Crimson7-directeur Nick Maeckelberghe kritisch over ai-beloften tijdens MSP Show
Hoewel marketeers anders doen geloven, is de inzet van agentic ai in het security operations center (soc) nog geen realiteit. En het is ook afhankelijk van de definitie van agentic ai hoe zich dat de komende jaren zal ontwikkelen. Dat zegt Nick Maeckelberghe, mede‑oprichter en algemeen directeur van het Belgische cybersecuritybedrijf Crimson7, specialist in offensieve cybersecurity en continue dreigingsvalidatie.
Maeckelberghe sprak tijdens de MSP Show op 22 september 2026 in de Utrechtse Jaarbeurs. Tijdens die vakbeurs voor managed service providers, gericht op software, cybersecurity, automatisering en de groei van msp‑bedrijven, deelde hij een scherpe en soms ontmaskerende blik op de toekomst van agentic ai en het security operations center (soc).
Maeckelberghe blikte vijf jaar vooruit en is ook kritisch op de mate waarin vandaag de dag het predicaat agentic ai wordt gebruikt voor toepassingen die in zijn ogen dat label niet verdienen. Hij voorziet hoe de term agentic ai de komende jaren volledig wordt uitgehold. Volledig zelfwerkende en zelf beslissende ai-agents in het soc zijn volgens hem nog een ver toekomstbeeld.
‘Een chatbot die op een bestaand dashboard is vastgeschroefd, een statisch draaiboek dat simpelweg ‘autonomous’ wordt genoemd, een llm dat alerts samenvat waarna een mens alsnog moet handelen, het zijn hulpmiddelen, geen agents’, somt hij op. Wat vandaag de dag binnen het soc vaak als agentic ai wordt gepresenteerd, is volgens hem dus vooral marketing.
Volgens de Vlaming verdienen alleen systemen die zelfstandig een volledige cyclus van plannen, handelen, observeren en aanpassen doorlopen (plan‑act‑observe‑adapt‑cyclus), zonder dat een analist het stokje tussen stappen overdraagt, het predicaat ‘agentic ai’. ‘Een geautomatiseerde triage‑stap terwijl de rest van de keten handmatig blijft, is dat dus niet’, verduidelijkt hij.
Bij ‘echte agentic ai’ draait het om een volledig gesloten cyclus
Op de slides achter hem toont Maeckelberghe waar agentic ai in het soc volgens hem dan wel aan moet voldoen. Bij ‘echte agentic ai’ draait het om een volledig gesloten cyclus. Dat gebeurt op basis van concrete bevindingen die voortkomen uit dreigingsinformatie, zoals kennis over hoe echte aanvallers werken, welke technieken ze gebruiken en welke sporen ze achterlaten. ‘Een ai-agent kan zonder tussenkomst van een mens zelf een scenario ontwerpen, uitvoeren en de detection gap meten.’ Met dat laatste bedoelt hij het verschil tussen wat een organisatie denkt te kunnen detecteren en wat aanvallers in werkelijkheid onopgemerkt kunnen doen. ‘Een echte ai-agent schrijft en implementeert de detectieregels zonder een geordende lijst van meldingen, incidenten of verzoeken (ticket queue). Vervolgens start deze een zoektocht naar historische blootstelling aan incidenten en valideert de agent deze’, doceert de Belg. ‘Alles daaronder is ruis. De meeste socs draaien nog op plakwerk van medewerkers.’
Die strikte definitie is volgens Maeckelberghe noodzakelijk, omdat cybersecurity fundamenteel verandert. Aanvallers bewegen sneller dan verdedigers kunnen reageren. Ter illustratie: de tijd tussen een verkenning en een eerste payload ligt onder het uur, maar socs hebben gemiddeld 24 tot 48 uur nodig om een aanval te detecteren. ‘Nieuwe detectieregels doen er dagen tot weken over om operationeel te worden.’ De vraag is niet of organisaties worden aangevallen, maar of ze er klaar voor zijn wanneer dat gebeurt.’
Je moet niet kijken naar losse indicatoren, maar naar het patroon van de aanval
Hij ziet dat er in moderne socs dreigingsinformatie te over is, maar er geen actie ondernomen wordt. ‘Security operation centers ontvangen cti‑feeds. Die doorlopende aanvoer van threat intelligence, pdf‑rapporten en indicatorlijsten worden ‘weggeschreven’ in wekelijkse briefings en tickets, maar de stap naar werkende detectie blijft uit.’
Socs moeten zich in zijn ogen meer richten op dreigingsinformatie die zich richt op aanvallers en hun gedrag. In plaats van lijstjes met losse sporen van een aanval ofwel indicators of compromise, (ioc’s). Het draait juist om het inzicht in hoe aanvallers werken: welke stappen ze zetten, welke technieken ze gebruiken en hoe ze zich gedragen. ‘Lijstjes met verdachte ip‑adressen, malware‑hashes of kwaadaardige domeinen zijn handig, maar vaak beperkt en snel verouderd.’
Behandel detectieregels net zoals softwarecode: doe aan versiebeheer en automatisch testen en uitrollen
Ook mist hij threat‑informed-simulaties. Hij ziet dat organisaties onvoldoende trainen met het nabootsen van aanvallen die gebaseerd zijn op technieken en scenario’s die criminelen in de praktijk gebruiken. Ook is een jaarlijkse training onvoldoende. De aanvalsmethoden wijzigen en dan moeten de simulaties en trainingen ook worden aangepast. Ook adviseert hij om detectieregels te behandelen als softwarecode. Dat betekent: gestructureerd versiebeheer, automatisch testen, en automatisch uitrollen. ‘Dus geen handmatige tickets meer om detecties aan te passen.’ Ook pleit hij voor geautomatiseerde validatie die automatisch controleert of detecties nog werken. ‘Als een regel kapotgaat of niets meer ziet, dan merk je dat meteen.’
Tot slot noemt hij feedbackloops die detectiedekking meetbaar verbeteren. ‘Het gaat om systemen die na elke simulatie meten wat wel en niet gedetecteerd werd. Vervolgens voeren ze automatisch verbeteringen door. Zo wordt je beveiliging steeds slimmer.’
Zo schieten socs tekort
Socs kampen volgens Maeckelberghe met drie structurele zwaktes. Detectieregels worden vaak eenmalig geschreven en daarna nauwelijks meer gevalideerd, waardoor hun effectiviteit langzaam wegzakt zonder dat iemand het merkt. Dat stille verval verschilt per klant, maar msp’s moeten ondertussen tientallen tot honderden van zulke onbekende vervalcurves tegelijk beheren.
Ook blijft point‑in‑time testing hopeloos achter. Pentests en purple‑team‑sessies zijn momentopnames, terwijl aanvalstechnieken continu veranderen. Een testplan is bij oplevering al verouderd en zegt niets over de vraag die auditors, toezichthouders en ict-beveiligers stellen: werkt de detectie vandaag nog?
Tot slot leunt threat hunting (proactief zoeken naar verborgen aanvallen) in veel socs op tribal knowledge. Maeckelberghe ziet dat die informatie in de hoofden van senior analisten zit en niet gedeeld wordt.’ Een soc kan niet bouwen op het geheugen van enkele individuen.’
Een soc kan niet bouwen op het geheugen van enkele individuen
Dreigingsgestuurde verdediging (4 pilaren)
Om deze structurele problemen te doorbreken presenteert hij een raamwerk dat hij Threat Informed Defence (dreigingsgestuurde verdediging) noemt. Zijn aanpak rust op vier pilaren die hij aan het eind van zijn presentatie in de Jaarbeurs nog eens samenvat:
- Richt dreigingsinformatie gericht op aanvallers (in plaats van ioc‑lijstjes). Dus informatie die laat zien hoe aanvallers echt te werk gaan zoals hun gedrag, werkwijze en stappenplan in plaats van losse sporen zoals verdachte ip‑adressen of malware‑hashes.
- Voer continue purple‑team‑tests uit in plaats van jaarlijkse oefeningen. Dat wil zeggen dat testers doorlopend aanvallers nadoen met realistische technieken om steeds opnieuw te controleren of de beveiliging vandaag nog werkt, niet alleen tijdens een jaarlijkse audit.
- Beheer detectie en respons als softwarecode in plaats van ticketwerk. Beheer detectieregels zoals gebruikelijk is bij softwarecode: met versiebeheer, automatische tests en automatische uitrol via een automatische bouw‑ en uitrolstraat voor code (ci/cd‑pijplijnen), zodat ze betrouwbaar en reproduceerbaar blijven.
- Zorg voor gestructureerde en gedeelde threat hunting. Zoek proactief naar verborgen aanvallen op basis van hypotheses en actuele dreigingsinformatie, op een manier die herhaalbaar is en toepasbaar voor alle klantomgevingen (tenants).
Maeckelberghe’s boodschap is dat socs die blijven vertrouwen op statische regels, jaarlijkse pentests en individuele expertise structureel terrein verliezen. Alleen een volledig gesloten cyclus volgens zijn genoemde vier pijlers kan de snelheid van moderne dreigingen bijbenen, stelt hij. ‘Agentic ai is daarbij geen buzzword maar een architectuurprincipe en de lat ligt aanzienlijk hoger dan de markt vandaag suggereert.’

