De ai-gigafabriek die ondernemer Han de Groot (Volt) samen met Eneco in het Rotterdamse havengebied wil bouwen, hoeft niet tot extra netcongestie te leiden. Voorwaarde is wel dat deze ai-infrastructuur dan directe toegang heeft tot windenergie op de Noordzee. Zo’n aanlandingspunt en de nabijheid van een flexibele backup-energiecentrale kunnen de belasting van het stroomnet tot een minimum beperken.
Dit zei Han de Groot die met zijn bedrijf Volt het initiatief tot dit project heeft genomen, donderdag in de Tweede Kamer. Hij reageerde daarmee op vragen van het BBB-kamerlid Henk Vermeer, die zich afvraagt waarom deze fabriek voorrang moet krijgen.
Energiebehoefte
Tijdens een rondetafelgesprek over het optimaal benutten van ai-kansen zei De Groot dat er rond dit project een aantal misverstanden leeft. Een daarvan is de vrees dat ai met zijn enorme energiebehoefte het bedrijven nog moeilijker maakt om aan een stroomaansluiting te komen. Volgens De Groot heeft Nederland ruim voldoende elektrisch vermogen voor ai-infrastructuur in de vorm van stroom van windparken op zee.
Probleem is echter dat er momenteel te weinig capaciteit bestaat om die elektriciteit te transporteren naar locaties verder van de kust. Er zijn genoeg plannen voor windparken. Maar om die rendabel te maken moet je de stroom ophalen waar die aan land komt en al infrastructuur bestaat. Plaatsen als Borssele, IJmuiden en Rotterdam komen dan in aanmerking. Van de windparken naar de kust liggen al voor miljarden aan kabels.
De ai-fabrieken waar Nederland behoefte aan heeft, leveren in de volle breedte rekenkracht. Zeker de komst van digitale assistenten, virtuele collega’s die fysieke medewerkers bijstaan, vereist veel ‘ruwe’ rekencapaciteit. Zonder eigen infrastructuur voor ai-rekenkracht blijft Nederland afhankelijk van niet-Europese aanbieders, met geopolitieke, juridische en leveringsrisico’s.
Europese tender
Die ai-gigafactory moet een plaats krijgen binnen een Europees netwerk van ai-rekencentra.
De Europese Unie opent op korte termijn de aanbesteding voor de realisatie van vijf AI-Gigafabrieken, waarvoor 20 miljard euro aan Europese middelen beschikbaar is gesteld. Voorwaarde voor deelname aan de Europese tender is dat de Nederlandse overheid zelf ook een financieel commitment aangaat, of rekenkracht vooruitbestelt. Bij het laatste ontvangt Nederland ook nog een forse korting, vanwege de gezamenlijke inkoop-voordelen. Nederland heeft tot augustus de tijd hiervoor in te schrijven. Landen als Duitsland hebben dat al gedaan. Duitsland heeft reeds een vooruitbestelling van ai-rekenkracht ter waarde van €805 miljoen toegezegd voor een Duitse ai-gigafabriek.
De Rotterdamse fabriek gaat ongeveer vijf miljard euro kosten. Het duurt twee jaar om zo’n fabriek te bouwen. Maar eerst moeten er vergunningen komen, wat ook twee jaar kost. De Groot pleit voor een versnelde vergunningsprocedure voor dit soort grote infrastructurele projecten. Ruimtelijk beleid is nodig waar ai-infrastructuur goed ingepast kan worden. In Duitsland is al gekozen voor een versnelling, terwijl Frankrijk zones heeft aangewezen waar de papiermolens sneller draaien.
Troefkaart hyperconnectiviteit
Volgens De Groot is zo’n fabriek bepaald geen overbodige luxe omdat de verdeling van ai-fabrieken wereldwijd volledig scheef is. Liefst 75 procent staat in de VS, terwijl de EU niet verder komt dan vijf procent. De troefkaart van Nederland is de hoge hyperconnectiviteit. Zo’n duizend datanetwerken zijn hier met elkaar verbonden; een systeem dat in dertig jaar is opgebouwd. Dit betekent dat data heel snel door de EU zijn te transporteren. Deze infrastructuur is goed voor ai te gebruiken, stelde De Groot.
De ai-fabriek die voor Groningen staat gepland, staat het Rotterdamse megaproject niet in de weg. Rotterdam krijgt een capaciteit die dertig keer hoger ligt. Deze ai-gigafabriek richt zich op commerciële processen in de industrie, terwijl Groningen voor instellingen van wetenschappelijk onderzoek is bedoeld.
