BLOG – Big Tech heeft onze wereld onmiskenbaar verrijkt. Bedrijven zoals Google, Meta en Microsoft hebben de manier waarop we werken, communiceren, leren en ons vermaken ingrijpend veranderd. Ze verbonden continenten met één klik, stopten enorme bibliotheken in onze broekzak en democratiseerden hulpmiddelen die ooit alleen waren voorbehouden aan grote instituten. In veel opzichten maakten ze een krachtige belofte waar: technologie als gelijkmaker en versneller van menselijk potentieel.
Genoemde bedrijven groeiden niet in isolatie. Ze groeiden dankzij het gebruik – sommigen zouden zeggen de gewillige deelname – van mensen. Hun macht werd niet uit de grond gewonnen of in fabrieken gesmeed; ze werd opgebouwd uit data. Data die wij leverden telkens wanneer we iets opzochten, een foto plaatsten, een reactie leuk vonden, cookies accepteerden of een app toestemming gaven om onze locatie te volgen. Gemak was de valuta, informatie de prijs.
Surveillancekapitalisme
Vandaag de dag hebben veel mensen het gevoel dat hun privacy op het spel staat. We maken ons zorgen over dat we worden gevolgd, geprofileerd, subtiel gestuurd en voorspeld. We vrezen dat onze gedachten worden gevormd door algoritmen die we niet begrijpen en niet kunnen zien. We spreken over surveillancekapitalisme en digitale manipulatie alsof die ons ongevraagd zijn overkomen. Toch blijft de ongemakkelijke waarheid bestaan: we hebben onze informatie weggegeven – vaak gretig – via sociale media, zoekmachines, clouddiensten en gratis platforms die vooraf weinig vroegen.
Deze spanning voedt de huidige tegenreactie. Gebruikers protesteren. Overheden stellen onderzoeken in. Krantenkoppen waarschuwen voor monopolies, verslaving en gevolgen voor de mentale gezondheid. We spreken alsof we slachtoffers zijn van krachten die veel groter zijn dan wijzelf. In die zin lijken we op Calimero, het tekenfilmkuikentje dat steeds roept: ‘Het is niet eerlijk, zij zijn groot en ik is klein.’ We voelen ons machteloos tegenover deze giganten en zijn ervan overtuigd dat het systeem tegen ons is. En toch blijven we, paradoxaal genoeg, scrollen.
Infuencers
We bekritiseren platforms terwijl we er uren op doorbrengen. We veroordelen dataverzameling terwijl we vertrouwen op gepersonaliseerde aanbevelingen. Sommige mensen hebben zelfs een volledig inkomen opgebouwd binnen deze ecosystemen: influencers, creators, ontwikkelaars, marketeers en docenten. Big Tech is niet slechts iets wat ons overkomt; het is iets waar velen van ons actief van afhankelijk zijn.
Deze tegenstrijdigheid doet ertoe. Ze suggereert dat simpelweg ‘vechten’ tegen Big Tech geen realistische strategie is. De stroming is te sterk en we staan al in het water. Kunnen we het tij echt keren? Waarschijnlijk niet. De schaal, verwevenheid en economische prikkels achter deze platforms maken een volledige omkeer onwaarschijnlijk. Digitale infrastructuur is inmiddels net zo fundamenteel als wegen of elektriciteit. Wat we wél kunnen doen, is leren het tij te sturen.
Data zouden niet uitsluitend in dienst moeten staan van winst
Regelgeving is een van de weinige middelen die kan tippen aan de macht van Big Tech. Niet regelgeving die wordt gedreven door angst of nostalgie, maar regelgeving die is gebaseerd op duidelijke waarden. Een voor de hand liggend aandachtsgebied is de bescherming van minderjarigen. Jonge gebruikers zijn extra kwetsbaar voor verslavend ontwerp, gerichte advertenties en schadelijke inhoud. Strengere regels rond dataverzameling, aanbevelingsalgoritmen en schermtijd gaan niet over het beperken van innovatie, maar over het beschermen van ontwikkeling en welzijn.
Hefboom
Verantwoordingsplicht is een andere hefboom. Boetes en afdwingbare wetten kunnen ervoor zorgen dat persoonlijke informatie met terughoudendheid, transparantie en doelgerichtheid wordt gebruikt. Data zouden niet uitsluitend in dienst moeten staan van winst, maar ook aantoonbaar moeten bijdragen aan het maatschappelijk welzijn, bijvoorbeeld door betere gezondheidszorg, toegankelijker onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en sterkere democratische processen mogelijk te maken.
Even belangrijk is culturele volwassenheid. Gebruikers moeten zich bewuster gaan gedragen in de digitale wereld. Gemak mag geen excuus meer zijn voor onverschilligheid. Bewust kiezen hoe en waar we onze aandacht aan besteden is een vorm van macht, ook al voelt die klein. Bewustwording alleen zal geen imperia omverwerpen, maar kan wel verwachtingen vormen – en verwachtingen vormen wetten.
IJdelheid
Big Tech is geen schurk in een eenvoudig verhaal. Het is een spiegel die menselijk gedrag op enorme schaal weerspiegelt: onze nieuwsgierigheid, onze ijdelheid, onze behoefte aan verbinding en onze bereidheid om privacy in te ruilen voor gemak. De toekomst zal niet worden bepaald door de vraag óf deze bedrijven bestaan, maar door hoe de samenleving besluit ze te begrenzen, te sturen en ermee samen te werken.
Ruud Pieterse, enterprise-architect DXC Technology



Het artikel suggereert dat Big Tech groot is geworden omdat wij onze data hebben weggegeven. Dat is echter slechts een deel van het verhaal. Een individuele gebruiker kan morgen besluiten te stoppen met Google, Microsoft, Meta of Amazon. Voor organisaties ligt dat fundamenteel anders want hun afhankelijkheid zit niet zozeer in de data zelf maar in de toegang ertoe via de platformen en ecosystemen die Big Tech in de afgelopen decennia hebben opgebouwd. Niet de data vormen de belangrijkste lock-in maar de combinatie van identiteit, (cloud)platformen, ontwikkelomgevingen, API’s, AI-diensten en operationele processen die organisaties dagelijks gebruiken. Het gemak van het ‘staan op de schouders van reuzen’is daarmee de grootste uitdaging voor Europese initiatieven. Misschien is de spiegel die het artikel ons voorhoudt daarom als de spiegel van Neregeb is.
We kijken vooral naar de data die we hebben weggegeven terwijl de werkelijke afhankelijkheid schuilt in de architectuur die de toegang tot die data en diensten beheerst. De overstap naar een soeverein alternatief betekent veel meer dan het kopiëren van data zoals discussie over dataportabiliteit doet vermoeden. Digitale soevereiniteit vraagt dan ook niet alleen om Europese regelgeving maar vooral om Europese alternatieven voor een onderliggende digitale infrastructuur. Pas wanneer Europa ook eigen ecosystemen kan bieden voor identiteit, cloud, AI en softwareontwikkeling ontstaat er daadwerkelijk keuzevrijheid want nu zijn we nog grotendeels afhankelijk van de schouders van reuzen zoals ook de auteur concludeert.
Amerikaanse hyperscalers als luilekkerland.
Soeverein vs lekker lui.
Volgens velen is de Cloud Infra achterstand echter te groot en niet (in)haalbaar.
Lijkt wat op de paradox van Achilles en de schildpad: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeno%27s_paradoxen
In plaats van gewoon beginnen zie ik twee architecten van alles bespiegelen.
Ga nou eens een oplossing bouwen 😉