Event | Open Source Summit Europe 2026
Europa ziet opensource steeds nadrukkelijker als middel om minder afhankelijk te worden van (buitenlandse) technologiebedrijven. Maar alleen het gebruik van opensource-software is niet genoeg om digitale soevereiniteit te bereiken. Europese organisaties zullen ook actiever moeten bijdragen aan de ontwikkeling en het beheer van zulke projecten. Dat blijkt uit het rapport 2026 State of Open Source in Europe van de Linux Foundation.
De Linux Foundation, de non-profit-thuishaven voor samenwerking bij open-sourcesoftware, -standaarden, -data en -hardware, presenteerde de vijfde editie van dit onderzoek tijdens de deze week gehouden Open Source Summit Europe 2026 in Praag. Volgens het rapport vindt 94 procent van de Europese organisaties digitale soevereiniteit belangrijk voor de eigen technologiestrategie. Voor 61 procent geldt dat zelfs als een zeer belangrijk thema. Beveiliging en privacy worden daarbij het vaakst genoemd als drijfveren.
Volgens Thierry Carrez, algemeen directeur van Linux Foundation Europe, ligt de volgende stap in actieve deelname aan opensource-gemeenschappen. ‘Opensource biedt organisaties een manier om minder afhankelijk te worden van één leverancier of regio. Maar alleen opensource-consumeren geeft nog geen controle over de technologie. Door actief bij te dragen aan open-sourcebronnen en deel te nemen aan open bestuursstructuren krijgen organisaties daadwerkelijk invloed op de ontwikkeling ervan.’
Te weinig aan tafel
Het rapport laat zien dat Europa al een aanzienlijke bijdrage levert. Europese ontwikkelaars zouden bijna veertig procent van de bijdragen leveren aan infrastructurele opensource-projecten als Kubernetes en OpenStack. Tegelijkertijd blijft de betrokkenheid van veel organisaties beperkt tot het afnemen en inzetten van software. Daardoor hebben Europese landen relatief weinig invloed heeft op de besluitvorming over de richting waarin projecten zich ontwikkelen. Europa draagt wel code bij, maar zit te weinig aan tafel.
Dat speelt volgens het rapport ook bij nieuwe ai-gerelateerde initiatieven. Europese ontwikkelaars leveren een fors aandeel van de bijdragen aan grote opensource-projecten, maar bestuurs- en invloedrijke posities binnen internationale ecosystemen worden nog vaak bezet door Amerikaanse organisaties.
Een treffend voorbeeld is de eind 2025 opgerichte Agentic AI Foundation, waarin afspraken worden gemaakt over standaarden en opensource-componenten voor ai-agenten. Deze stichting wordt op het hoogste niveau gedomineerd door Amerikaanse technologiebedrijven als Amazon Web Services, Anthropic, Block, Bloomberg, Cloudflare, Google, Microsoft en OpenAI. De enige Europese deelnemers op het daaronder gelegen Gold-niveau zijn het Duitse Suse en het Zweedse Ericsson.
Besturing nog onvoldoende geregeld
Een belangrijk aandachtspunt is volgens de onderzoekers het ontbreken van duidelijke governance. Nog altijd heeft 31 procent van de Europese organisaties geen formeel raamwerk voor het beheer van opensource. Organisaties die dat wel hebben, melden gemiddeld een rendement van meer dan vier keer hun investering. Bij organisaties zonder formele governance ligt dat op 3,6 keer de investering. Veel organisaties vertrouwen op informele controles door individuele ontwikkelaars. Volgens de onderzoekers staat dat op gespannen voet met de groeiende rol die opensource speelt in kritieke infrastructuur en soevereiniteitsvraagstukken.
De samenstellers van het rapport zijn met name kritisch op de publieke sector. Bijna de helft van de onderzochte overheidsorganisaties uit de Europese Unie zegt geen formeel opensource-governancebeleid te hebben. Juist bij organisaties die sterk afhankelijk zijn van leveranciers en aanbestedingen ontbreekt vaak de capaciteit om actief deel te nemen aan opensource-gemeenschappen. Daarmee ontstaat volgens de onderzoekers een kloof tussen de politieke ambitie rond digitale soevereiniteit en de praktijk van it-beheer.
Toenemende druk
Ook de opmars van ai zorgt voor nieuwe uitdagingen. Vrijwel alle ondervraagde organisaties, 94 procent, gebruiken of testen generatieve ai-coderingstools. Driekwart stelt dat die hulpmiddelen de waarde van opensource vergroten. Daarnaast zegt 48 procent meer opensource te gebruiken door de beschikbaarheid van dergelijke ai-toepassingen.
Volgens de 2026 State of Open Source in Europe neemt daardoor ook de druk op de ontwikkelaars en beheerders van opensource-projecten toe. Tegelijkertijd krijgen organisaties te maken met strengere regels rond compliance en softwareketens. Bijna twee derde heeft daarom extra geïnvesteerd om de toenemende regelgeving te ondervangen.
Private forks kostbaar
Het onderzoek wijst daarnaast op de nadelen van zogeheten private forks: interne varianten van opensource-projecten die niet terugvloeien naar de oorspronkelijke gemeenschap. Bijna de helft van de organisaties onderhoudt zulke forks. Gemiddeld zijn zij per releasecyclus 311 uur kwijt aan het bijwerken van 9,5 afzonderlijke forks. Meer dan een kwart kan die kosten niet eens nauwkeurig in kaart brengen.
Hilary Carter, vicevoorzitter onderzoek van de Linux Foundation, zegt dat vijf jaar onderzoek het belang van opensource voor de Europese technologiesector bevestigt. Tegelijkertijd waarschuwt zij dat de beoogde Europese investeringen in digitale infrastructuur alleen rendement opleveren als organisaties verder gaan dan het implementeren van software. ‘Dat vraagt om sterke governance en actieve bijdragen aan de gemeenschap.’
EU trekt 2 miljard euro uit voor technologische soevereiniteit
De Europese Commissie werkt aan een zogeheten Tech Sovereignty Package, een investeringsprogramma waarmee ongeveer tweemiljard euro beschikbaar komt voor digitale infrastructuur en technologische onafhankelijkheid. Volgens de Linux Foundation kan opensource daarbij een belangrijke rol spelen, omdat organisaties zo minder afhankelijk worden van individuele leveranciers en meer invloed kunnen krijgen op de technologie die zij gebruiken.
De onderzoekers van The Linux Foundation, LF Europe, LF Research en NeoNephos plaatsen daarbij wel een kanttekening. Extra investeringen in opensource leveren volgens hen pas echt voordeel op als organisaties ook investeren in governance, onderhoud en bijdragen aan projecten. Alleen software gebruiken is niet voldoende om meer controle over de digitale keten te krijgen.
