Nathan Ducastel, directeur VNG Realisatie, wordt ambassadeur van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS); een boegbeeld- en aanjaagfunctie die bedoeld is om de uitvoering van de NDS over alle bestuurslagen heen te versnellen. Hij draagt de doelen van de NDS actief uit, verbindt partijen en helpt belemmeringen weg te nemen die de digitalisering van de overheid vertragen.
De ambassadeur vertegenwoordigt de interventies die gericht zijn op het wegnemen van structurele belemmeringen, zoals knelpunten in wetgeving, gebrek aan standaardisatie, versnippering in architectuur en uitvoering. Een andere taak is het stimuleren van een sterkere Europese technologie‑markt. Hij moet zich hard maken voor een diverser aanbod van ict-dienstverleners en -leveranciers. Ducastel benadrukt zelf de noodzaak van duidelijke keuzes voor de komende twintig-dertig jaar, omdat veel overheids‑ict aan vernieuwing toe is. De afbouw van legacy kost veel moeite.
Tot april van dit jaar ondersteunde een onafhankelijke adviesraad de uitvoering van de NDS; de NDS-Raad. Onlangs besloot staatssecretaris Willemijn Aerdts (EZK) de advisering rond de NDS anders vorm te geven. Als voormalig voorzitter van de NDS-Raad valt met de benoeming van Ducastel de appel niet ver van de boom. Hij heeft een groot politiek-bestuurlijk netwerk en veel ervaring bij de overheid.
Ducastel blijft gedetacheerd vanuit de VNG, waar hij lid is van het directie- en managementteam. Hij geldt ook als een van de drijvende krachten achter Common Ground, het meervoudig gebruiken van data bij de bron.

Een politiek-bestuurlijk netwerk gaat vooral om de achterkamertjes van de macht waar het licht van de democratie is verduisterd. Want de Nederlandse bestuurscultuur is sterk gebaseerd op een poldermodel van institutionele netwerken waar tegen D66 ageerde bij haar oprichting. Ironisch genoeg lijken dezelfde netwerken tegenwoordig steeds vaker de machtsbasis te vormen van een minderheidskabinet wat voor zijn voortbestaan afhankelijk is van snel wisselende coalities en bestuurlijke consensus. En daarmee verschuift de feitelijke besluitvorming steeds verder van het parlement naar overlegtafels, werkgroepen, taskforces, adviesraden en publiek-private samenwerkingen waar de kiezer geen zicht op heeft.
De geest van de Rutte-doctrine leeft daarmee nog altijd voort want het parlement dreigt het toneel te worden waarop reeds voorbereide besluiten worden bekrachtigd en waar moties vooral dienen voor politieke profilering, mediabeelden en persoonsverheerlijking. Want de fundamentele vraag gaat niet om niet wie er stemt maar om wie de agenda bepaalt voordat er gestemd wordt. Macht schuilt immers niet alleen in het nemen van besluiten maar ook in het bepalen welke onderwerpen worden besproken, welke experts worden gehoord en welke alternatieven buiten beeld blijven.