Overheden en onderwijsinstellingen hebben de intentie uitgesproken om meer opensource te gaan werken. De rijksoverheid, provincies, gemeenten en Surf tekenden afgelopen donderdag daartoe de ‘Open Source Program Office’-Overeenkomst.
In deze overeenkomst is afgesproken om structureel opensource in te zetten en nauwer met elkaar samen te werken. Ook hebben de deelnemers de intentie om zich gezamenlijk in te zetten voor digitale autonomie en soevereiniteit.
In de intentieverklaring is opgenomen dat de overheden en Surf binnen hun organisatie een Ospo-functie (Open Source Program Office) inregelen die verantwoordelijk is voor het bevorderen van het opensource-werken. Daarnaast richten zij een landelijk netwerk op waarbinnen zij kennis en ervaringen uitwisselen. Gina Plat, adviseur bij het Ospo van Binnenlandse Zaken, zei eerder dat de grootste uitdaging bestuurlijke daadkracht is. De wens om opensource te gaan werken is er in het algemeen wel, maar initiatieven verzanden vaak in bureaucratie en eindeloos vergaderen.
Vaste plek
De overeenkomst is echter geen harde afspraak, maar een ‘inspanningsverplichting’. Een garantie op succes ontbreekt dus. Maar opensource krijgt nu wel een vaste plek in overheidsinstellingen. Het is de bedoeling om het gebruik van software met openbare broncodes onderdeel te maken van hun standaard werkwijze.
De deelnemende organisaties zullen in ieder geval intern mensen verantwoordelijk moeten maken voor de bevordering van het gebruik van software met openbare broncodes. Opensource geeft organisaties de vrijheid om zelf computerprogramma’s aan te passen als ze niet goed werken. Ook wordt het gemakkelijker om toevoegingen te doen en om over te stappen naar een andere leverancier. Ook bevordert het gebruik van opensource innovatie, omdat partijen kunnen voortbouwen op bestaande code.
Onafhankelijk
‘Opensource is niet altijd de makkelijkste of goedkoopste optie, maar het is wel een manier om onze systemen in te richten zoals wij dat willen,’ reageert staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) op het akkoord. ‘Dat maakt ons onafhankelijker. We kunnen goede oplossingen met elkaar delen, samen innoveren en transparant zijn over hoe onze systemen werken.’
Het ministerie laat weten dat andere organisaties zich later nog bij het akkoord kunnen aansluiten.
