Ex-ASML-topman Peter Wennink vindt dat de EU beschermende maatregelen tegen China moet nemen, als dat land niet zelf zijn exportoverschotten beperkt. Hij roept op tot importquota of heffingen wanneer Chinese overcapaciteit leidt tot een stroom goedkope importproducten die Europese bedrijven verdringen.
Wennink, voorzitter van de gelijknamige commissie die vorig jaar aangaf hoe Nederland zijn verdienvermogen kan vergroten, is gekant tegen een volledig open markt. ‘Als China Europa met zijn producten gaat overspoelen, kan dat miljoenen banen bedreigen. Dat kunnen we niet laten gebeuren,’ waarschuwt hij in een interview met de Poolse Gazeta Wyborcza.
De Europese staatssteunregels zijn volgens Wennink achterhaald. ‘Die zijn ontstaan in een tijd waarin de overtuiging overheerste dat de staat zo min mogelijk in de economie moest ingrijpen. Tegenwoordig steunen overheden over de hele wereld strategische technologieën. Europa kan zich niet gedragen alsof we nog in dat tijdperk leven.’
Schop onder de kont
Maar Europa mag die bescherming via invoerbeperkingen echter niet gebruiken als excuus om achterover te leunen. Volgens Wennink moet de boodschap aan het Europese bedrijfsleven helder zijn: beschermende maatregelen zijn een tijdelijke adempauze, geen blijvende reddingsboei.
De Europese industrie heeft ook een flinke schop onder de kont nodig. Hij vindt dat bescherming maximaal vijf jaar mag duren; voldoende om orde op zaken te stellen en innovatie te versnellen.
Volgens hem heeft Europa jarenlang in zelfgenoegzaamheid geleefd. ‘We waren verzadigd, lui en ervan overtuigd dat alles in orde was. Ik denk dat dat voor heel Europa geldt. Intussen is China geleidelijk een wereldmacht geworden die op veel terreinen al betere technologie heeft dan wij. We moeten dus sneller innoveren.’
Beter
Wennink ziet China wel een groot probleem hebben. ‘De binnenlandse markt groeit niet snel genoeg, dus moet het zijn producten in het buitenland verkopen, ook als dat subsidiëring van productie of prijsverlaging vergt.’
Maar Chinese staatssubsidie is niet het hele verhaal. ‘Vaak zijn ze gewoon efficiënter. De Chinezen produceren goedkoper, omdat ze slimmer zijn, harder werken en sneller innoveren. En als je productiever bent, kun je goedkoper verkopen. Wij kijken naar lage prijzen en zeggen meteen dat het oneerlijke concurrentie is. Gedeeltelijk komt het inderdaad door subsidies, maar voor een groot deel ook doordat de Chinezen gewoon beter zijn dan wij in wat ze doen.’
