Zonder een structurele opvolger van het Nationaal Groeifonds ontstaat er straks een gat in het Nederlands innovatiebeleid. Honderden bedrijven en kennisinstellingen verliezen dan cruciale steun bij het op de markt brengen van kansrijke nieuwe technologieën en prototypes. TNO concludeert dat in een onderzoek is gedaan in opdracht van Nxtgen Hightech.
Nxtgen Hightech is het nationaal innovatieprogramma voor de ontwikkeling van nieuwe machines, apparatuur en productieprocessen. Daarin wordt tot 2030 bijna één miljard euro gestoken. Tot de toepassingen zijn agrifood, biomedisch, composieten, energie, laser-satcom en semiconductors.
Daarvan komt 450 miljoen uit het Nationaal Groeifonds (NGF), dat grootschalige samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen ondersteunt. Maar de vraag, die Nxtgen Hightech stelt, is wat er na 2030 staat te gebeuren.
Uit het TNO-onderzoek blijkt dat dit soort programma’s zorgen voor meer investeringen in onderzoek, snellere innovatie en betere samenwerking. Voorwaarde is wel dat ze goed zijn ingericht en lang genoeg lopen. Een looptijd van tien tot vijftien jaar wordt wenselijk geacht, zeker in deeptech. Wie om de paar jaar opnieuw moet beginnen, bouwt niets blijvends op, zeggen deelnemers aan drie lopende Groeifonds-programma’s (Nxtgen, Polaris en het 6G-programma Future Networks. Precies die lange adem verdwijnt volgens TNO als het Groeifonds geen opvolger krijgt.
Aanbevelingen
Het TNO-rapport ‘Bouwen aan Innovatiekracht’ doet zeven belangrijke aanbevelingen voor de inrichting van een toekomstig, structureel en doelgericht ‘NGF-achtig’ instrument:
• Borg langjarige consistentie en continuïteit;
• Maak scherpe, strategische keuzes in thema’s;
• Ontwerp het instrument programmatisch, niet als subsidieloket;
• Veranker actieve en inhoudelijke governance;
• Stimuleer substantiële private cofinanciering en commitment;
• Investeer expliciet in ontwikkeling van het ecosysteem;
• Zorg voor complementariteit en coördinatie binnen het totale innovatie-instrumentarium
Op Prinsjesdag maakte het kabinet geld vrij voor twee nieuwe instrumenten: vijfhonderd miljoen euro voor een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (Nadi) en ruim drie miljard euro voor een Nationale Investeringsinstelling (NII). Nadi financiert de doorbraak, de NII de opschaling. Het huidige Groeifonds versterkt innovatie-ecosystemen en maakt het mogelijk om versneld nieuwe bedrijvigheid te ontwikkelen op strategische zwaartepunten.
Niet voldoen
Uit een nieuwe raming van TNO blijkt dat het behalen van de 3-procent-r&d-doelstelling in 2030 bij ongewijzigd beleid verder uit zicht lijkt te raken, mede als gevolg van de afloop van het NGF. Nederland voldoet daarmee niet aan de in Europees verband gemaakte afspraak. De komende jaren wordt een afname in r&d-intensiteit voorspeld. Analyse van TNO laat zien dat de r&d-intensiteit kan afnemen van 2,41 procent in 2025 – een kleine toename ten opzichte van 2024 – tot 2,13 procent in 2030.
Als de met Prinsjesdag aangekondigde stimuleringsinstrumenten doorgaan, vlakt deze daling naar verwachting af tot rond de 2,25 procent in 2030. Minister Heleen Herbert (EZK) schrijft in een brief aan de Tweede Kamer waarom Nederland achterblijft. Een van de oorzaken is dat Nederland vergeleken met buurlanden zoals Duitsland vrij weinig industrie heeft. En juist daar vindt veel r&d plaats.
