Nederland is na Zweden en Denemarken het meest innovatieve land van Europa, maar de Nederlandse score op het toonaangevende European Innovation Scoreboard (EIS) is voor het tweede jaar op rij gedaald. In 2024 zat Nederland 31,8 procent boven het EU-gemiddelde, nu nog maar 27,4 procent erboven. Een score van meer dan 25 procent is nodig om een positie als Innovatieleider te behouden.
Minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat) constateert dat Nederland ‘een niveau lager ligt’ dan in 2022. Andere EU-landen en zeker landen van buiten Europa zetten veel meer stappen als het gaat om technologie en innovatie. Om deze ontwikkeling te doorbreken, heeft het kabinet diverse maatregelen in de maak voor meer publiek en privaat kapitaal, het wegnemen van belemmeringen en stimuleren van productiviteit en talent.
De nu nog goede positie van Nederland komt vooral door onze wetenschap, opleidingen, digitalisering en publiek-private samenwerking. Extra investeringen in onderzoek en ontwikkeling (r&d) zijn nodig om een sterke positie in de toekomst vast te kunnen houden.
Nederland haalt met 2,29 procent investeringen in r&d van het bruto binnenlands product – ondanks de kabinetsambities – al jaren niet de 3 procent-norm. Nederland staat als nummer 7 in de EU op ruime afstand van Denemarken (3,0%), Duitsland (3,1%), Finland (3,2%), Oostenrijk (3,3%), België (3,4%) en Zweden (3,6%). Ook landen als de Verenigde Staten (3,4%) en Zuid-Korea (4,9%) zijn hiermee intensiever bezig.
Na Nederland volgen op het European Innovation Scoreboard Finland, België, Ierland, Luxemburg en Oostenrijk. Daarna komen pas Duitsland en Frankrijk.
