Het nationaal agentschap voor disruptieve innovatie (NADI) krijgt een budget dat mogelijk oploopt tot 1 miljard euro. Tijdens de Haagse begrotingsonderhandelingen zou er bereidheid zijn ontstaan om de 500 miljoen euro te verdubbelen die in het coalitieakkoord was gereserveerd. Dit melden bronnen aan BNR. Het agentschap wordt gegoten naar het model van het Amerikaanse innovatie-instituut Darpa en het Duitse Sprin-D.
Gemikt wordt op een startkapitaal van ten minste 300 miljoen euro met jaarlijkse overheidsbijdragen van 150 miljoen euro over een periode van vijf jaar. Dat zou voldoende zijn om zes tot tien programma’s parallel te laten draaien.
Ondernemer Jelle Prins, die de opzet en vormgeving van het agentschap leidt, is optimistisch over het politieke klimaat rond NADI. Volgens hem groeit het besef in Den Haag dat zo’n agentschap nodig is voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. En om NADI echt goed van de grond te krijgen is een grote opzet gewenst. Om meer risico’s te nemen zijn veel projecten vereist omdat de kans op een mooie knaller dan veel groter wordt.
AI Deltaplan
‘Venture capital bedrijven werken ook zo. Ze wedden op meerdere paarden in de hoop dat daar een winnaar tussen zit. Wordt die grotere schaal niet bereikt dan zie je risicomijdend investeringsgedrag ontstaan. En dat is nou juist niet de bedoeling,’ aldus Prins die het Nederlandse AI Deltaplan schreef en ook mede-oprichter is van het medische ai-bedrijf Cradle.
Politiek Den Haag en beleidsmakers hebben volgens Prins ook goed geluisterd naar de adviezen van Rafael Laguna de la Vera, de oprichter/directeur van het Duitse Sprin-D. Laguna die meer dan veertig jaar onderneemt en investeert in de software-industrie, weet hoe belangrijk het is om een lange adem te hebben.
Instrumenten zoals NADI die technologische doorbraken moeten ondersteunen, zet je voor ten minste vijf jaar op, met verlengingen van vijf jaar. Pas over tien jaar worden de eerste successen zichtbaar. Het agentschap moet in een vroeg stadium potentieel veelbelovende projecten met een groot technologisch risico ondersteunen.
Prins: ‘Zeker bij dit soort innovaties bestaat een lange horizon. Je weet pas over tien, soms wel twintig jaar of het werkt.’ Al twee decennia geleden startte het quantum computing onderzoek in Delft. Nu pas begint venture capital deze sector binnen te stromen. Ook voor ASML werd meer dan twintig jaar geleden de technische basis gelegd. ‘Financierders willen na zeven tot tien jaar hun geld terugzien’. Initiatieven zoals het Nederlandse Darpa zijn broodnodig om het gat tussen de publieke financiering van onderzoek en het aanbod van durfkapitaal te vullen. Dit geldt zeker als het technologisch risico nog te groot is, en het pad naar succes nog te ver weg is voor venture capital.
Revolverende financiering
De eerste opzet in het coalitieakkoord was een revolverende financiering. De opbrengsten van het 500 miljoen grote kapitaal zouden weer in het fonds terechtkomen voor nieuwe investeringen. De initiatiefnemers achter NADI vonden dat een te zwakke basis voor een geloofwaardige start, zo bleek uit een brief aan de Tweede Kamer. Het revolverende deel zou maximaal dertig procent moeten bedragen, menen investeerders, onderzoekers, kennisinstellingen en innovatieve bedrijven. De rest krijgt de vorm van een subsidie.
Ze schreven in hun brandbrief aan de Kamer minimaal 300 miljoen euro nodig te hebben plus 150 miljoen euro per jaar. Over een periode van vijf jaar is dat 1 miljard euro. Dat zou voldoende zijn om zes tot tien programma’s parallel te laten draaien. Het rapport van de commissie Wennink over het Nederlandse verdienvermogen beveelt voor NADI 1,5 tot 2 miljard euro aan. Maar dat bedrag lijkt politiek onhaalbaar.
Onafhankelijk
Prins vindt het ook belangrijk dat NADI echt onafhankelijk wordt zonder aansturing via ministeries of coalitiebelangen. Langdurige financiering moet mogelijk zijn, ook als kabinetten van politieke kleur wisselen. Uit ervaringen in andere landen blijkt dat een oprichtingswet dit veilig kan stellen. Bij Sprin-D bleef dit achterwege wat nu wordt betreurd. Bij het Britse Aria gebeurde dit wel met gunstige gevolgen. Ook van belang is dat de programmadirecteuren voldoende mandaat krijgen. Met aansturing per comité word je risicomijdend. De politieke bemoeienis werkt eveneens slecht want dan valt de keuze op een veilige invulling van projecten.
Als alles meezit, kan NADI dit jaar nog van de grond komen, aldus Prins. Hij denkt dat dit agentschap het meest gebaat is met een geleidelijke start, ook qua bestedingen. Ook Sprin-D pakte het zo aan. Inmiddels worden vanuit dit programma meer dan driehonderd projecten gesteund. Proxima Fusion, een startup op gebied van de risicovolle kernfusie-techniek, behoort tot de paradepaardjes. Onlangs verzekerde dit bedrijf, actief in de ontwikkeling van schone energie, zich van 411 miljoen euro aan nieuw kapitaal. Zonder een agentschap die het technologisch risico wegneemt, was het nooit zover gekomen. Maar risico dragen betekent ook dat dingen kunnen falen, besluit Prins die tot zijn tevredenheid constateert dat dit besef ook in Nederland is neergedaald.
