Het is de Tweede Kamer volstrekt onduidelijk hoe het kabinet de transitie naar digitale autonomie in de praktijk wil vormgeven. Voor de Nederlandse Digitale Dienst die de afhankelijkheid van externe it-leveranciers moet verminderen, is nagenoeg geen geld. Zoals tech-expert Bert Hubert al voorspelde, dreigt die nieuwe organisatie een papieren club te worden.
Tijdens het debat dat de Tweede Kamer woensdag hield over de digitale overheid en digitalisering, bleek dat regering en parlement het eens zijn over de noodzaak tot digitale soevereiniteit. Maar de Kamer vreest dat er heel weinig concreets uitkomt. Om eigen alternatieven voor clouddiensten en andere cruciale dienstverlening van de grond te krijgen is veel geld nodig. De financiering kan in theorie komen uit de besparing die het opzeggen van contracten met Amerikaanse ict-dienstverleners oplevert.
Een overheidsbrede soevereine clouddienst gaat alleen werken als voldoende overheidstaken er gebruik van maken en hun bestaande infrastructuur-budgetten inbrengen in de bekostiging van deze clouddienst.
Pro-kamerlid Barbara Kathmann stelde vast dat een juiste allocatie van middelen pas mogelijk is als bekend wordt hoeveel de Nederlandse overheid uitgeeft aan Microsoft en andere grote leveranciers. Staatssecretaris Eric van den Burg (Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid van Nederland) kan echter met geen mogelijkheid zeggen welke bedragen hiermee zijn gemoeid. De kosten zijn lastig uit de administraties van ministeries en rijksdiensten te halen. Vanwege een heel verschillende systematiek zijn ze ook moeilijk bij elkaar op te tellen.
Het ergert de Kamer dat er zo weinig grip valt te krijgen op belangrijke projecten binnen de Nederlandse Digitalisering Strategie. Kathmann constateerde dat de ambities torenhoog zijn, met name wat betreft digitale onafhankelijkheid. Maar dat alles blijft steken in een eindeloze stroom rapporten en documenten, uiteindelijk gevolgd door een brief dat er geen geld voor is.
Ook over ai zijn er zorgen. Het JA21-kamerlid Daniel van den Berg vroeg naar het gebruik van ai bij de overheid en hoe we de problemen rond de veiligheid van ai kunnen indammen. Staatssecretaris Van den Burg zei dat ai zal worden ingezet bij een betere ontsluiting van overheidsdata voor burgers. Dit kan met een interne variant van ChatGPT.
Een ander toepassingsgebied is risico-analyse. Veel tijd en capaciteit valt daarmee te besparen als dossiers elkaar opstapelen en verstandige keuzes moeten worden gemaakt. ‘Bij gebruik van dit instrument moeten we wel de grenzen bepalen. We moeten ai leren niet de verkeerde dingen te doen zoals selectie op basis van etniciteit.’ Er komt ook een actie-agenda ai en security.
Verder kondigde de staatssecretaris een grondige sanering van overheidswebsites aan. Zo’n 50 à 60 procent van die sites kan verdwijnen. Dat scheelt niet alleen geld maar maakt het voor de burgers ook eenvoudiger. Nu wordt er voor ieder wissewasje een aparte site opgetuigd, aldus Van den Burg. Zijn ministerie telde een jaar geleden al 8.826 sites en mobiele apps op gebied van overheidsinformatie.
Het kabinet wil volgende maand aangeven welke lessen zijn te trekken uit de problemen met Citrix. Vanwege ernstige veiligheidsrisico’s moest de rijksoverheid onlangs Citrix-omgevingen loskoppelen van internet. Het Nationaal Cyber Security Center sloeg deze week alarm over acht nieuwe kwetsbaarheden.
Voornaamste uitkomst van het debat is dat de ministeries van BZK en EZK weer tal van brieven naar de Kamer gaan sturen. En nu maar hopen dat die schriftelijke toelichtingen meer duidelijkheid opleveren. Tijdens het kamerdebat werd Van den Burg ook gevraagd naar het conceptvoorstel telemetrie en werkplek voor het automatisch verzamelen van gegevens op afstand om het gebruik van werkplekken te verbeteren. De staatssecretaris bekeek het velletje papier over dit onderwerp en zei: ‘Ik snap daar niets van.’ En hij voegde eraan toe geen teksten voor te lezen die voor hem zelf onbegrijpelijk zijn.
