Er komt een Nationaal Instituut voor Defensie Technologie (NIDT). Met de oprichting ervan wil Defensie de innovatiesnelheid verhogen en de productiecapaciteit van defensiematerieel in eigen land versterken.
Het nieuwe instituut moet een brug vormen tussen de krijgsmacht en de markt, aldus staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) tijdens de lancering van het NIDT bij de kazerne in Stroe. Hij kiest voor een versnelde start omdat de dreiging acuut is. Door te investeren in risicovolle prototypes en de afname van succesvolle systemen te garanderen, kan het NIDT nieuwe militaire capaciteiten binnen vijf jaar operationeel inzetbaar maken.
Naast bestaande projecten stimuleert het NIDT ook de langetermijnontwikkeling in Nederland van volledig nieuwe, grensverleggende militaire capaciteiten. Gezocht wordt naar oplossingen voor moderne oorlogsvoering die er nu nog niet zijn. De wensen van Defensie zijn hierbij leidend. Deze nieuwe technologieën worden vervolgens in de operationele omgeving van de krijgsmacht getest, zodat ze spoedig toepasbaar zijn.
Zelfstandige vennootschap
De oorlog in Oekraïne demonstreert de snelle evolutie van moderne gevechtsmethoden door de inzet van technologieën zoals drones, ai en autonome systemen. Eerste concrete uitdaging wordt het ontwikkelen van sensoren, surveillancesystemen en autonome onderwaterdrones voor de continue beveiliging van vitale infrastructuur op de Noordzee. Het idee is dat er meer ‘challenges’ komen, zowel op korte termijn (binnen drie jaar) als langjarige innovaties (tien tot vijftien jaar).
Het NIDT heeft vanaf 2028 een structureel budget van 350 miljoen euro per jaar. Plan is intensief samen te werken met startups, gevestigde bedrijven, kennisinstellingen en andere civiele partners.
Het instituut start tijdelijk als een zelfstandige vennootschap onder de vleugels van TNO. Dit maakt een soft launch op korte termijn mogelijk. Later komt een andere structuur. Jurriaan Ruys, eerder werkzaam bij Shell en McKinsey, gaat leiding geven aan het instituut.
