De Europese Commissie wil datacenters gaan beoordelen op hun energie- en waterverbruik om ervoor te zorgen dat ze transparant en milieuvriendelijk werken. Dit systeem voor energielabels dat wettelijk verplicht wordt, is ook bedoeld om de duurzame integratie van datacenters in het Europese energiesysteem te ondersteunen.
Europa heeft datacenters hard nodig voor een digitale toekomst vol ai en tevens om minder afhankelijk te worden van techbedrijven buiten Europa. Daarom wil de EU het aantal datacenters de komende vijf tot zeven jaar verdrievoudigen. Deze enorme groei kost echter heel veel stroom en water. Dit zorgt voor extra CO2-uitstoot en kan het stroomnet overbelasten.
De eerste stap naar een oplossing is meer transparantie. De EU wil grote datacenters (die meer dan 500 kW stroom gebruiken) via een speciaal beoordelingssysteem verplichten om duidelijk te laten zien hoeveel stroom en water ze gebruiken. Greenwashing wordt dan een stuk moeilijker.
Restwarmte
Ook wordt gekeken naar de bijdrage van datacenters aan het elektriciteitsnet, zoals het hergebruik van restwarmte, de toevoeging van capaciteit voor schone energieopwekking en flexibiliteit. Een treffend voorbeeld: het hergebruik van ongeveer de helft van alle restwarmte van Europese datacenters staat gelijk aan de totale warmtevraag van vier miljoen Europese huishoudens.
Duurzame, flexibele en goed ontworpen datacenters die hun elektriciteitsverbruik kunnen aanpassen aan de omstandigheden op het stroomnet, kunnen het verschil maken. Ze helpen de totale kosten van het elektriciteitssysteem te verlagen, de netstabiliteit te verbeteren en meer hernieuwbare energie te integreren.
Beoordelen
Het Europees Parlement en de Raad krijgen nu eerst twee maanden de tijd om deze regeling die voorziet in een speciaal beoordelingssysteem te controleren. Zij mogen de wet alleen goedkeuren of afkeuren (bijvoorbeeld als de regels niet volgens de juiste procedure zijn gemaakt), maar ze mogen de tekst zelf niet meer aanpassen.
In 2027 worden de eerste duurzaamheidslabels verwacht voor individuele datacenters. Ieder kan dan zien hoe milieuvriendelijk een datacenter is. Eind 2028 volgt een eerste controle om te kijken of de regels goed werken en of er verbeteringen nodig zijn.
Het energie-labelsysteem komt boven op de verplichte rapportages die datacenters moeten maken over hun efficiency. De resultaten van deze metingen zijn bepaald niet goed voor Nederland. Een belangrijke indicator voor de mate van energie-efficiëntie in datacenters is de PUE (Power Usage Effectiveness), gedefinieerd als de verhouding tussen het totale energieverbruik van de faciliteit en het energieverbruik van de it-apparatuur. Hoe lager deze ratio des te meer efficiency. Nederland zit met die ratio boven het EU-gemiddelde; een nogal matig resultaat dus. België daarentegen scoort het beste van alle EU-lidstaten.
Slechte scores
De efficiëntie van het watergebruik loopt zeer uiteen. Dit hangt mede af van de gebruikte koelmethode en het klimaat. Nederland doet het hierbij slechter dan het EU-gemiddelde. België, koploper bij de energie-efficiëntie, staat op dit gebied helemaal onderaan. De derde indicator geeft inzicht in de mate van hergebruik van energie. Nederland scoort ook hier slecht. Denemarken en Finland zijn hier koplopers.
Met het gebruik van schone energiebronnen in de bedrijfsvoering van datacenters zit Nederland eveneens onder het EU-gemiddelde, terwijl België dicht bij de koplopers zit. In 2027 lanceert de Europese Commissie ook voorstellen voor minimumstandaarden waar nieuw te bouwen datacenters aan moeten voldoen.
