Digitale soevereiniteit staat hoog op de agenda van Nederlandse overheden en bedrijven. Maar voor grote organisaties is afscheid nemen van Amerikaanse hyperscalers niet altijd nodig of realistisch. Cruciaal is keuzevrijheid op basis van een risicoanalyse: welke applicaties en gegevens kunnen bij hyperscalers blijven en welke moeten met prioriteit naar een soevereine cloud? Volgens Emily Glastra, Managing Director van T-Systems Nederland, biedt T Cloud precies die flexibiliteit. Door Europese public en private cloud, AI-infrastructuur en hyperscaleroplossingen te combineren, kunnen organisaties per workload de juiste afweging maken tussen functionaliteit, risico’s en digitale autonomie.
De discussie over digitale soevereiniteit wordt nogal eens zwart-wit gevoerd. Amerikaanse technologie zou moeten worden vervangen door Europese alternatieven. Maar zo eenvoudig ligt het niet, stelt Emily Glastra. Organisaties hebben jarenlang geïnvesteerd in hun IT-landschap. Dat verander je niet van de ene op de andere dag. Bovendien is lang niet iedere applicatie even gevoelig.
“Als een organisatie een publieke chatbot heeft en die draait op een hyperscaler, laat hem daar dan zitten. Maar als de organisatie bijvoorbeeld zorgdata verwerkt, dan kun je beter besluiten om die snel in een Europese cloud onder te brengen.”
Die pragmatische benadering vormt de basis van de cloudstrategie van T-Systems. Niet alles hoeft naar een Europese cloud. Het gaat erom dat organisaties bewuste keuzes kunnen maken, gebaseerd op de gevoeligheid van hun gegevens, de risico’s en de functionaliteit die zij nodig hebben.
Eén portfolio, verschillende cloudomgevingen
Onder de naam “T Cloud” brengt T-Systems verschillende cloudoplossingen samen. T Cloud Public is een volwaardige Europese public cloud, gebaseerd op OpenStack, met datacenterregio’s in Nederland en Duitsland. Daarnaast is er T Cloud Private, onder meer voor bedrijfskritische SAP-omgevingen, inclusief SAP RISE. Met de Industrial AI Cloud biedt T-Systems Europese rekencapaciteit voor kunstmatige intelligentie.
T-Systems blijft daarnaast samenwerken met hyperscalers als AWS, Microsoft Azure en Google Cloud. Organisaties kunnen daardoor een multicloudstrategie ontwikkelen waarin Europese en Amerikaanse technologie naast elkaar worden ingezet.
De kracht van T-Systems zit niet alleen in die verschillende platformen, vertelt Glastra, maar ook in de dienstverlening eromheen: van advies en risicoanalyse tot migratie, beheer en optimalisatie. Daarbij wordt gekeken naar drie dimensies van soevereiniteit: controle over data, controle over de operationele omgeving en onafhankelijkheid van de onderliggende technologie.
Europese cloud wordt volwassen
T Cloud Public is overigens geen nieuwkomer. Het platform bestaat inmiddels ruim tien jaar en biedt een breed portfolio aan diensten voor onder meer compute, storage, databases, containers en AI. Daarmee is het ook interessant voor organisaties die voorheen vrijwel automatisch bij een hyperscaler uitkwamen.
Glastra merkt dat de belangstelling snel groeit. “Vier jaar geleden zat niemand op een Europese public cloud te wachten. Iedereen had een hyperscaler-first strategie. Kun je nagaan hoe anders de wereld er in een paar jaar tijd uitziet.”
Inmiddels gebruiken veel gemeenten en andere overheidsorganisaties, maar ook commerciële bedrijven, startups en scale-ups T Cloud. T-Systems werkt bovendien aan de verdere uitbreiding van het Nederlandse partner- en resellerkanaal.
Stap voor stap naar meer autonomie
Volgens Glastra hoeft digitale soevereiniteit geen ingewikkeld alles-of-nietstraject te worden. Organisaties kunnen beginnen met het inventariseren van hun workloads, het bepalen van risico’s en het selecteren van toepassingen waarvoor een Europese omgeving meerwaarde biedt. Vervolgens kunnen ze gericht ervaring opdoen.
Juist daarin ligt volgens haar de onderscheidende positie van T-Systems. Als Europese ICT-dienstverlener met eigen cloudinfrastructuur, ervaring met bedrijfskritische systemen én nauwe relaties met de grote hyperscalers kan het organisaties begeleiden zonder hen in één technologische richting te dwingen.
Digitale soevereiniteit betekent immers niet dat organisaties minder mogelijkheden krijgen. Het betekent eerst en vooral dat ze meer te kiezen hebben.