Het kabinet heeft ingestemd met de tweede Productiviteitsagenda. Voor disruptieve innovaties komt naar Amerikaans voorbeeld een nieuw agentschap voor disruptieve innovaties (Nadi). Dit agentschap wordt gegoten naar het model van het fameuze Amerikaanse innovatie-instituut Darpa. Ook Duitsland kent een dergelijke instelling, Sprin-D geheten.
In die zogeheten tweede Productiviteitsagenda staan maatregelen, zoals de oprichting van Nadi, om Nederland productiever te maken, zodat we ook in de toekomst onderwijs, zorg en andere voorzieningen kunnen blijven betalen. Meer productiviteit betekent dat ondernemers en werknemers hetzelfde werk sneller of makkelijker kunnen doen, of met dezelfde inzet juist meer kunnen bereiken. Het kabinet focust hierbij op een goed opgeleide beroepsbevolking, een wendbare arbeidsmarkt en innovatie.
De afgelopen tien jaar groeide de arbeidsproductiviteit gemiddeld met slechts 0,3 procent per jaar. Dat is minder dan we nodig hebben om de welvaart en publieke voorzieningen voor huidige en toekomstige generaties te waarborgen. Bovendien vergrijst onze bevolking. We kunnen dus niet rekenen op veel meer extra gewerkte uren. Zonder maatregelen komen wachttijden in de zorg, de kwaliteit van het onderwijs en onze veiligheid steeds meer onder druk te staan. Daarom neemt het kabinet maatregelen om de productiviteit te verhogen.
Zes thema’s
De Productiviteitsagenda richt zich op zes thema’s die cruciaal zijn voor het verhogen van de productiviteit:
- Digitalisering, innovatie en adoptie
Het kabinet helpt nieuwe innovatieve methodieken te ontwikkelen om de productiviteit te versterken. Bedrijven worden ondersteund bij het toepassen van nieuwe technologieën. Het eerder genoemde Nadi gaat dit aanzwengelen.
- Goed opgeleide beroepsbevolking
Het kabinet zorgt voor goed onderwijs dat beter aansluit op de arbeidsmarkt. Met basisvaardigheden als sterk fundament en goede informatie voor het maken van studie- en beroepskeuzes en aandacht voor digitale vaardigheden en mogelijkheden om je hele werkzame leven bij te scholen.
- Goed functionerende arbeidsmarkt
Werkgevers en werknemers moeten elkaar makkelijker vinden via regionale Werkcentra, flexwerkers krijgen meer zekerheid en knelpunten voor werkgevers worden weggenomen.
- Sterkere interne markt
Nederland werkt samen met andere EU-landen om regels voor bedrijven gelijk te trekken, zodat ze makkelijker grensoverschrijdend kunnen werken en concurreren.
- Toegang tot financiering
Startups, scale-ups en het mkb krijgen makkelijker financiering, bijvoorbeeld via een nieuwe investeringsinstelling (NII) en Europese samenwerking voor durfkapitaal. Toegang tot passende financiering helpt bedrijven om te investeren in innovatie, procesverbetering en talent, wat de groei en productiviteit van bedrijven versterkt.
- Slagvaardige overheid en regeldruk
Het kabinet schrapt en vereenvoudigt regels voor huishoudens en ondernemers, maakt (digitale) dienstverlening gebruiksvriendelijker en onderzoekt hoe de overheid zelf slimmer en eenvoudiger kan werken.
Productiviteitsraad
Om te adviseren over vervolgstappen gaat per 1 augustus 2026 de Productiviteitsraad van start. Deze raad brengt jaarlijks advies uit aan het kabinet, dat de basis vormt voor de jaarlijkse productiviteitsagenda. Het kabinet heeft vandaag de volgende leden benoemd: Pauline van der Meer Mohr (voorzitter), Bart van Ark, Barbara Baarsma, Didier Fouarge, Laura van Geest, Harry van de Kraats en de Amsterdamse machine-learning-specialist Max Welling.
De Productiviteitsagenda is onderdeel van de ministeriële taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat. Die moet bijdragen aan de ambitie uit het Coalitieakkoord om de economie structureel met 1,5 procent per jaar te laten groeien. Die groei is nodig om onze brede welvaart op peil te houden en voorzieningen zoals zorg, onderwijs en defensie ook in de toekomst te kunnen blijven betalen.

Alle 6 punten zijn punten die de markt beter kan regelen dan de Nederlandse overheid, de lessen van Darpa gaan tenslotte om het privatiseren van de non-strategische innovaties door ondernemen als ik kijk naar disruptieve storm van Internet. Een productiviteitsraad die bestaat uit de gebruikelijke bestuurderskliek die vooral een institutionele continuïteit belichaamd klinkt hierdoor alsof je degene die het probleem hebben veroorzaakt vraagt om het op te lossen.
Laatste disruptieve innovatie in Nederland was Girotel, de Postbank liep hierdoor jaren voor op de Rabobank maar de wet van de remmende voorsprong veranderde het speelveld. Het ging hier trouwens niet om digitaal maar om het zelfdoen, offline met één batch die je via POTS aanbod. Wat betreft een goed opgeleide beroepsbevolking kun je dan ook niet vroeg genoeg beginnen met een digitale paplepel als het gaat om de vaardigheden.
De taxonomie van Bloom maakt nog wel een onderscheidt tussen de hoge en lage cognitieve vaardigheden welke ik even vertaal naar de theoretisch opgeleiden en praktisch opgeleiden, de denkers en de doeners zullen we maar zeggen als het om een verstoorde arbeidsmarkt gaat. Want geen digitale economie zonder een infrastructuur als het om de kabels in de grond gaat. De disruptieve storm van Internet was een reddingsboei tijdens COVID-19 maar wat is er nu werkelijk geleerd?