Verreweg de meeste computerprogramma’s worden in licentie aangeboden, waarbij de omvang van het gebruiksrecht centraal staat. Nieuwe technologieën en zakelijke modellen maken het verlenen van licenties nog complexer. Dat vraagt om extra aandacht van het kanaal en ontsluit nieuwe dienstverlening.
Wie programmatuur aanschaft, wordt doorgaans geen juridisch eigenaar van de code. Dat geldt vrijwel zonder uitzondering bij de ‘koop’ van besturingssystemen, middleware, tools zoals computertalen en natuurlijk standaardapplicaties. De rechthebbende producent of leverancier geeft de klant de software tegen een bepaalde vergoeding in licentie, terwijl hij deze zelf in eigendom houdt. Licentie is Latijns begrip en betekent onder meer verlof. Dat geldt ook voor computerprogramma’s.
Op grond van een licentie krijgt de licentienemer namelijk van de eigenaar toestemming om iets te doen wat hij daarvoor niet mocht doen. Op een computerprogramma rust auteursrecht, aldus rechter en wet, en soms ook nog octrooien, en deze rechten komen toe aan de maker of, wanneer software in het kader van een arbeidsovereenkomst is ontwikkeld, aan de werkgever. Die heeft het uitsluitende recht erover te beschikken. Om in auteursrechtelijke termen te spreken: zijn werk te openbaren en te verveelvoudigen. Zonder recht geen gebruik.
Met een licentieovereenkomst in de hand mag de gebruiker de software dus conform de regels van het contract gebruiken. Gebruiken betekent doorgaans het draaien van de runcode, volgens bepaalde, beperkende voorschriften.
Businessmodellen
Voor de industrie begint zakendoen echter met de businessmodellen. Hoewel de actuele discussie over closed versus open source software het tegendeel doet vermoeden, heeft vrijwel iedere gebruikersorganisatie te maken met ten minste zeven manieren waarop computerprogramma’s worden geleverd (zie kader 1). Dat blijft overigens in de toekomst zo. Daarnaast kennen we opvallend veel verschillende typen licentiecontracten voor softwarecode.
Neem ’s werelds grootste softwareproducent. Microsoft verleent licenties op vijf manieren: per server/CAL, per processor, per external connector, per user en per device. "Maar dit is wel per product verschillend en kan ook weer in diverse modellen worden gegoten", merkt Tom van Gelder, licensing marketing manager bij Microsoft, op.
Bij SAP zijn de licentievormen en prijsstellingen voornamelijk gebaseerd op vergoedingen voor gedefinieerde gebruikers, productopties, generic packages, industry packages en aanvullende producten, aldus client executive Jorg Kemper van SAP. "De prijsstellingen zijn gebaseerd op het gebruik van de software, onafhankelijk van de geselecteerde technische interface voor toegang tot functionaliteit en gegevens." In het kader van de prijsstelling voor productopties, generic packages en industry packages is gekozen voor wat SAP noemt ‘essentiële zakelijke eenheden’. Denk hierbij aan orders, contracten, bruto geschreven premies en bijvoorbeeld het aantal behandelde patiënten.
Los van de manier waarop de licentie verleend wordt, speelt de looptijd van het contract een rol. Tegenwoordig is niet langer de levering van gebruiksrechten voor onbepaalde tijd regel, maar zien we steeds vaker licentieverlening voor bepaalde duur, namelijk voor de periode zolang de gebruiker voor het softwaregebruik wil betalen. Deze optie – noem het abonnement, bijvoorbeeld samen met onderhoud – biedt goede mogelijkheden voor software as a service.
Keuzes
Tot voor kort gingen discussies over licentieprogramma’s van softwareproducenten vooral over de vraag welk financieel model voor de klant als eindgebruiker meest geschikt is, en hoe hoog de marges voor het kanaal zijn. Dat het met de verdiensten voor de loutere doorlevering van softwarelicenties inmiddels slecht gesteld is, beseft iedere reseller en businesspartner. Wie zijn klant geen toegevoegde waarde levert, heeft het laatste decennium zijn bedrijfseconomische kansen als sneeuw voor de zon zien verdwijnen.
Natuurlijk blijft het juiste licentieprogramma in het concrete geval een prangende vraag, maar het antwoord wordt steeds moeilijker te geven. Dat vraagt dus om specialistische kennis en advies. Allereerst hebben we te maken met een aantal nieuwe zakelijke modellen in de industrie. Open source software is er een van. Daarbij gaat het om programmatuur met ruime gebruiksrechten, maar zonder waarborgen en zekerheden, die volgens een bepaald type contract wordt aangeboden. Zo mag er contractueel geen vergoeding gevraagd worden voor gebruik; wel voor aanvullende diensten zoals onderhoud en verdere ontwikkeling.
Een andere trend heeft betrekking op dienstverlening. Software as a service gooit hoge ogen en creëert een win-win situatie voor ict-dienstverlener en klant. Programmatuur laten draaien ten behoeve van een ander vraagt in beginsel echter wel de nadrukkelijke toestemming van de eigenaar van de software.
Daarnaast hebben we te maken met virtualisatie en service oriented architectuur. Ook hier constateren we dat de licentiecontracten de business moeten faciliteren. De vraag is alleen: op welke wijze? Licentieverlening per aantal gebruikers of wellicht de totale rekenkracht bieden waarschijnlijk meer houvast dan licenties per machine of processor.