Digitale soevereiniteit, digitale autonomie, soevereine cloud: de termen worden vaak door elkaar gebruikt. Maar wat betekenen ze nu echt, en waarom maakt het uit? Begin juli 2026 scherpte het kabinet het cloudbeleid aan en koos het voor een eigen soevereine overheidscloud.
Wat is digitale soevereiniteit?
Digitale soevereiniteit is het vermogen om je data volledig te beschermen onder de passende jurisdictie. Het gaat dus om de vraag onder welke wetgeving data valt en wie die kan opvragen. Volgens de Algemene Rekenkamer hebben de VS formeel toegang tot data bij Amerikaanse aanbieders, ook als de servers in Europa staan.
En wat is digitale autonomie?
Digitale autonomie is niet buitensporig afhankelijk zijn en beslissingsvrijheid over je eigen data houden. Het draait om praktische vragen: waar staat die data, wie kan erbij, en kun je weg als dat nodig is? Soevereiniteit vertrouwt op wetgeving, autonomie op eigen keuzes. Dat tweede is minder vanzelfsprekend dan het klinkt. De Rekenkamer constateerde in 2025 dat geen van de drie onderzochte cloudcontracten van het Rijk duidelijke waarborgen voor continuïteit bevatte.

Wat betekent dit voor de overheid?
Op 3 juli 2026 scherpte het kabinet het Rijkscloudbeleid aan. Rijksorganisaties moeten voordat ze publieke clouddiensten gebruiken een cloudstrategie met risicoanalyse opstellen en voor belangrijke diensten een exitplan hebben. Voor kritieke organisaties wordt een aanbieder onder niet-Europese wetgeving voor kerntaken afgeraden, e-mail en documentbeheer gelden als nationaal belang en de brondata van basisregistraties mogen niet in de publieke cloud. Bestaande diensten die niet aan de nieuwe regels voldoen, moeten binnen vier jaar zijn aangepast.
Staatssecretaris Willemijn Aerdts zegt: “Digitale soevereiniteit betekent keuzes kunnen maken. Kiezen voor een andere leverancier wanneer dat nodig is.” Dat lijkt sterk op autonomie.
Wat kan Nederland zelf?
Kan Nederland dan helemaal niks op het gebied van cloud? Zeven concurrenten dachten daar heel anders over. In maart richtten Centric, Info Support, Intermax, KPN, Nebul, Previder en Uniserver de Open Cloud Alliantie op. Een van de initiatiefnemers was Ludo Baauw, oprichter van Intermax. Samen hebben ze twintig datacenters, 13.500 medewerkers en 2,5 miljard euro cloudomzet. Ze werken met open standaarden, zodat migreren naar een andere partner soepel verloopt als een van hen door een Amerikaans bedrijf wordt overgenomen.
Conclusie
Voor de meeste organisaties is het geen alles-of-niets keuze. Autonomie betekent bewust kiezen welke data waar staat, risico’s spreiden en een uitweg inbouwen in contracten. Intermax kiest zelf voor die hybride route: Nederlandse en Europese datacenters als basis, en Microsoft-cloud (Azure) waar dat nodig is. Intermax adviseert klanten actief op de zogeheten ‘cloudkeuze’. Helemaal afhankelijk zijn van één partij is ook een risico. Organisaties kunnen daarom hun applicaties en data beter over meerdere partijen spreiden. Leg niet alle eieren in één mandje.
