Onderstaande bijdrage is van een externe partij. De redactie is niet verantwoordelijk voor de geboden informatie.

Pieter Zandt: nieuwe storage- en serveromgeving

“Kale Word-bestanden bestaan bijna niet meer. Die worden volgepompt met grafische inhoud”, zegt Klaas Pater, hoofd ICT van scholengemeenschap Pieter Zandt. Zoals bijna iedere organisatie heeft ook deze onderwijsinstelling te maken met steeds grotere datavolumes. Om data de ruimte te geven, implementeerde partner AENC een nieuwe storage- en serveromgeving van Hewlett Packard Enterprise (HPE).

“Stabiliteit van de IT is voor ons uitermate belangrijk”, vertelt Pater. De circa 350 medewerkers en 2900 leerlingen van de reformatorische school moeten altijd snel toegang hebben tot bijvoorbeeld het digitale lesmateriaal. Of dat nu is vanaf een werkplek in Kampen, of vanuit een leslokaal in Staphorst, IJsselmuiden of Urk.

Waarborgen continuïteit

Het waarborgen van die continuïteit is voor de Pieter Zandt scholengemeenschap een belangrijke reden vast te houden aan enkele vertrouwde concepten. Aan oplossingen die zich in de praktijk ruimschoots hebben bewezen. “In de keuzes die we maken, zijn we misschien wat conservatief”, geeft Pater toe.

Zo maakt de scholengemeenschap al decennia gebruik van de software en de eDirectory van Novell, dat inmiddels al enkele jaren deel uitmaakt van Micro Focus. “En ik ben blij dat we in Kampen nog altijd ons eigen datacenter hebben met onze eigen systemen en niet afhankelijk zijn van de nukken van het internet”, aldus het hoofd ICT. “Op het gebied van serverbeheer besteden wij niets uit.”

Financieel afgeschreven

Enkele ontwikkelingen deden echter afbreuk aan de gebruikerservaring. Een daarvan had te maken met de prestaties van het Wide Area Network (WAN). Als docenten na een wisseling van lokaal de laptop weer opstartten, duurde het ophalen van het persoonlijke Windows-profiel uit de centrale serveromgeving in Kampen soms wel tien minuten. Pater: “Tien minuten om aan te melden is lang als de les zelf maar vijftig minuten duurt. En aan het einde van de les duurde het ook weer tien minuten om het profiel weg te schrijven.”

“Daarnaast hadden we te maken met een ruimtegebrek voor onze data”, vervolgt Pater. “Met name de grafische omgevingen zorgen voor een sterke toename van de hoeveelheid data die we moeten opslaan. Van de 12,6 terabyte netto storage die we beschikbaar hadden, zat negentig procent vol. Daar kwam bij dat de oude storage- en serveromgeving van HPE financieel was afgeschreven. Nog langer doordraaien met de afgeschreven apparatuur zou onnodige risico’s introduceren.”

Twee migraties

In 2018 besloot de Pieter Zandt scholengemeenschap om het WAN en de storage- en serveromgeving tegelijk aan te pakken. De managed 1 Gbps-glasvezelverbindingen werden vervangen door dedicated dark fibers met een capaciteit van 10 Gbps. “Waar we de verbindingen eerst moesten delen met andere gebruikers, beschikken we nu over een ‘privéglasvezelnetwerk’.”

AENC zorgde voor een goede aansluiting van het nieuwe WAN op de IT-infrastructuur van de scholengemeenschap. Deze partner nam met de steun van distributeur Tech Data ook het voortouw in de vervanging van de afgeschreven HPE-apparatuur door de nieuwste HCI-servers op basis van VMware Virtual SAN Ready Nodes van HPE te implementeren. “Als het gaat om projectbegeleiding steekt AENC met kop en schouders boven de rest uit”, stelt Pater tevreden vast. “De technische kennis en de ondersteuning liggen op een zeer hoog niveau.”

Ruimte voor uitbreiding

Het resultaat van de servermigratie stemt Pater dan ook tevreden. De nieuwe omgeving is vijf keer sneller en neemt de helft minder rackruimte in beslag. De opslagcapaciteit – waar het voor een belangrijk deel om te doen was – is enorm toegenomen. “Met 24 solid state drives verdeeld over drie vSAN-nodes beschikken we nu over een netto storagecapaciteit van 42 terabyte. En er is nog ruimte voor uitbreiding. Dat maakt het voor beheer eenvoudiger om gebruikers meer storagecapaciteit toe te wijzen.”

De Pieter Zandt scholengemeenschap heeft nu ook de solide basis die nodig is voor het zetten van enkele nieuwe stappen. Zo kijkt de ‘Novell-school’ met een schuin oog naar Windows. “Als laatste der Mohikanen worden we afhankelijk van een steeds selecter groepje partners dat nog een focus heeft op de software van wat ooit Novell was.”

“En ook wij zullen stappen richting de cloud zetten”, besluit Pater. “Steeds meer applicaties worden webgebaseerd. Het digitale schoolsysteem Magister is daar een goed voorbeeld van. Wat nog niet wil zeggen dat we ook onze serveromgeving naar de cloud moeten migreren. Het gaat erom dat we de juiste balans vinden tussen on-premises en cloud. Uiteindelijk zullen we naar een hybride omgeving gaan.”

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 2019-02-07T10:26:31.000Z Co-Workx
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.