De NDS-Raad adviseert een Nederlandse Digitale Dienst (NDD) in te richten die overheidsbrede digitalisering moet versnellen. De kern van het advies is dat de digitale dienst niet zelf alle digitale voorzieningen ontwikkelt of beheert.
De digitale dienst moet ‘geen centrale ict-bouwer’ worden, maar een ‘regie-organisatie ’die toepassing van afspraken, standaarden en bouwstenen afdwingbaar maakt, aldus de NDS-Raad. De raad die vorig jaar september van start ging om de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) aan te zwengelen, beëindigt met dit advies haar werk. Een maand geleden besloot staatssecretaris Willemijn Aerdts (EZK) de advisering rond de NDS anders vorm te geven.
De raad benadrukt dat een digitale dienst alleen effectief kan zijn als deze vanaf de start beschikt over een helder politiek en bestuurlijk mandaat. Dat mandaat moet intern richting geven aan prioritering, normering, implementatie en opschaling, en extern duidelijk maken dat overheidsbrede keuzes niet vrijblijvend zijn voor betrokken organisaties en ook richting marktpartijen leidend zijn.
Alleen dan kan de digitale dienst functioneren als een herkenbaar en gezaghebbend instrument om gezamenlijke doelen te realiseren, aldus de NDS-Raad die onder voorzitterschap staat van Nathan Ducastel. De digitale dienst verbindt de portfolio’s, capaciteit en implementatieplanning van uitvoeringspartners aan overheidsbreed vastgestelde NDS-prioriteiten. Maar dit gebeurt, zonder de verantwoordelijkheid van afzonderlijke overheidsorganisaties voor hun primaire processen over te nemen.
Randvoorwaarden
De raad vindt dat deze dienst vier samenhangende randvoorwaarden moet organiseren:
• Architectuur en portfoliosturing als toetsbaar kompas, inclusief overzicht van lopende initiatieven, gebruik, afhankelijkheden en afwijkingen binnen het digitale uitvoeringslandschap. Zo kan overheidsbreed worden gestuurd op samenhang, prioritering, hergebruik en adoptie.
• Operationele slagkracht voor implementatie- en adoptie-ondersteuning van overheidsbrede bouwstenen.
• Passende financiering voor frictiekosten, migraties en organisatie-eigen legacy-afbouw (voor zover nodig om overheidsbrede bouwstenen te adopteren).
• Bundeling van marktvraag via gezamenlijke eisen, contract-kaders en marktbevraging waar dat zinvol is, met aandacht voor exit en leveranciersonafhankelijkheid.
Overheden hebben al allerlei gezamenlijke standaarden en voorzieningen, of werken daar binnen het NDS-programma aan. Maar ze worden nog niet breed gebruikt en groeien niet snel genoeg mee. Dat komt mede doordat organisaties hun eigen keuzes blijven maken, te weinig capaciteit hebben, investeringen lastig vinden en omdat er geen duidelijk overheidsbreed systeem is om nieuwe standaarden echt ingevoerd te krijgen.
Daardoor ontstaan verschillende oplossingen naast elkaar, is hergebruik lastig en heeft de overheid onvoldoende overzicht op ict-kosten en afhankelijkheden. Ook de groeiende hoeveelheid verouderde systemen zorgt voor vertraging.
