Agentic-ai-platforms maken cyberaanvallen sneller dan ooit: organisaties hebben soms maar drie uur om aanvallers tegen te houden die het op hun cloudomgeving hebben voorzien. Microsoft slaagt hierover alarm tegenover ciso’s.
Microsoft hield afgelopen woensdag spoedoverleg met zo’n tweehonderd cisos uit de hele wereld waaronder Dimitri van Zantvliet, ciso en directeur Cybersecurity bij NS en voorzitter van het CISO-platform Nederland. Volgens Microsoft moeten bedrijven en instellingen zich versneld voorbereiden op een nieuwe golf van cyberaanvallen.
Aanleiding is de opkomst van platforms waarbij een heel leger van ai-agenten met ieder verschillende taken in een razend tempo doelwitten aanvallen. Die agenten gebruiken daarbij een veelheid aan hacking-tools. Met zo’n platform kunnen cybercriminelen en staatshackers krachtige ‘large language models’ (llm) aansturen om continu naar kwetsbaarheden in netwerken te zoeken.
Vooral het Chinese platform Artex maakt zo handig gebruik van de collectieve kracht uit grote taalmodellen zoals die van OpenAI, Anthropic en het Chinese DeepSeek.
Artex
De Chinese cybersecurity-expert Li Puhua ontwikkelde Artex oorspronkelijk om kwetsbaarheden in netwerken op te sporen. Afgelopen juli maakte hij de tool gratis online beschikbaar. Daarna pasten hackers deze tool aan en zetten deze in voor kwaadaardige doeleinden.
Met nauwelijks of helemaal geen menselijke tussenkomst kan Artex acties uitvoeren variërend van een eerste verkenning tot het buitmaken van gegevens. Verschillende mogelijkheden kunnen tegelijk worden onderzocht. Wat ergens wordt gevonden, kan worden gebruikt om verder te komen. Dit geeft een enorme versnelling, schrijft Van Zantvliet in een post op LinkedIn.
Aanvallen
Zuidoost Azië wordt momenteel geplaagd door hackers die met Artex met name financiële instellingen en logistieke bedrijven aanvallen. Ook statelijke actoren uit China gebruiken deze tool massaal. De aan China gelieerde hackersgroep Storm-0940 heeft wereldwijd al honderden organisaties belaagd.
Bij verschillende organisaties konden aanvallers al binnen drie uur ver in de cloudomgeving doordringen nadat ze een doelwit hadden gekozen. Niet elke aanval slaagde, maar in veel gevallen kregen ze langdurig toegang met uitgebreide rechten.
Lange duur
Voor veel organisaties is dat een groot probleem. Drie uur lijkt lang, maar in die tijd moet eerst worden uitgezocht of een waarschuwing echt ernstig is. Daarna moeten leveranciers worden bereikt, de gevolgen worden ingeschat en mogelijk belangrijke systemen of koppelingen worden uitgeschakeld. In de praktijk duurt het vaak al uren voordat alle betrokken medewerkers bij elkaar zijn om zulke beslissingen te nemen. Van Zantvliet schrijft dat het soms al een ochtend kost om de juiste mensen bij elkaar te brengen.
Artex verspreidt zich heel snel door de hackerswereld. Van het oorspronkelijke platform zijn meertalige afsplitsingen gemaakt. Inmiddels zijn er duizenden kopieën van de software in omloop, die gebruikers kunnen aanpassen en verder verspreiden. Dat maakt zulke technologie toegankelijk voor een veel grotere groep.
Aanvalsgolf
Daarom verwacht Microsoft een grote aanvalsgolf. Doordat aanvallen sneller en eenvoudiger worden, kunnen criminelen veel meer organisaties tegelijk onder de loep nemen. Daardoor komen niet alleen grote bedrijven in beeld, maar ook kleinere organisaties, vergeten leveranciersportalen en verouderde internetapplicaties.
Volgens Van Zantvliet krijgen de verdedigers niet automatisch dezelfde extra slagkracht. Beveiligingsteams moeten meer waarschuwingen onderzoeken, beheerders meer kwetsbaarheden oplossen en leveranciers meer klanten tegelijk ondersteunen. Organisaties die nu al achter de feiten aanlopen, dreigen daardoor steeds verder achterop te raken.
Verkeerde link
In de campagne die Microsoft beschrijft, speelde de leveranciersketen een belangrijke rol. Aanvallers maakten misbruik van gecompromitteerde ConnectWise-applicaties die al toegang hadden tot Microsoft 365-omgevingen van klanten. Daardoor hoefde niemand opnieuw in te loggen of een mfa-verzoek goed te keuren. De benodigde toegang was immers al eerder verleend.
Dat legt een ongemakkelijke werkelijkheid bloot, aldus Van Zantvliet. Veel aandacht gaat uit naar medewerkers die op een verkeerde link klikken, maar organisaties hebben zelf vaak ook uitgebreide toegangsrechten verstrekt aan leveranciers, beheertools, back-updiensten en andere applicaties.
De vraag is hoeveel organisaties nog precies weten wie welke rechten heeft. Welke koppelingen zijn echt nodig? Welke zijn vergeten, maar staan nog steeds open? En wie merkt het wanneer een vertrouwde applicatie zich ineens anders gaat gedragen?
Sleutel
Volgens Microsoft gingen aanvallers bovendien een stap verder door rechten en applicatiegegevens aan te passen. Daardoor kunnen nieuwe toegangspunten ontstaan die blijven bestaan, zelfs nadat de oorspronkelijke ingang is afgesloten.
Het uitschakelen van een getroffen leverancierskoppeling alleen is dan niet genoeg. Organisaties moeten ook controleren welke accounts, rechten en toegangsmiddelen tijdens de aanval zijn toegevoegd of gewijzigd. Anders wordt weliswaar de voordeur gesloten, terwijl de aanvaller inmiddels ongemerkt een sleutel van de achterdeur heeft bemachtigd.
