De Rotterdamse rechter heeft besloten dat Kyndryl het Amsterdamse it-bedrijf Solvinity voorlopig nog niet mag overnemen.
Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie & Soevereiniteit) had de overname eerder verboden om de privacy van Nederlandse (DigiD-)gegevens te beschermen. Solvinity kan als dienstverlener die de infrastructuur onder DigiD regelt, onder Amerikaans eigenaarschap worden verplicht mee te werken aan extraterritoriale wetgeving van de VS.
Solvinity en de huidige eigenaar Vitruvian Partners (Host Lux) vroegen de rechter om dit verbod tijdelijk te pauzeren. Maar die besliste in hun nadeel. De rechter ziet geen reden om het verbodsbesluit te schorsen zodat de overname op korte termijn kan worden afgerond. Er is geen haast bij. Solvinity en Host Lux kunnen namelijk de officiële bezwaarprocedure afwachten, zonder dat dat onomkeerbare gevolgen heeft. Aerdts denkt eind september daarover een besluit te kunnen nemen.
Bevoegdheid
De voorzieningenrechter gaat in zijn uitspraak nog wel in op het argument van Solvinity en Host Lux dat de staatssecretaris niet bevoegd zou zijn om het verbod op te leggen. Dat argument volgt de voorzieningenrechter niet.
De Telecommunicatiewet geeft de staatssecretaris de bevoegdheid voor het opleggen van het verbod. Aerdts heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat de overname van Solvinity door Kyndryl een bedreiging van het publiek belang oplevert. Want als dochter van het Amerikaanse – uit IBM voortgekomen – Kyndryl staat het bedrijf onder de invloedssfeer van de regering Trump. Als een bedrijf onder Amerikaanse rechtsmacht valt (zoals Kyndryl), kan het volgens de staatssecretaris verplicht worden data te overhandigen, ook wanneer deze op servers in Europa staat.
Aerdts zal nog moeten onderzoeken of minder verstrekkende maatregelen dan een verbod passend zouden zijn.

Mooi, en dan nu nog eerherstel voor Pieter van Oordt die hier zijn nek ook voor heeft uitgestoken! En de ambtenaren die hem daarbij dwars hebben gezeten mogen wat mij betreft op het strafbankje gaan zitten.
Het is een positieve uitspraak en er is duidelijk goed over nagedacht. Tegelijk mist de rechter het risico met de grootste gevolgen: continuïteit. Waar de rechter het over toegang heeft en tot de conclusie komt dat in een definitieve procedure versleuteling wellicht voldoende kan zijn (red. en de overname door kan gaan), is dit een onjuiste conclusie. Het niet benoemen van sanctiemaatregelen op de beschikbaarheid van het platform is een hiaat in de uitspraak. De beschikbaarheid van DigiD (en andere voorzieningen) leidt in dagen en weken tot gevolgen voor de volksgezondheid, staatsfinanciën, toeslagen voor een gezin en de stabiliteit van de samenleving. De ‘wenken’ van de rechter voor de heroverweging vragen niet een heroverweging van aanvullende mitigerende maatregelen. Maar juist het benoemen van de juiste risico’s. Digitale soevereiniteit, toegankelijkheid, beschikbaarheid / continuïteit.
Het is een beetje onzinnig dat de advocaten van Solvinity in de rechtszaak betogen “dat de staatssecretaris niet bevoegd zou zijn om het verbod op te leggen.” Er staat letterlijk in de wet dat zij dat wel is.
Als ik Solvinity was zou ik geld terugvragen van die advocaten.
Ik lees dat er geen winst is alleen uitstel omdat de rechter oordeelt dat partijen kunnen wachten op verder onderzoek waarin vooral gekeken zal worden naar de proportionaliteit. Want als later blijkt dat minder verstrekkende maatregelen het veiligheidsbelang voldoende beschermen dan kan dat grote gevolgen hebben. Voor wat betreft het roeren in de mestput vergeet Keuterboertje dat het geld terug vragen uiteindelijk om belastinggeld gaat als er aantoonbare schade is. Ik zou zeggen dat de positie van Solvinity eerder versterkt dan verzwakt is door uitspraak. Want als de staatssecretaris uiteindelijk zelf concludeert dat een lichter middel volstond dan wordt het voor de staat moeilijker om vol te houden dat een totaalverbod noodzakelijk was.
Voor wat betreft het proportionaliteitsvraagstuk heeft de staatsecretaris nog een uitdaging door Europese regels want de tijd van digitale dijken waarin vingers gestopt kunnen worden is voorbij. De hype van soevereiniteit is leuk voor de borreltafel maar in Den Haag worden al lang niet meer de besluiten genomen waardoor een staatsecretaris gewoon de sokpop van ambtenaren is. Van strafbankje naar glijbaan gaat om het smeermiddel want we moeten niet de kosten vergeten van een opgelegde authenticatiearchitectuur. Economische boemerang van uitbesteden gaat tenslotte om een governance die blijkbaar te wensen overlaat.