WORLDSTREAM
Organisaties zijn de afgelopen twintig jaar in hoog tempo gedigitaliseerd. Nieuwe platforms en clouddiensten maakten processen sneller en efficiënter, maar er werd daarbij niet altijd naar het behoud van digitale onafhankelijkheid gekeken. Vandaag de dag staat ‘digitale soevereiniteit’ hoog op de agenda. De hamvraag die organisaties volgens Worldstream zichzelf daarbij moeten stellen is: kunnen wij nog van koers veranderen als dat nodig is?
Waar digitale transformatie een aantal jaar terug het modewoord was, lijkt dat nu te gelden voor digitale soevereiniteit. Maar nieuw is de discussie allerminst. Voorheen heette het alleen vendor lock-in. Organisaties die zich nu opeens zorgen maken over hun te grote afhankelijkheid van één softwareleverancier – ongeacht uit welk land – hebben die situatie vaak zelf laten ontstaan. Omgekeerd verdienen leveranciers die zich sinds kort als soeverein profileren eveneens een kritische blik. De vraag is dan niet wat ze beloven, maar hoe hun dienstverlening is ingericht.
Afhankelijkheid zit zelden alleen in de keuze voor een leverancier, maar vooral in de manier waarop systemen zijn ingericht. Het sluipt erin via gesloten standaarden, proprietary interfaces, beperkte interoperabiliteit en architectuurkeuzes die overstappen duur of complex maken. Waar data staan en waar een leverancier vandaan komt, speelt zeker mee. Maar op zichzelf zegt dat weinig over hoeveel regie een organisatie werkelijk heeft. Relevanter zijn de vragen of data eenvoudig te verplaatsen zijn, of meerdere leveranciers naast elkaar kunnen bestaan en of een overstap mogelijk is zonder grote aanpassingen.
Evenmin is soevereiniteit een zwart-witkwestie. Afhankelijkheden zijn onvermijdelijk. De vraag is hoe een organisatie ermee omgaat. Wat gebeurt er als een leverancier zijn voorwaarden aanpast, een dienst wegvalt of regelgeving verandert? Soevereiniteit draait daarmee om operationele weerbaarheid: het vermogen om te blijven handelen wanneer omstandigheden veranderen.
Voor IT-beslissers levert dat een paar belangrijke toetsvragen op. Bestaat er een exitstrategie en is die ook getest? Is er voldoende interne kennis om leveranciers te vervangen? Communiceren systemen met elkaar via open standaarden? En houdt de organisatie ook het beheer over identiteiten en toegangsrechten in eigen hand als een samenwerking stopt? Wie op een van deze vragen het antwoord schuldig blijft, weet waar de risico’s zitten.
Daarmee krijgt digitale transformatie een extra dimensie. Het gaat niet alleen om sneller, slimmer en efficiënter werken, maar ook om het behouden van de vrijheid om later anders te kiezen. Worldstream ontwerpt, bouwt en beheert al twintig jaar IT-infrastructuur in eigen datacenters en op een eigen netwerk. Die ervaring leert dat regie niet zit in waar infrastructuur staat, maar in hoe die is ingericht. Het bedrijf pleit daarom voor open architecturen die ruimte laten om technologie te kiezen, te combineren en waar nodig te vervangen. Echte soevereiniteit ontstaat niet door alle afhankelijkheden uit te bannen, maar door er bewust mee om te gaan.
In de whitepaper ‘Digitale soevereiniteit voorbij de hype‘ werkt Worldstream deze inzichten verder uit, inclusief een checklist met negen controlevragen voor een snelle zelftoets.