Het Adviescollege ICT‑toetsing (AcICT) ziet dat Rijkswaterstaat de industriële automatisering (IA) voor de vernieuwing van de Van Brienenoordbrug degelijk heeft voorbereid, maar waarschuwt dat enkele it‑risico’s nog nadrukkelijk aandacht vragen.
Dat blijkt uit het advies aan minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat). Het project, dat loopt tot 2035, omvat de vervanging en renovatie van de brug, inclusief de modernisering van de beweegbare delen. Centraal in het project staat de inzet van generieke IA‑bouwblokken. Het gaat om diverse componenten, zoals de Uniforme Werkplek voor de bediening, een routeerbare noodstopsysteem en uniformering van de koppeling met de verkeerscentrales, een bouwblok voor de uitwisseling van data en een bouwblok voor de tech.
Belangrijk is het 3B‑bouwblok: het technische hart van bediening, besturing en bewaking van de brug. Deze standaard-componenten zijn eerder succesvol toegepast en sluiten volgens Rijkswaterstaat goed aan op de configuratie van de Van Brienenoordbrug. ‘Het 3B‑bouwblok is al met succes bij drie bruggen ingezet,’ aldus het advies.
Weinig tijd
Toch blijven er it‑knelpunten. Zo worden de bouwblokken pas negentien maanden na de start van de werkzaamheden geleverd, waardoor weinig ruimte resteert voor integratietesten. De IA-programmatuur bestaat uit plc’s (programmable logic controller) voor de besturing van de fysieke onderdelen van de brug en een bovenliggend scada-systeem (supervisory control and data acquisition) om de plc’s aan te sturen. Volgens het Adviescollege kunnen updates voor het scada‑gedeelte — cruciaal voor het dichten van cyberkwetsbaarheden — te lang op zich laten wachten. Daarnaast dreigt kennisverlies rond het 3B‑bouwblok, omdat RWS het slechts op zeven bruggen inzet.
Het AcICT adviseert onder meer om bouwblokken eerder te leveren, software-updates te versnellen en het leveranciers‑ en contractmanagement te versterken. Ook moet RWS borgen dat de huidige IA‑onderhoudspartij betrokken blijft tot de vernieuwing start. Ten slotte pleit het college voor een brede evaluatie van de bouwblokken, om te bepalen of standaardisatie op meer bruggen voordelen biedt.
Opvolging
Rijkswaterstaat herkent zich in het advies. Alle drie de hoofdaanbevelingen worden opgevolgd. De bestaande aanpak van uniformering en standaardisatie wordt verder doorontwikkeld. Op basis van gebruik van de IA-bouwblokken, praktijkvoorbeelden bij vergelijkbare projecten en gesprekken met de markt, zijn de ervaringen vertaald in een set van zogenaamde architectuur-afspraken voor de industriële automatisering. De aanpak sluit goed aan bij internationale afspraken in de markt over industriële automatisering. De set van afspraken en richtlijnen wordt nu geïmplementeerd, inclusief de bouwblokken genaamd modulaire technische architectuur 2.0.
