Managed hosting door True

Informatici hebben eigen referentiekader

'Referenties aan andere beroepen vertroebelen het beeld'

"De specifieke positie van de informaticus ten opzichte van andere beroepen moet worden versterkt", betoogt Deny Smeets. De informatica kan en moet leren van andere sectoren, maar voor een goede beeldvorming van het beroep is gerichtheid op één andere sector onverstandig, en referenties aan andere beroepen vertroebelen het beeld.

Ton van den Haspels bijdrage aan IT-discussiepunt, Informatica kan leren van andere sectoren, Beschrijf taken van informatici in algemene termen (31 mei 1996), vraagt om een reactie. Uiteraard kan of, sterker nog, moet 'informatica leren van andere sectoren'. Volledig mee eens, maar wel met de nadruk op het meervoud - leren van diverse sectoren, en niet uitsluitend van één specifieke sector.
Deze afwijzing van het gebruik van slechts één branche (de bouw) is niet gebaseerd op de argumenten uit het artikel Automatiseerders bouwen 'luchtkastelen' op Haagse bluf. (NGI-magazine, januari 1996). Ik onderschrijf de daarin genoemde argumenten niet. Deze zijn nagenoeg alle te weerleggen door de abstractie die ze vanuit de bouw naar informatica maken te corrigeren.
Dat heeft te maken met de door Van den Haspel veronderstelde 'juiste' keuze van de metaforen. Het artikel is door mij aangereikt om te laten zien hoe op willekeurige plaatsen in of buiten het beroepsveld dergelijke discussies gevoerd worden. Daardoor wordt een foutieve beeldvorming opgeroepen bij anderen, zowel betrokkenen als buitenstaanders. Dat ligt ook voor de hand, want een 'juiste' keuze in die discussies is er niet. De aangenomen 'juistheid' hangt af van het evenzeer veronderstelde primaat van het referentiekader.

Eigen referentiekader

Een interessante vraag is nu of informatici een eigen referentiekader hebben (of geleidelijk ontwikkelen). Mijn antwoord luidt: ja. De hbo's informatica (HBO-I) onderscheiden zich nadrukkelijk van elke andere vierjarige hbo en hebben impliciet hun eigen referentiekader. Dat blijkt uit de definitie en uitvoering van de vierjarige curricula van de HBO-I's. De grote hoeveelheid specifieke kenniselementen en vaardigheden waarmee studenten vier jaar lang hun 6800 studiebelastingsuren vullen, toont dat aan.
Ik nodig Van den Haspel uit voor een gesprek en nadere kennismaking met die HBO-I's, waarin projectmatig werken, organisatie en communicatieve vaardigheden in nieuwe werkvormen al enkele jaren zijn opgenomen (zie diverse artikelen in Tinfon, het Tijdschrift voor Informatica Onderwijs). De 1500 dit jaar afstuderende HBO-I-studenten zijn door die vierjarige opleiding nu al voorbereid op de punten waarbij Van den Haspel nog vraagtekens zet en zich zorgen maakt over de toekomst.
Door de sterk toegenomen vraag heeft elke nieuwe informaticus uit de lichting 1996 ruime keus uit diverse aanbiedingen voor een eerste baan. En ik garandeer u, ze staan ook op het projectmatige, organisatorische en communicatieve vlak hun mannetje.
Er valt veel te leren van vele sectoren. Een discussie daarover voeren we graag (ter lering en wellicht ook ter vermaak) - in de breedte en niet eenzijdig gericht op één andere sector. Informatica vormt zelf een specifieke sector en de 29 HBO-I's met 8000 studenten zijn onderdeel daarvan. Voor een goede beeldvorming en versterking van het beroep informaticus naar buiten toe is een eenzijdige gerichtheid op één andere sector onverstandig. Om enigszins aan de toekomstige structureel toenemende vraag naar informatici te kunnen voldoen, moet de instroom aan de HBO-I's meer dan verdubbelen. Het werven daarvan vormt een groot probleem. Het beeld van de informatica-student als briljante whizz-kid met regels code gespiegeld in beeldscherm-ogen wordt gelukkig al enkele jaren bestreden en verdwijnt (helaas nog te langzaam).

Vertroebelen

Het HBO-I platform, als samenwerkingsverband van HBO-I's, is na een marktonderzoek sinds 1994 bezig de beeldvorming van informatica voor die instroom te verbeteren. Niet alleen de havo/vwo/mbo-leerlingen, maar ook de beïnvloeders, zoals ouders, docenten en decanen, spelen bij die voorlichting een cruciale rol. De specifieke positie van de informaticus ten opzichte van andere beroepen moet worden versterkt. Referenties aan andere beroepen vertroebelen die moeizaam opgebouwde beeldvorming.
Er wordt ook nog getwijfeld aan een eigen specifiek referentiekader van het informaticaberoep. Een enkele leverancier negeert het zelfs volledig. Dat blijkt uit de onlangs breed aangeboden 'omscholing' tot 'certified system specialist' van een multi-user, multi-tasking besturingssysteem in één maand (twee dagen training, gevolgd door een bedrijfsstage). Is het besturingssysteem eenvoudiger dan Dos (studietijd enkele weken)? Is de 'omscholing' een knoppen-cursus, met als enige leerdoel het starten van het systeem? Of is slechts sprake van een extern gesubsidieerde marketing-strategie?
De HBO-I's besteden minstens een half jaar studie aan dat onderwerp, om het beoogde systeembeheer zorgvuldig en met inzicht te kunnen uitvoeren. Kortom, ook daar is nog veel werk aan de winkel voor een juiste beeldvorming van het beroep informaticus.
 
Deny Smeets, voorzitter HBO-I platform en afdelingsdirecteur Informatica, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen

x

Om te kunnen beoordelen moet u ingelogd zijn:

Dit artikel delen:

Stuur dit artikel door

Uw naam ontbreekt
Uw e-mailadres ontbreekt
De naam van de ontvanger ontbreekt
Het e-mailadres van de ontvanger ontbreekt

×
×
article 1996-07-12T00:00:00.000Z Deny Smeets
Wilt u dagelijks op de hoogte worden gehouden van het laatste ict-nieuws, achtergronden en opinie?
Abonneer uzelf op onze gratis nieuwsbrief.