt based platforms bieden vaak meer vrijheid dan Red Hat RPM.
Betere support voor laptops.
En Mint heeft een MS windows uiterlijk/gui.
Dat maakt de instap van uit MS ook makkelijker
Aan de andere kant wordt het ook lastig zonder bedrijven en hun support.
Vrijheid blijheid, totdat er iets niet werkt.
Dat is ook het dilemma.
Wel de lusten (goedkoop, vrij) niet de lasten (geen support)
De keuze is reuze versus alles gaat lekker geintegreerd.
En indien niet, dan noemen we het overmacht.
We willen niet kiezen, maar iemand de schuld kunnen geven 😛
Lekker bij vitten op MS dus.
Qubes OS maakt me ook nieuwsgierig.
Bij containers heb je nog steeds een gedeelde kernel.
Maar dat maakt het ook meer lightweight.
Qubes op laptop voor eindgebruikers, ik zie het nog niet gebeuren.
En straks alles weer terug Door Bring Your Own Cloud ?
De cloud als shadow IT 😛
Digitale soevereinen versus click maar en we zien wel.
Comfort versus Paranoia.
De nerd wappies versus “laten we de gebruiker niet vergeten”
En die wil blijkbaar Dropbox 😉
Nieuwe hype van soevereiniteit doet me denken aan de sprookjes van de cloud want ik heb ooit in een panel gezegd dat dit ICT delivery-model kansen biedt maar nog geen wonderen. Hetzelfde geldt voor het idee van open source want leesbare code zegt nog niks over de aanpassingen die je kunt en mag maken hieraan. Zo laat dominantie van x86 instructieset door Intel en AMD zien hoe diep de afhankelijkheid zit. Want zelfs wanneer software open source is blijft de onderliggende compute-stack uiteindelijk draaien op ecosystemen waarvan de roadmap en productie grotendeels buiten Europa plaatsvindt. Daarom zijn de ontwikkelingen rond alternatieven zoals ARM64 en RISC-V interessant omdat ze het huidige speelveld openbreken.
Cloud abstraheerde de hardware jarenlang weg alsof compute een generieke utility was maar AI, energie-efficiëntie en geopolitiek maken de onderliggende chiparchitectuur weer zichtbaar. Ineens doet het er weer toe waar de chips geproduceerd worden en welke exportrestricties gelden want de ironie is dat de cloud-discussie ooit begon met het uitbesteden van complexiteit terwijl de huidige soevereiniteitsdiscussie juist laat zien hoe belangrijk kennis van die complexiteit eigenlijk is gebleven. Want een
cloud-native technologie beweegt zich steeds meer naar de edge waarbij het niet om OpenSUSE of Linux Mint gaat maar om de containers voor de (micro)services.
Het soevereiniteitsvraagstuk gaat dus steeds minder over welke Linux-distributie je gebruikt en steeds meer over welke orchestratie- en beheerslaag je de meeste vrijheid van handelen geeft. Interessant hierin zijn de ontwikkelingen van hyperscalers zoals Amazon, Google en Microsoft die voor ARM64 kiezen vanwege een grotere efficiëntie want we praten graag over een digitale soevereiniteit maar we blijven afhankelijk van dominante spelers in CPU-architecturen, hyperscale cloud of AI-accelerators welke grotendeels afhankelijk zijn van de grote Amerikaanse spelers.
“de ironie is dat de cloud-discussie ooit begon met het uitbesteden van complexiteit terwijl de huidige soevereiniteitsdiscussie juist laat zien hoe belangrijk kennis van die complexiteit eigenlijk is gebleven.”
Het probleem in notendop.
Tja, geen groot geworden door klein te blijven in de IT.
Wel door lui te blijven dom worden..
Ik zie wel een vooruitgang bij oudlid.
De vraag is blijkbaar niet meer of nu MacOS ow MS Windows op de desktop willen,
maar welke Linux distro het gaat worden 😉
Van desktop naar edge naar cloud en app naar Infra naar hardware..
En waar worden die chipmachines trouwens ook alweer gemaakt ?
Owja, ASML Veldhovuh.
Wat betreft de belofte van Steve Balmer in 2000 om van Windows het best beheerde platform te maken heeft Linux nog een lange weg te gaan door een andere gouvernance. De ironie is dus dat Windows historisch won op beheer(s)baarheid van de desktop, terwijl Linux won in datacenters en cloud infrastructuur want Linux biedt wel kansen maar geen wonderen als we kijken naar functionele wisseling van de services. Het onderliggende besturingssysteem is tenslotte veel minder interessant als we kijken naar een delivery model zoals SaaS op basis van een browser.
De desktopoorlog tussen Windows en Linux is hierdoor niet relevant want de IT verschuift van apparaat-centrisch naar service-centrisch waardoor het meer om de centraal versus decentraal georganiseerde diensten gaat. In 2000 draaide service mobiliteit trouwens nog om een Windows CE device welke afhankelijk was van synchronisatie met een centrale Windows-omgeving. Oude Compaq iPAQ had een ARM chip want al decennia lang is er een ontwikkeling gaande in de edge die niet om de hyper-scale CPU gaat maar om de goedkope Android-tablets of smartphones doordat de intelligentie grotendeels verschoven is naar de netwerk services die eenvoudig geconsumeerd kunnen worden via het idee van de cloud.
Daarmee ontstaat een interessante paradox rond digitale soevereiniteit want veel discussies blijven hangen op Windows versus Linux, Amerikaanse cloud versus Europese cloud of open source versus gesloten software terwijl de zelfrijdende auto’s om een andere IT gaan. En dat is nog maar één van de duizend ontwikkelingen in de edge als we kijken naar een voortschrijdende digitalisatie. ASML is hierin een strategische speler maar uiteindelijk slechts één onderdeel van een enorme mondiale supply chain want de chipindustrie draait niet om één bedrijf maar om een ecosysteem van onderlinge afhankelijkheden.
Hetzelfde geldt voor Microsoft want de continuïteit van de business gaat niet om het besturingssysteem maar om de applicaties. Zolang business applicaties afhankelijk zijn van een Microsoft ecosysteem is soevereiniteit een bestuurlijke discussie die de gemoederen bezig houdt terwijl er uiteindelijk niet veel veranderd want 32-bits Windows 2000 met 16-bits legacy gaat om hetzelfde rondje om de kerk. Met Windows 2000 kwam Active Directory wat destijds een enorme stap voorwaarts was in centraal beheer van gebruikers, policies, rechten en apparaten.
De ironie is dus dat Linux technisch flexibeler is maar Windows organisatorisch beter aansloot op de behoefte aan een centraal beheerde kantoorautomatisering. Want de oud-hoofdredacteur heeft niet één verhaal over een organisatie die de stap heeft gemaakt om alle kantoorautomatisering te migreren naar een soevereine oplossing.
Infra het belangrijkste vinden en het OS juist niet, lijkt me ook een paradox.
Keuterboerje heeft herhaaldelijk laten weten dat volgens hem Linux op de desktop een opstap biedt naar meer moois en een afstap naar minder (MS).
Edge is ook maar een extra abstractie laag. En ja, ook vaak Linux/BSD based (what else 🙂
Beetje slap om op een ecosysteem te wijzen en dat er vaak nog ongewenste afhankelijkheden in zitten.
Vooral Azure heeft natuurlijk veel verwevenheid met MS tools. AWS en GCP al minder.
Losmaken van technische verwevenheid is juist een deel van soevereiniteit.
EntraID is alleen echt belangrijk bij als je on prem AD draait en andere MS based producten gebruikt.
En daar wil je als soeverein juist vanaf.
ASML stond pakweg 12 jaar geleden ook voor de keus om Sun Unix platform (Sparc/Solaris) te vervangen door wat anders.
Oracle bleek nl niet betrouwbaar.
Het werd project met naam Voyager, genoemd naar een ruimteschip dat zich snel van Sun (solar) system verwijderde.
Koste heel wat moeite maar het is gelukt. Nog wel RTOS natuurlijk vanwege gegarandeerde snelheid van subsystems maar centrale functies van Sun/Solaris zijn nu overnomen door Intel/Linux.
Schijnt trouwens niet helemaal zeker te zijn of die Voyager naam echt zo bedacht was om die reden.
Net zoals dat Windows NT vast helemaal geen New Technogly betekende.
Of TWAIN scanners standard (Technology Without An Interesting Name).
Waar was ik.. owja.
IAM is geen zaak van MS meer, zolang je maar weet wat je wilt.
Windows 2000 is overigens al weer kwart eeuw geleden, dus wie is er nou eigen de Dino 😉
Het gaat niet om Windows 2000 maar om het idee van Active Directory waarop veel organisaties hun operationele beheer hebben gebouwd met zoiets als RBAC als we naar het governance model kijken. Want met Windows 2000 kwam ook WMI van één script to rule them all. De ironie is namelijk dat veel Linux-enthousiastelingen nog altijd de desktopdiscussie voeren alsof het om GUI’s of licentiekosten gaat terwijl ‘Enterprise IT’ in werkelijkheid draait om de beheer(s)baarheid van het gehele ecosysteem.
Historische kracht van Windows ligt niet primair in Windows zelf maar in het beheer-ecosysteem rond Active Directory, Group Policies en WMI. Tot op heden is Microsoft hierdoor nog dominant op de desktop in de zakelijke markt omdat Linux nog niet de dezelfde beheersbaarheid biedt met open standaarden. Want de ironie is dat Het Nieuwe Werken niet alleen een organisatorische verandering is maar ook een hardware- en architectuurverschuiving waarin idee van BYOD uiteindelijk wringt met het Zero Trust Model.
Leuk daarom dat je RTOS aanhaalt Dino want vele Linux distributies kennen een micro OS als doelgerichte appliance want minder is uiteindelijk meer als we kijken naar het achterwege laten van alle onnodige toeters en bellen want uiteindelijk wil je niet het apparaat beheren maar de services. Vanuit ITIL/ITSM-perspectief is dat precies waar Continual Service Improvement (CSI) om gaat want begrijpen hoe een dienst geleverd wordt, waar de bottlenecks ontstaan en welke componenten onderling afhankelijk van elkaar zijn is uiteindelijk business as usual binnen Enterprise-omgevingen. Een veilige, gestandaardiseerde toegangspoort tot diensten gaat om het afstoffen van de oude ideeën want een micro OS is uiteindelijk als eerdere secure thin client want vanuit ITIL/ITSM verander je hierdoor het end-point management naar platform lifecycle management wat je een lagere Total Cost of Ownership met meer soevereiniteit oplevert.
Vanuit een CSI-perspectief wordt de nieuwe vraag: “Welke architectuur levert dezelfde dienst tegen de laagste energie-, beheer- en complexiteitskosten?”
Geld komt nu eenmaal voor de moraal want als soevereiniteit meer kost dan het oplevert dan blijft alles zoals het is. Gelukkig draait Microsoft Edge ook op OpenSUSE of Linux Mint aangezien bij cloud-native service delivery de browser het besturingssysteem is waardoor alle discussie over het onderliggende besturingssysteem minder relevant wordt. Discussie over de onderliggende hardware wordt daardoor interessanter want de meeste kantoorautomatisering heeft immers geen extreme processor nodig. Tekstverwerking, e-mail, videobellen en SaaS-applicaties stellen relatief beperkte eisen aan de client. En daarmee verschuift de aandacht van maximale prestaties naar beheerbaarheid, energieverbruik, levensduur en vervangbaarheid. In dat licht bekeken is de opkomst van ARM interessant omdat deze 50% minder energie verbruikt wat ook doorwerkt in het datacentrum als we kijken naar een energietransitie waardoor geleverde businesswaarde per Watt of workload per Watt de nieuwe KPI wordt.
Windows 2000 was misschien een kwart eeuw geleden maar de echo ervan werkt nog altijd door omdat de meeste innovatie in ons vak niet revolutionair is maar het gevolg van een voortschrijdende techniek. Dezelfde businessvragen beantwoorden we met nieuwe gereedschappen. Want uiteindelijk gaat Enterprise IT niet over besturingssystemen maar over beheersbaarheid, standaardisatie, automatisering en governance. Laatste is interessant want de ironie is dat veel discussies over Linux, Windows, cloud of soevereiniteit nog steeds worden gevoerd op het niveau van het platform terwijl de werkelijke machtsstructuur in de governance-laag zit. De meeste organisaties zijn niet afhankelijk van Windows omdat Windows zo bijzonder is. Ze zijn afhankelijk van de processen, identiteiten, bevoegdheden, controles en verantwoordelijkheden die rondom het platform zijn opgebouwd.
Als Microsoft Edge, Teams, Outlook, SharePoint en andere SaaS-diensten de primaire werkomgeving vormen dan wordt de laptop steeds meer een appliance. De discussie verschuift dan van welk besturingssysteem draait erop naar hoe eenvoudig is de werkplek te beheren, beveiligen, vervangen en integreren in het governance-model?
Je reactie is weer een rondje om de kerk.
Punt van de nadruk op beheer had je al gemaakt.
“The network is the computer” stamt uit al uit tachtiger jaren.
Sun Microsystems trouwens.
De weg naar thin clients is dan ook zo oud als die naar Rome.
Want thin clients bleken achteraf toch steeds te mager en zijn nu dikker dan ooit.
Belang van hardware innovatie staat verder los van die van het OS.
Niemand spreekt je daarin tegen.
Zoveel verschilt er uiteindelijk niet tussen de visies die je bekritiseert.
Keuterboertje vindt dat we ergens mee moeten beginnen. De desktop bijvoorbeeld. Komt de rest vanzelf. Ja, ook de problemen.
Koelmans pleit voor in soevereine-informatiehuishouding-deel-2 voor regie bij de opdrachtgevers. Niet alles zelf doen, wel controle houden.
Hoeffnagels vindt “dat echte soevereiniteit pas ontstaat als ook de technische keten achter de dienst stap voor stap wordt meegenomen.”
Een mooie balans van ergens beginnen en het overzicht proberen te behouden.
Bezint eer je begint dus, maar dat bezinnen blijkt moeilijk, nu de kennis van Infra al jaren is uibesteed aan diegenen die je niet meer vertrouwt.
Eigen broek hooghouden is lastig als je de bretels inmiddels hebt laten vervangen door een maas van touwtjes in handen van een ander.
Ja, klopt. En thin client is nu eenmaal iets te grofmazig als panacee voor RunAt(Server) en RunAt(Client) zoals al omtrent 1996 duidelijk werd bij de opkomst van de browser. Citrix en Microsoft remote desktop (1998) waren duidelijk alleen tijdelijk (zeer) nuttig voor legacy en beheer.
Omdat client- en serverprocessen ook verschillende eigenaren en rechtenstructuren op elkaar van toepassing moeten kunnen laten zijn, is een soevereine informatiehuishouding echt onontkoombaar. Je wilt niet iedere client individueel van dienst zijn met deployment en iedere leverancier van een client applicatie z’n functionaliteit en condities laten binnenbrengen met daarop een verdienmodel plus een enorm beslag op je eigen bedrijfsmiddelen. Dan krijg je het huidige gekkengesticht met 5 à 6 miljjard schade en derving per jaar.
Daar komt het laatste jaar nog weer bij dat we Trump tot enige, vijandige statelijke actor hebben verklaard om vervolgens alles wat is opgebouwd tegen al die andere statelijke en niet-statelijke actoren enigszins buiten de deur te houden weer om zeep te gaan helpen. Terwijl het direct ervoor nog de enige aanmerking komende optie was en middels regelgeving heilig verklaard was. Alles alleen maar voor geld (want niemand is natuurlijk echt blind) en de illusie dat weer iets relevants te doen hebben.
Alle wegen leiden naar Rome alleen is het de vraag of je de koets kiest met paarden of een elektrische auto want eerdere mainframes en client-server zijn vervangen door cloud en edge computing als antwoord op dezelfde fundamentele vraag hoe je verwerking, het beheer en de verantwoordelijkheid in je informatiehuishouding organiseert. En
wie het beheer uitbesteedt verliest handelingsvrijheid hoewel dat geen probleem hoeft te zijn zolang de voordelen daarvan opwegen tegen de afhankelijkheden want de weg naar Rome is nog altijd dezelfde maar door uitbestedingen staan er wel meer tolpoortjes langs de route. Want kosten zitten niet alleen in softwarelicenties maar ook in energieconsumptie, netwerkcapaciteit, compliance en een groeiende hoeveelheid partijen die een stukje van de route beheren als we kijken naar de ketenproblematiek.
Onze sector is cyclisch als we kijken naar de telkens terugkerende vraag of je de gebruiker naar de data brengt of de data naar de gebruiker vanwege veranderde wetgeving rond privacy, gegevenssoevereiniteit, cybersecurity en archivering. Want een soevereine informatiehuishouding gaat niet over de keuze van een desktop, een browser of een besturingssysteem maar over de onderliggende architectuur. Vergeet in de soevereine informatiehuishouding niet de back-up Dino want de moderne werkplek keert steeds meer terug naar het principe van de terminal omdat standaardisatie, beveiliging en energie-efficiëntie belangrijker zijn geworden dan individuele configuratievrijheid. In de vraag hoeveel functionaliteit er daadwerkelijk lokaal nodig is ontstaat vanzelf de beweging richting een dunnere client want eerder Net PC, browser, thin client en nu de immutable desktop zijn uiteindelijk verschillende voertuigen op dezelfde weg naar Rome.
Minder vrijheid op desktopniveau geeft meer vrijheid op architectuurniveau want de gebruiker bepaalt steeds minder de condities waarop hij/zij diensten consumeert als ik kijk naar het ‘dicht timmeren’ van de werkplek met de policies via Windows 11. Een immutable OpenSUSE-desktop betekent minder tolpoortjes en een besparing van miljoenen voor grote organisaties doordat je 2 tot 3 jaar langer met dezelfde hardware kunt doen en 40% minder beheerkosten hebt. Want niemand ging servers virtualiseren omdat het technisch leuk was. En niemand stapte van mainframes naar client-server over omdat het ideologisch aantrekkelijk was of ging naar de cloud vanuit een principe. Vraag is wat de verandering werkelijk dicteert want de prijs van hardware innovatie gaat om een vervijfvoudiging van de eerdere investeringen want uiteindelijk blijft de economie de sterkste architect.